- Beslissing van 3 februari 2012

03/02/2012 - M11-5-0550/8188

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Op 18 november 2007 diende verzoeker zijn zoontje Enrique terug te brengen naar zijn ex-echtgenote (de moeder van Enrique), mevrouw Herlid Y.. Toen verzoeker bij de woning van mevrouw Y. te Halen arriveerde, ontstond er een ruzie waarbij verzoeker geslagen werd door de nieuwe partner van mevrouw Y., de heer William Z.. Verzoeker kreeg o.m. een vuistslag tegen de slaap, viel bewusteloos op de grond en moest vervolgens nog enkele slagen en stampen incasseren.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 15 maart 2011 werd de heer William Z., wegens het plegen van de sub I vermelde feiten (toebrengen van opzettelijke slagen en verwondingen aan verzoeker) veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden (deels met uitstel van tenuitvoerlegging) en tot een geldboete van euro 150.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de som van euro 4.330,52 meer intresten aan verzoeker.

III. Gevolgen van de feiten

Na de feiten werd verzoeker overgebracht naar de dienst spoedgevallen van het AZ te ..., alwaar de volgende letsels werden vastgesteld: lichte hersenschudding, neusbreuk, gekneusde ribben, zwelling t.h.v. de lippen.

In zijn deskundig verslag weerhoudt Dr. H. de volgende graden en periodes van tijdelijke arbeidsongeschiktheid:

100 % van 18.11.07 t.e.m. 04.12.07 (*)

25 % van 05.12.07 t.e.m. 31.12.07

5 % van 01.01.08 t.e.m. 28.02.08.

Er is consolidatie op 1 maart 2008, zonder blijvende invaliditeit noch arbeidsongeschiktheid (verzoeker zelf raamt de blijvende invaliditeit op minstens 2 %, gelet op de blijvende klachten na neusbreuk).

(*) Huisarts M. Put attesteerde op 21 november 2007 een arbeidsongeschiktheid tot 07.12.07.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

* De kansen op verhaal t.o.v. de heer Z. zijn nagenoeg onbestaande. Hij is sedert 15 februari 2011 van ambtswege afgevoerd.

* In een persoonlijk ondertekende verklaring d.d. 10 juni 2011 bevestigt verzoeker dat hij noch ten tijde van de feiten noch heden over een familiale polis / polis rechtsbijstand beschikt(e).

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 4.999,77:

- hoofdsom cf. vonnis d.d. 15.03.11: euro 4.330,52

- verplaatsings- en administratiekosten: euro 250,00

- morele schade TAO: euro 1.484,25

100 % van 18.11.07 t.e.m. 07.12.07

waarvan 3 d. hospital. x euro 31 = euro 93,00

en 47 d. x euro 25 = euro 1.175,00

25 % van 08.12.07 t.e.m. 31.12.07 : 23 d. x euro 6,25 = euro 143,75

5 % van 01.01.08 t.e.m. 28.02.08 : 58 d. x euro 1,25 = euro 72,50

- blijvende invaliditeit: euro 1.925,00

2 % x euro 1.925 per punt / 2 (enkel moreel)

- economisch verlies huisman: euro 519,49

- meerinspanningen: euro 151,78

- procedurekosten: euro 669,25

- rechtsplegingsvergoeding: euro 650,00

- expeditie vonnis: euro 19,25

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1 van voormelde wet. ‘Economisch verlies huisman' en ‘meerinspanningen' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor vergoeding.

Voor de blijvende invaliditeit meent de Commissie evenmin een hulp te moeten toekennen, nu Dr. Hören in zijn deskundig verslag geen blijvende letsels heeft weerhouden.

Met betrekking tot de gevraagde hulp voor morele schade TAO stelt de Commissie vast dat er bij de berekening van het gevorderd bedrag, wat de periode van 100 % TAO (zonder hospitalisatie) betreft, verkeerdelijk werd uitgegaan van 47 dagen in plaats van 17 dagen. Bijgevolg dient het gevraagd hulpbedrag met euro 750 (30 d. x euro 25) te worden verminderd tot euro 734,25.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie in billijkheid een hulp te kunnen toekennen van euro 1.654.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 1.654.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 3 februari 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 26 mei 2011, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.