- Beslissing van 3 februari 2012

03/02/2012 - M91054/6986

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Op 15 april 2007 werd verzoekster te ... meermaals geslagen door haar ex-vriend, de genaamde Ali Z. (° 1975).

Verzoekster leerde Ali eind 2005 kennen in het uitgaansleven. Korte tijd later kregen ze een relatie.

Op 15 april 2007 is verzoekster naar Ali thuis gegaan. Kort na haar aankomst vertrok Ali naar ... om iets te regelen. Ze is Ali gevolgd samen met de genaamde Karim Y.. In de wagen waarschuwde Karim haar dat Ali via kennissen vernomen had dat ze enkele dagen tevoren was uitgegaan en kennis had gemaakt met andere jongens en dat Ali hierdoor erg kwaad op haar was.

Toen ze Ali ontmoette op de parking, greep Ali haar bij de haren en sloeg haar enkele malen met het hoofd tegen de wagen. Tevens gaf hij haar stoten tegen haar lichaam. Hij was duidelijk kwaad om de roddels die hij gehoord had en was onder invloed van drank en/of drugs. Daarna kalmeerde hij.

Omstreeks 18 u zijn ze naar de woning van Karim gereden. In de wagen begon Ali terug kwaad te worden op verzoekster. Op een bepaald ogenblik sloeg hij haar met het hoofd tegen het stuur, waardoor haar lip begon te bloeden. Tevens moest ze meerdere slagen met de platte hand incasseren.

Verzoekster is uiteindelijk de woning van Karim binnengelopen om bescherming te zoeken, maar Ali greep haar vast en sloeg met volle kracht met zijn vuist op haar linkerkaak. Ze viel op de grond, is rechtgekropen en naar de badkamer gelopen. Daar kwam ze Sana Y. tegen, die zich over haar bekommerde en haar naar het ziekenhuis bracht.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 3 juli 2008 werd de heer Ali Z., zich bevindend in staat van wettelijke herhaling, wegens het plegen van onder meer de sub I vermelde feiten (toebrengen van opzettelijke slagen en verwondingen + uiten van mondelinge bedreigingen t.o.v. verzoekster) veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van twee jaar en tot een geldboete van euro 550.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van een provisie van euro 15.986,41 meer intresten aan verzoekster.

Tegen alle beschikkingen van dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door de beklaagde, alsook door het Openbaar Ministerie (tegen de strafrechtelijke beschikkingen).

Bij arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 31 maart 2009 werd het bestreden vonnis op strafgebied hervormd, in die zin dat de aan de beklaagde opgelegde effectieve gevangenisstraf werd herleid tot zes maanden. Op burgerlijk gebied werd het bestreden vonnis bevestigd.

Blijkens een attest van de griffie verkreeg het arrest kracht van gewijsde.

III. Gevolgen van de feiten

* Na de feiten werd verzoekster overgebracht naar de afdeling spoedgevallen van het A...ziekenhuis, alwaar ze verbleef tot 16 april 2007.

Ingevolge de toegebrachte slagen werd de kaak van verzoekster op twee plaatsen gebroken. Er volgden twee operaties om het kaakbeen te herstellen.

Daarnaast werd ook het neusbeen van verzoekster geraakt en werden een aantal tanden uitgeslagen. Het scheve neusbeen werd reeds geopereerd en een aantal tanden werden terug in het gebit geplaatst en met ijzerdraad vastgeplakt.

De vier voorste tanden zijn echter verloren en moeten terug hersteld worden met kronen en een operatie met boteffectie.

Verzoekster hield aan de operatie aan haar kaak ook een litteken over achter het oor.

Aan haar kaak werd een titanium ijzerplaatje bevestigd dat nooit meer mag verwijderd worden.

* In zijn deskundig verslag d.d. 9 augustus 2007 weerhoudt Prof. Dr. med. W. Jacobs de volgende graden en periodes van tijdelijke arbeidsongeschiktheid:

100 % van 15.04.07 t.e.m. 31.05.07

20 % van 01.06.07 t.e.m. 15.06.07

10 % van 16.06.07 t.e.m. 30.06.07

5 % van 01.07.07 t.e.m. later te bepalen.

De esthetische schade wordt geschat op 3,5 op de schaal van 7 (lichte scheefstand van de neus, litteken t.h.v. de hals).

Luidens het deskundig verslag d.d. 10 oktober 2007 van mevrouw C. V., forensisch odontoloog, bedraagt het invaliditeitspercentage voor het verlies van vier fronttanden, hersteld door een doeltreffende prothese 1,8 %, afgerond naar de volgende hogere eenheid: 2 %.

* Met betrekking tot het herstel van de tandschade lezen we in het verslag van mevrouw Stephanie V. d.d. 7 oktober 2009 het volgende:

"Aangezien het plaatsen van een botgreffe (door Dr. D.) zonder resultaat bleef, werd er een tweede advies gevraagd aan Dr. O. (stomatoloog-AZ N.) en tandarts An P. (specialiste prothetische tandheelkunde).

Onderzoek wees uit dat een nieuwe botgreffe en herstel op implantaten af te raden zijn. Daarom is momenteel de beste oplossing een VMK-brug op goudlegering met cervicaal roze porselein.

Heden zal gestart worden met de frontbrug van 6 elementen (pijlers 13 en 23). De kostprijs bedraagt 4200 euro.

Tandart A. P. wees er wel op dat deze brug zeker geen levenslange oplossing is. In het ergste geval gaan ook tand nr. 13 en 23 verloren. Dan kan wel een implantaatbrug geplaatst worden met een implantaat t.h.v. 13 en 23 en 1 centraal implantaat. Kostprijs bedraagt 9000 euro.

Als tand nr. 13 en 23 niet verloren gaan zal toch, aangezien haar jeugdige leeftijd, de frontbrug nog enkele keren moeten vervangen worden. De gemiddelde leeftijd van een brug is 10 à 15 jaar. Daarom vraag ik u toch zeker voor dit brugwerk 2 keer een hernieuwing uit te betalen (= 8400 euro)."

* In het bij de Commissie ingediend verzoekschrift deelt de raadsman van verzoekster mee dat de door zijn cliënte opgelopen lichamelijke schade is toegenomen sedert de gerechtelijke procedure. Om die reden wordt om de aanstelling verzocht van de Gerechtelijk-geneeskundige Dienst (hierna G.G.D.).

* In het verslag van de G.G.D., neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 6 juli 2011, worden de volgende graden en periodes van tijdelijke arbeidsongeschiktheid bepaald:

100 % van 15.04.07 t.e.m. 31.05.07

20 % van 01.06.07 t.e.m. 15.06.07

10 % van 16.06.07 t.e.m. 30.06.07

5 % van 01.07.07 t.e.m. 31.12.07.

Er is consolidatie op 1 januari 2008, met een blijvende invaliditeit én arbeidsongeschiktheid van 4 %.

De tanden werden hersteld d.m.v. een prothese.

De esthetische schade wordt geschat op 3 op de schaal van 7 (brede neus, asymmetrie van het gelaat).

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

* Bij beslissing van de vijfde kamer van de Commissie d.d. 28 februari 2008 werd aan verzoekster een noodhulp toegekend van euro 5.700 ter dekking van de kosten van de tandoperatie (dossier M 71136).

* Op 23 maart 2009 betaalde de heer Z. een bedrag af van euro 400 (deze éénmalige afkorting werd duidelijk gedaan met het oog op een mildere straf in graad van hoger beroep).

De mogelijkheden tot verdere recuperatie bij de dader zijn echter onbestaande. Hij verblijft nog tot 17 mei 2014 in de strafinrichting te ... .

* In het kader van de waarborg ‘onvermogen van derden' keerde de rechtsbijstandsverzekeraar (Ethias) aan verzoekster een bedrag uit van euro 20.000, zijnde het plafondbedrag.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Na neerlegging van het verslag van de G.G.D. wordt de geleden schade als volgt begroot:

- medische en aanverwante kosten: euro 15.651,88

- doktersbezoeken: euro 107,09

- ziekenhuiskosten: euro 376,22

- medicatie: euro 161,70

- tandprothese: euro 720,00

- operatie Dr. Dom: euro 1.086,87

- frontbrug: euro 4.200,00

- implantaatbrug: euro 9.000,00

- morele schade TAO: euro 805,00

hospitalisatie van 15.04.07 t.e.m. 17.04.07 : 3 d. x euro 37,50 = euro 112,50

100 % van 18.04.07 t.e.m. 31.05.07 : 14 (sic) d. x euro 25 = euro 350,00

20 % van 01.06.07 t.e.m. 15.06.07 : 15 d. x euro 5,00 = euro 75,00

10 % van 16.06.07 t.e.m. 30.06.07 : 15 d. x euro 2,50 = euro 37,50

5 % van 01.07.07 t.e.m. 31.12.07 : 184 d. x euro 1,25 = euro 230,00

- blijvende arbeidsongeschiktheid (moreel-materieel): euro 8.248,00

4 % x euro 2.062

- blijvende invaliditeit: euro 4.124,00

4 % x euro 2.062 / 2 (enkel moreel)

- esthetische schade (4/7): euro 4.400,00

- intresten: euro 6.218,53

Subtotaal: euro 39.447,41

Van dit bedrag dient de som van euro 28.526,24 in mindering te worden gebracht:

- toegekende noodhulp: euro 5.700,00

- uitkering Ethias (waarborg ‘onvermogen'): euro 20.000,00

- afbetaling dader: euro 400,00

- intresten: euro 2.426,24

Aldus wordt om de toekenning gevraagd van een hulp van euro 10.921,17.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 2, van voormelde wet. Intresten worden hierin niet vermeld en vormen dus geen bestanddeel van de schade waarop de Commissie zich baseert bij het toekennen van een financiële hulp.

Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet in aanmerking komen voor een financiële hulp. De Commissie is van oordeel dat het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt, niet van toepassing is in het stelsel van financiële hulpverlening aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. De schuldenaar van de toegekende hulp, met name de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. Bovendien brengt ook in het gemeen recht de toepassing van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek niet mee dat de intresten automatisch verschuldigd zijn, vermits zij moeten gevraagd of gevorderd worden door het slachtoffer en de rechter ze niet mag toekennen wanneer een dergelijke vraag of vordering ontbreekt.

De Raad van State heeft zich in een uitvoerig gemotiveerd arrest bij de stellingname van de Commissie aangesloten (arrest nr. 165.787 van 12 december 2006).

Wat de gevraagde hulp voor ‘blijvende arbeidsongeschiktheid' en ‘blijvende invaliditeit' betreft, is de Commissie van oordeel dat er sprake is van dubbel gebruik. Immers, aangezien er geen stukken voorliggen waaruit blijkt dat verzoekster inkomstenverlies heeft geleden, kan enkel rekening gehouden worden met de morele component van de ongeschiktheid. ‘Meerinspanningen', ‘verlies van de economische waarde huishoudelijke arbeid' en/of ‘loutere aantasting van de arbeidswaarde op de arbeidsmarkt (zonder loonverlies)' ressorteren immers niet onder de limitatief opgesomde schadeposten in artikel 32, § 1 van de wet. Aldus kan voor beide schadeposten samen slechts een hulpbedrag van euro 4.124 worden toegekend.

Gelet op de bovenstaande opmerkingen stelt de Commissie vast dat het bedrag van de voor vergoeding in aanmerking komende schadeposten (medische en aanverwante kosten, morele schade TAO en BAO, esthetische schade) in totaal euro 24.980,88 beloopt.

Nu de totale som aan door verzoekster verkregen vergoedingen (noodhulp + verzekeringsuitkering + afbetaling vanwege de dader) euro 26.100 bedraagt, is de Commissie van oordeel dat verzoekster volledig werd vergoed, zodat haar hulpverzoek moet worden afgewezen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk maar ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 3 februari 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 13 november 2009, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.