- Beslissing van 10 februari 2012

10/02/2012 - M11-3-1164/8557

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

- Uit het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg d.d. 12 mei 2006: "Volgens het openbaar ministerie heeft de eerste beklaagde Theo W., in 1997 - 1998 zijn toen nog minderjarige stiefdochter verschillende keren aangerand en verkracht, en dit met mede-weten en hulp van de moeder."

- Kwalificatie uit bovenvermeld vonnis t.a.v. Theo W.:

- "tussen 8 oktober 1997 en 1 juli 1998: meermaals de misdaad van verkrachting gepleegd te hebben op de persoon van een minderjarige boven de volle leeftijd van 16 jaar, nl. op X., de verkrachting zijnde elke daad van seksuele penetratie van welke aard en met welk middel ook, op een persoon die daar niet in toestemt, de daad met name opgedrongen zijnde door middel van geweld, dwang of list of mogelijk gemaakt zijnde door een onvolwaardigheid of een lichamelijk of geestelijk gebrek van het slachtoffer, de schuldige behorende tot degenen die over het slachtoffer gezag hebben, nl. de vriend van de moeder van het slachtoffer;

- "aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging gepleegd te hebben op de persoon van een minderjarige boven de leefijd van zestien jaar, de schuldige behorend tot degenen die over het slachtoffer gezag hebben, nl. de vriend van de moeder van het slachtoffer."

II. Vervolging

- Theo W. werd bij bovenvermeld vonnis voor deze feiten veroordeeld tot een gevan-genisstraf van 6 jaar. Hij werd tevens ontzet uit de rechten voor 5 jaar. Uit het vonnis: "De rechtbank beschouwt tweede beklaagde, de moeder, als mededader van de feiten. Tweede beklaagde heeft immers verklaard dat zij zelf haar dochter heeft gevraagd om betrekkingen te hebben met eerste beklaagde en hierbij eenmaal zelfs haar hand vasthield. Dit is een eigen concreet initiatief van de moeder, dat mee de verkrachting tot gevolg heeft gehad." Marie Christine Z. werd medeveroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 jaar en on-der voorwaarden.

Op burgerlijk gebied werden Theo W. en Marie Christine Z. solidair veroor-deeld om aan verzoekster euro 5.000 provisioneel te betalen voor morele en materiële schade vermengd. Mevrouw N. De Vos werd als gerechtsdeskundige aangesteld.

- Bij vonnis de Rechtbank van Eerste Aanleg te ... d.d. 14 mei 2010 werden de daders: Theo W.: bij verstek en Marie Christine Z.: op tegenspraak, solidair veroordeeld om aan verzoekster euro 26.200 te betalen definitief:

euro 31.200 - euro 5.000 = euro 26.200.

Verzoekster tekende hiertegen hoger beroep aan. Zij vroeg de aanstelling van een college van deskundigen om advies te verstrekken omtrent de omvang van de door haar opgelopen psychische schade en de evolutie van de schade in de tijd ... ;"

- Bij arrest van het Hof van beroep te ... d.d. 8 februari 2011 werden N. De Vos, K. Dillen en R. Verelst aangesteld als deskundigen. In het arrest werd uitdrukkelijk gesteld dat de daders de kosten van het deskundige onderzoek dienen te dragen en zij een voorschot dienen te storten ter griffie van het Hof ten bedrage van euro 1.500.

III. Gevolgen van de feiten

Hierover werd nog niets medegedeeld.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Verzoekster is arbeidsongeschikt en beschikt over een beperkte werkloosheidsuitkering.

Zij woont samen met haar vriend die het als zelfstandige niet breed heeft.

V. Begroting van de gevraagde noodhulp

In het verzoekschrift d.d. 10 november 2011 vraagt de advocaat van verzoekster namens zijn cliënte om de toekenning van een noodhulp van euro 1.500 met het oog op de betaling van de provisie van het College van deskundigen. Dit bedrag zal de deskundigen toelaten een verslag neer te leggen, waarna de burgerlijke procedure kan worden afgehandeld.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Artikel 36 van de wet van 1 augustus 1985 bepaalt de voorwaarden tot toekenning van een noodhulp:

"Onverminderd de toepassing van de artikelen 31 tot 33, § 1, kan de commissie een noodhulp toekennen wanneer elke vertraging bij de toekenning van de hulp de ver-zoeker een ernstig nadeel kan berokkenen, gelet op zijn financiële situatie.

De noodhulp wordt per schadegeval en per verzoeker toegekend voor schade boven 500 euro en is beperkt tot een bedrag van 15 000 euro.

Het verzoek tot toekenning van een noodhulp kan worden ingediend zodra de verzoeker klacht heeft ingediend of zich burgerlijke partij heeft gesteld."

De voorzitter van de Commissie stelt vast dat de toekenning van een noodhulp noodza-kelijk is teneinde het college van deskundigen te provisioneren. De advocaat heeft op 31 januari 2012 het bewijs toegestuurd dat mevrouw X. de provisie van

euro 1.500 gestort heeft aan de griffie van het Hof van beroep te .... Vermits verzoekster niet over voldoende financiële middelen beschikt en aangezien het uitblijven van een hulp in hoofde van verzoekster een ernstig nadeel betekent, is voldaan aan de toekenningsvoorwaarden voor een noodhulp.

In die omstandigheden meent de Commissie aan verzoekster de gevraagde noodhulp toe te kunnen toekennen zoals hierna bepaald.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006;

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een noodhulp toe van euro 1.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 10 februari 2012.

De secretaris a.i., De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 10 november 2011 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een noodhulp als gevolg van seksueel misbruik op haar gepleegd.