- Beslissing van 17 februari 2012

17/02/2012 - M11-1-0370/8108

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

I. Feiten

Proces-verbaal van verhoor d.d. 05/09/2010:

"Heden, 05/09/2010 wens ik aangifte te doen van opzettelijke slagen en verwondingen en poging tot moord. Eergisteren kwam mijn schoonbroer aanbellen. Vandaag rond 20.30 ontstond er een ruzie tussen mijn schoonbroer en mijzelf. De reden van de ruzie is dat de relatie tussen de schoonbroer en zijn partner is beëindigd. Een andere aanleiding is dat er een meisje in mijn woning was die wat hulp kwam bieden tijdens poetswerken. Mijn schoonbroer probeerde het meisje te verleiden en wenste om er seksuele betrekkingen mee te hebben. Ik reageerde hierop en zei mijn schoonbroer dat dit niet gepast is.

Hierop verweet mijn schoonbroer me dat het mijn fout was dat de relatie tussen hem en zijn partner beëindigd is. Hierop nam mijn schoonbroer het ‘Senseo' apparaat en sloeg dit kapot op mijn hoofd. Daarna nam hij een keukenmes uit een lade en stak mij hiermee in mijn buik. Ik had geluk want het mes drong niet binnen in mijn lichaam. Daarna nam hij me vast aan mijn trui en probeerde me te wurgen met de kraag van mijn trui. Daarna diende hij mij verschillende vuistslagen toe. Ik kon met mijn GSM de hulpdiensten verwittigen en die kwamen ter plaatse"

Twee dagen later werd de wagen van verzoeker gestolen.

II. Vervolging

Bij tussenvonnis dd. 14 maart 2011 (bij verstek) van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd Hichem Z., alias Nabil Z. (zonder beroep, zonder gekende woonplaats, geboren op ../../1984) vervolgd voor onder meer de volgende tenlasteleggingen:

A. te ..., op 07.09.2010

door middel van braak, inklimming of valse sleutels, ten nadele van X. Mehdi een voertuig Daewoo Nubira, die hem niet toebehoorde bedrieglijk te hebben weggenomen

B. onder een bevel of onder een voorwaarde, mondeling, navolgende personen te hebben bedreigd met een aanslag op personen of op eigendommen, waarop een criminele straf is gesteld,

B.1. [...]

B.2. te ..., op 05.09.2010

X. Mehdi door ermee te dreigen dat hij niet uit België zou vertrekken alvorens hem te vermoorden

D. te ..., op 07.09.2010

opzettelijk verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Mehdi die voor deze een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge had(den).

E. te ..., op 05.09.2010

door gebaren of zinnebeelden X. Mehdi te hebben bedreigd met een aanslag op personen of op eigendommen, waarop een criminele straf gesteld is, nl. door met een voertuig recht op hem af te rijden

en bij samenhang

G. te ..., op 05.09.2010

buiten de gevallen omschreven in boek II, titel IX, hoofdstuk III van het strafwetboek, andermans roerende eigendommen opzettelijk te hebben beschadigd of vernield, nl. het gedeelte van de inboedel van de woning gelegen aan de Kwade Dries 16 te ... omvattende o.m. medicijnen, senseo-apparaat, GSM, kast met daarop TV, salon, zetels, leesbril, kader.

Tevens werd dr. E. Mattheeuws als deskundige aangesteld met de gebruikelijke opdrachten, met als bijzonderheid oog te hebben voor het oorzakelijk verband gezien de voorafbestaande medische problematieken die voorhanden zijn.

Bij eindvonnis dd. 10 oktober 2011 van de correctionele rechtbank te ... werden de tenlasteleggingen bewezen verklaard in hoofde van Z. waarvoor deze - opnieuw verstekmakend - veroordeeld werd tot 10 maanden gevangenisstraf en tot betaling aan verzoeker de hoofdsom van euro 6.694,64 meer de intresten, meer een RPV van euro 990.

- administratie en verplaatsingskosten euro 65,00

- schade bril euro 413,00

- TWO moreel euro 650,00

(14 d x euro 25 + meer forfait wegens incasseren van slagen op zich = euro 300)

- schade inboedel euro 2.697,36

- schade voertuig euro 2.125,00

- takelkosten euro 524,38

III. Medische gevolgen

- Uit bovenvermeld PV: "Tijdens het aanval liep ik volgend nadeel op: een fel gezwollen linker oog, een pijnlijke hals, een hoofdletsel, een kapotte GSM ter waarde van 200 euro van het merk "Nokia", mijn leesbril is eveneens kapot gemaakt tijdens de aanval en verder ook nog een senseomachine

- In een attest van Dr. P. B. d.d. 6 september 2010 staat: "Deze patiënt klaagt in toenemende mate van uitgesproken pijn ter hoogte van de hals aan de linkerkant. Verder blijft er een duidelijk hyperesthetisch hyperemotioneel syndroom met precordialgie en ook vertigoklachten op basis van chronische hyperventilatie. Hij werd geopereerd laaglumbaal en blijft last hebben van chronische pijn. Patiënt neemt tal van psychopharma en is momenteel niet in staat te werken. Zijn arbeidsongeschiktheid is volledig."

- Er wordt een attest overgemaakt van het AZ te ... met als datum opname van 07/09/2010 tot en met 10/09/2010 en met vermelding: 3e keer op spoedgevallen op korte tijd nav. fles op hoofd, ecchymose linker oog, pijn ribben.

IV. Begroting van de schade door verzoeker

Initieel vroeg verzoeker om een niet nader begrote noodhulp.

Op 28 oktober 2011 vroeg (de raadsman van) verzoeker aan de Commissie om de bedragen toe te kennen zoals toegewezen door de correctionele rechtbank op 10 oktober 2011.

Op 3 november 2011 schreef het secretariaat van de Commissie (de raadsman van) verzoeker een brief met volgende inhoud:

" Uw cliënt beschikt thans over een definitief vonnis. Het lijkt derhalve weinig zinvol om zijn verzoekschrift tot noodhulp te handhaven; te meer omdat de post TWO moreel niet in aanmerking komt voor een ‘noodhulp'.

Mag ik noteren dat de vraag tot noodhulp wordt omgezet in een vraag tot ‘hoofdhulp'? Gaarne uw expliciete bevestiging.

Een onduidelijkheid in dit dossier is welk bedrag gevraagd wordt (als hoofdhulp).

Ik merk op dat een aantal schadeposten, weerhouden in het vonnis van 10 oktober 2011, niet in aanmerking komen voor een hulp vanwege de Staat.

De Commissie verzekert immers geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985.

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

Tot ‘materiële kosten', zoals vermeld in artikel 32, §1, 7° en waarvoor - conform art. 2 van het K.B. van 18 december 1986 - het maximumbedrag vastgesteld is op euro 1.250, rekent de Commissie alleen kosten die in rechtstreeks verband staan met de "ernstige lichamelijke of psychische schade" als bedoeld in artikel 31, 1°, van de wet. De Commissie kan enkel tussenkomen voor de schade die het gevolg is van een op de persoon van het slachtoffer gepleegde gewelddaad.

Zo worden volgens vaste rechtspraak van de Commissie takelkosten, schade voertuig, schade inboedel en aankoop van een GSM niet beschouwd als kosten die in rechtstreeks verband staan met de lichamelijke of psychische schade.

In zover uw cliënt de toegewezen rechtsplegingsvergoeding zou vragen, wordt opgemerkt dat hij een rechtsbijstandverzekering heeft afgesloten. Nu u zijn burgerlijke partijstelling inleidde, in opdracht en op kosten van de verzekeringsmaatschappij, komt de rechtsplegingsvergoeding, indien deze betaald zou worden, toe aan de maatschappij (die ook uw ereloonstaat ten laste neemt).

Kortom, het bedrag dat voor de rechtsplegingsvergoeding betaald wordt, komt nooit het slachtoffer ten goede (hetgeen niet kadert binnen de filosofie van de wet van 1 augustus 1985)

Blijft nog over :

- schade bril euro 413,00

- TWO moreel euro 650,00

- admin. kosten euro 65,00

Zijn dit de hulpbedragen die uw cliënt thans aan de Commissie vraagt? "

Bij brief van 5 januari 2012 liet de raadsman van verzoeker weten dat hij akkoord ging met de inhoud van het schrijven van het secretariaat van 3 november 2011.

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

De schadepost TWO moreel ad euro 650 is samengesteld uit twee componenten:

- 14 d x euro 25 = euro 350

- forfait wegens incasseren van slagen op zich = euro 300

De schadecomponent ‘forfait wegens incasseren van slagen op zich‘ komt evenmin in aanmerking voor een financiële hulp omdat deze eerder moet beschouwd worden als een vorm van morele schade voortspruitend uit de feiten an sich. Artikel 32, §1, 1° van de geciteerde limitatieve lijst legt de Commissie immers op om bij de toekenning van een hulp voor de morele schade rekening te houden met de tijdelijke of blijvende invaliditeit.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 828.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 828.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 17 februari 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 6 april 2011 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.