- Beslissing van 17 februari 2012

17/02/2012 - M91115/7005

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

I. Feiten

Verzoeker vat de feiten samen als volgt:

" Ik zag Bjorn in een auto zitten en begroette hem. Hierop stapte hij uit en kwam naar mij toe.

Zonder enige aanleiding begon hij plots op mij te slaan. Hij klopte mij gewoon in elkaar. Hierdoor viel ik op de grond doch ik kon naderhand met mijn auto wegvluchten.

Sindsdien ben ik volledig en onafgebroken arbeidsongeschikt. "

II. Vervolging

II-1. Bij vonnis dd. 22 april 2008 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd, onder meer, de hierna vermelde tenlastelegging bewezen verklaard in hoofde van Bjorn Z. (° 1985) waarvoor hij veroordeeld werd tot 4 jaar hoofdgevangenisstraf waarvan 2 jaar effectief (met uitstel voor de duur van 5 jaar voor de andere helft van de straf) :

"Opzettelijk verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan een persoon die voor deze een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge had(den).

B.1. [...]

B.2. te ... op 14.10.2007

tnv. X. Kevin

inbreuken op art. 392, 398 lid 1, 399 lid 1 Sw.

Dit vonnis verwierf strafrechtelijk kracht van gewijsde.

II-2. Op burgerlijk gebied werd Z. bij vonnis dd. 10 november 2009 van de rechtbank van eerste aanleg te ... veroordeeld tot betaling van een provisie van euro 500 moreel/materieel vermengd aan verzoeker, meer de intresten.

Dr. L. W. werd aangesteld als gerechtsdeskundige met de gebruikelijke opdrachten.

Na neerlegging van het deskundigenverslag werd Z. bij vonnis d.d. 30 maart 2010 van de rechtbank van eerste aanleg te ... veroordeeld tot betaling van euro 4.315,99 meer de intresten, meer de kosten van het deskundigenonderzoek van euro 620,30 en een RPV van euro 375. De eis van verzoeker met betrekking tot de blijvende invaliditeit werd onontvankelijk verklaard omdat "de vraag

van de burgerlijke partij onontvankelijk is inzoverre vergoeding gevorderd wordt voor schade uit strafbare feiten waarvoor niet vervolgd of niet veroordeeld. De strafrechter heeft uitdrukkelijk gesteld dat de attesten niet bewijzen dat er enige arbeidsongeschiktheid is, te meer de burgerlijke partij

opgenomen werd naar aanleiding van een verergering van een waarschijnlijk vooraf bestaande

psychiatrische toestand, op grond van welke consideransen de opdracht van de expert uitdrukkelijk als beperkte opdracht benoemde, namelijk de tijdelijke ongeschiktheid te beschrijven. Bjorn Z. werd vervolgd en veroordeeld voor een inbreuk op art. 399 lid 1 Sw. en hiervoor ook veroordeeld en niet op grond van art. 400 Sw. De vraag van de burgerlijke partij is onontvankelijk inzoverre vergoeding wordt gevorderd voor schade uit strafbare feiten waarvoor niet vervolgd of niet veroordeeld"

III. Medische gevolgen

Deskundigenverslag van dr. L. W. d.d. 5 mei 2009:

"Bespreking

X. Kevin werd op 14 oktober 2007 te ... het slachtoffer van slagen en verwondingen.

Op fysisch gebied manifesteerden zich weinig blijvende letsels (litteken ter hoogte van de lip). Er was wel een tijdelijke ongeschiktheid (naar aanleiding van de multipele kneuzingen) .

Op psychiatrisch gebied waren de letsels wel erger. Alhoewel er niet kan ontkend worden dat er reeds een voorafbestaande toestand was, hebben de feiten (slagen en verwondingen, de geweldpleging) duidelijk een trigger veroorzaakt die op de psychiatrische problematiek toch in erge mate een invloed gehad heeft.

Bij een traumatische gebeurtenis zijn drie bijzondere aspecten aanwezig, namelijk het geweld, de overtreding (van regels, normen en wetten) en de intentionaliteit (hier het moedwillig voornemen). Deze drie kenmerken zijn geen neutrale fenomenen, maar elk van hen katalyseert namelijk een intense psychosociale nasleep, omdat de slachtoffers zich dienen aan te passen aan deze cognitieve dissonantieaspecten (toestand van innerlijke spanning ten gevolge van het als tegenstrijdig ervaren van twee bewustzijnsinhouden). Er is met andere woorden iets ernstigs gebeurd dat "normaal" niet had mogen gebeuren. Men kan hier duidelijk spreken van een posttraumatisch stresssyndroom.

Ook Kevin X. vertelt tijdens de expertisezitting dat hij denkt dat alle posttraumatische problemen aan hem liggen.

Er is de problematiek van de schade verbonden aan de psychologische en psychopathologische sequelen van de blootstelling van mensen aan ernstige externe gebeurtenissen in het privé-leven. Het gaat om situaties van onverwachte blootstelling aan een min of meer levensbedreigende gebeurtenis die normaal in het leven van een mens niet voorkomt.

X. Kevin was als slachtoffer rechtstreeks betrokken bij de gebeurtenis. Typisch ook bij een posttraumatisch stresssyndroom is de victimisatie (zichzelf tot slachtoffer maken).

Na het trauma zijn er nieuwe klachten verschenen zoals voornamelijk angstgevoelens, en een depressieve stemming ("stressreactie"). De motivatieproblemen staan in causaal verband met het trauma en worden niet secundair onderhouden door ziektewinst (het zich fixeren in de rol van ziekte om er winst uit te halen).

Indien de klachten blijven bestaan na één maand spreekt men van een posttraumatische stressstoornis die chronisch wordt indien ze langer dan drie maanden duurt.

Besluit

Tengevolge van het geweld te ... op 14 oktober 2007:

1. Fysische letsels: contusies overal en wonde ter hoogte van de lip (niet gehecht). Alhoewel

geen retrograde amnesie en geen bewusteloosheid, kunnen we, gezien de klap en het

braken, toch een lichte commotie met een postcommotioneel syndroom met

subjectieve symptomen weerhouden.

2. Psychische letsels: posttraumatisch stresssyndroom waarvoor ondermeer opname in het

ziekenhuis. Dit alhoewel een voorafbestaande toestand, ernstige verergering van de ziektetoestand. Er weze opgemerkt dat betrokkene voor de feiten nog nooit opgenomen werd voor zijn psychische toestand.

Als objectief gegeven is er een litteken (3 mm op 3 mm) zonder ongevoeligheid. Het litteken is

niet vatbaar voor verbetering door heelkunde.

De letsels zijn met zekerheid te wijten aan het stomp geweld uitgeoefend op betrokkene op 14

oktober 2007.

Tijdelijke arbeidsongeschiktheden en tijdelijke invaliditeiten:

100% van 14/10/2007 tot en met 31/12/2007

20% van 01/01/2008 tot en met 31/03/2008

Consolidatie op 01/04/2008.

De blijvende invaliditeit wordt geraamd op 10%.

De blijvende werkonbekwaamheid wordt geraamd op 10%.

Esthetische schade: 0-0,5 /7."

IV. Begroting van de schade door verzoeker

Verzoeker vraagt een financiële hulp van euro 5.811,49, samengesteld als volgt:

- medische kosten: euro 938,34

- verplaatsingskosten: euro 75,00

- TAO inkomstenverlies: euro 983,85

november: gemiddeld maandelijks inkomen euro 1.217,12 (bruto)

uitgekeerd door werkgever: euro 251,50

uitgekeerd door mutualiteit: euro 910,20

verschil: euro 55,42

december: gemiddeld maandelijks inkomen euro 1.217,12 (bruto)

uitgekeerd door mutualiteit: euro 805,56

verschil: euro 411,56

januari: gemiddeld maandelijks inkomen euro 1.217,12 (bruto)

uitgekeerd door mutualiteit: euro 939,12

verschil: euro 278,00

februari: gemiddeld maandelijks inkomen euro 1.217,12 (bruto)

uitgekeerd door mutualiteit: euro 978,25

verschil: euro 238,87

- TAO morele schade euro 2.574,00

- hosp.van 14.10.07 t.e.m 24.10.07 : 24 d. x euro 31 = euro 744,00

- 100 % van 25.10.07 t.e.m. 31.12.07 : 55 d. x euro 25 = euro 1.375,00

- 20 % van 01.01.08 t.e.m. 31.03.08 : 91 d. x euro 5 = euro 455,00

- intresten pro memorie

- esthetische schade (0 -0,5/7): euro 245,00

- procedurekosten: euro 995,30

- expertisekosten: euro 620,30

- rechtsplegingsvergoeding: euro 375,00

V. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

V-1. Het vonnis werd betekend aan de veroordeelde. Deze laatste, opgenomen in de strafrichting en onvermogend, betaalde gedurende jaren geen enkel bedrag af. Op 6 mei 2010 werd hij toegelaten tot het systeem van collectieve schuldenregeling.

V-2. Verzoeker verklaart in persoon dat hij over geen verzekering beschikt die tussenkomt in de schade die hij opliep voortspruitend uit de voorgebrachte feiten.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Op de rechtszitting dd. 11 januari 2012 deelt verzoeker aan de Commissie mee dat hij naar aanleiding van zijn aangifte van schuldvordering op 8 november 2011 een bedrag ontving van

euro 1.622,51, uitbetaald door de schuldbemiddelaar van de veroordeelde. Er werd beloofd om over te gaan tot volledige regeling van de hoofdsom van euro 4.816,19.

Uit artikel 31bis, §1, 5° van de wet van 1 augustus 1985 (" De schade kan niet afdoende worden hersteld door de dader of de burgerlijk aansprakelijke partij, op grond van een stelsel van sociale zekerheid of een private verzekering, noch op enige andere manier.") blijkt manifest dat de wetgever het subsidiariteitsbeginsel huldigt en dat het slachtoffer dus eerst beroep moet doen op de traditionele middelen om schadeloosstelling te bekomen, zoals bv. via de veroordeelde, alvorens zich te richten tot de Commissie.

Nu de veroordeelde zeer recentelijk een derde van de hoofdsom afbetaalde en de belofte maakt tot volledige regeling te willen overgaan, acht de Commissie het dan ook aangewezen om de evolutie af te wachten van (mogelijke) verdere afbetalingen. Verzoeker zal de Commissie hiervan op de hoogte houden.

Verzoeker merkt terecht op dat de intresten en procedurekosten niet opgenomen zijn in de minnelijke aanzuiveringsregeling.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985.

‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd overigens bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Een financiële hulp voor de gevraagde procedurekosten kan in huidig stadium daarentegen wél reeds worden toegewezen.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 995,30.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 995,30.

Verleent voorbehoud voor hulp uit hoofde van schade die niet door recuperatie bij de dader mogelijk is.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 17 februari 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 27 november 2009 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.