- Beslissing van 1 maart 2012

01/03/2012 - M10-5-1127/7714

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Tussen 28 januari 1999 en 18 mei 2007 werd verzoekster te ... meermaals ernstig seksueel misbruikt door haar vader (Alfons X.) en haar broer (Jimmy X.).

Alfons en Jimmy X. vergrepen zich eveneens aan hun andere dochter/zus, Toika (° 1983).

II. Vervolging

De heer Alfons X. werd vervolgd wegens aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging op Amantha X. tussen .. april 2002 en 1 februari 2007.

De heer Jimmy X. werd vervolgd wegens verkrachting op Amantha X. tussen .. april 2005 en .. april 2007, alsook wegens aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging tussen 28 januari 1999 en 18 mei 2007.

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 23 juni 2010 werden Alfons X. en Jimmy X. veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van respectievelijk vijf jaar en vier jaar.

Op burgerlijk gebied werden beide beklaagden elk veroordeeld tot betaling van een morele schadevergoeding van euro 3.000 meer intresten aan verzoekster.

Tegen alle beschikkingen van dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door beide beklaagden, alsook door het Openbaar Ministerie (enkel op strafgebied).

Bij arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 28 juli 2010 werd de aan de heer Alfons X. opgelegde gevangenisstraf verhoogd tot zes jaar. Op burgerlijk gebied werd het bestreden vonnis bevestigd.

Tegen dit arrest werd geen cassatieberoep ingesteld.

III. Gevolgen van de feiten

Op 9 mei 2001 is verzoekster gestart met een psychologische begeleiding via het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg te .... Ter zitting van de Commissie d.d. 9 februari 2012 deelde verzoekster mee dat die begeleiding nog steeds voortduurt.

In haar attest d.d. 14 juni 2011 deelt psychologe Ann Fransen mee dat de duur van de behandeling niet met zekerheid kan worden bepaald, gelet op de complexe aard van de problematiek.

Als richtprijs voor de begeleiding wordt een tarief euro 16 per gesprek gehanteerd. Omdat de psychologe op de hoogte is van de beperkte financiële middelen binnen het gezin van verzoekster, heeft zij voorlopig nog geen concrete afrekening opgesteld.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Luidens het verzoekschrift ontving verzoekster nog geen enkele vergoeding. Ze beschikt niet over enige verzekering ter dekking van de geleden schade.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een financiële hulp van euro 13.800:

- morele schadevergoeding cf. arrest d.d. 28.07.10: euro 6.000 (2 x euro 3.000)

- intresten: euro 6.500

- rechtsplegingsvergoeding (beide aanleggen): euro 1.300 (2 x euro 650)

Verzoekster verklaarde zich ter zitting van 9 februari 2012 te gedragen naar de wijsheid van de Commissie met betrekking tot het gevraagde hulpbedrag.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 2, van voornoemde wet.

Intresten worden hierin niet vermeld en vormen dus geen bestanddeel van de schade waarop de Commissie zich baseert bij het toekennen van een financiële hulp.

Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet in aanmerking komen voor een financiële hulp. De Commissie is van oordeel dat het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt, niet van toepassing is in het stelsel van financiële hulpverlening aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. De schuldenaar van de toegekende hulp, met name de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. Bovendien brengt ook in het gemeen recht de toepassing van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek niet mee dat de intresten automatisch verschuldigd zijn, vermits zij moeten gevraagd of gevorderd worden door het slachtoffer en de rechter ze niet mag toekennen wanneer een dergelijke vraag of vordering ontbreekt.

De Raad van State heeft zich in een uitvoerig gemotiveerd arrest bij de stellingname van de Commissie aangesloten (arrest nr. 165.787 van 12 december 2006).

De gevraagde hulp voor de rechtsplegingsvergoeding is wél toekenbaar.

Bij de beoordeling van de morele schade houdt de Commissie rekening met:

- de aard, de ernst, de lange duur en de frequentie van de gepleegde feiten;

- de jeugdige leeftijd van het slachtoffer;

- de specifieke familiale context waarin het jarenlang seksueel misbruik kon plaatsvinden;

- de ernstige gevolgen voor verzoekster, zoals nader toegelicht ter zitting;

- de door de Commissie gehanteerde tarieven in analoge dossiers inzake seksueel misbruik van minderjarigen.

Gelet op die factoren meent de Commissie voor de morele schade een hulp te kunnen toekennen van euro 15.000 (hierbij wordt er vanuit gegaan dat een bedrag van euro 7.500 aan elk van beide daders kan worden toegerekend).

De Commissie durft de wens uit te spreken dat dit hulpbedrag door verzoekster in belangrijke mate zou aangewend worden voor de therapie waaraan zij duidelijk nog nood heeft.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 16.300.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 1 maart 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE L. VULSTEKE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 12 oktober 2010, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp, voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.