- Beslissing van 8 maart 2012

08/03/2012 - M10-7-230/7769

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Verzoekster vat zelf de feiten samen als volgt:

"Toen ik op donderdag 26 april 2007 omstreeks 11.50 uur; gezien mijn leeftijd van 83 jaar traag wandelend langs de ... (rechterkant van de straat) van de stad terug naar huis ging, gebeurde er plots iets waar ik mij nooit aan verwacht had.

Ter hoogte van de blinde muur; kreeg ik plots een forse duw langs mijn linker zijde van langs

achter, waarop ik met mijn rechterkant tegen die muur belande.

Tegelijkertijd voelde ik hoe mijn handtas met geweld uit mijn linkerhand gerukt werd. Een paar fracties van een seconde later, kwam ik terug tot evenwicht en stond ik als het ware,

met een bonzend hart en aan de grond genageld; want voor mij zag ik iemand, zo snel als hij kon met mijn handtas weg lopen.

Om hulp roepen kon mij niet helpen; want er was niemand anders op de straat te bespeuren dan ikzelf en de vluchtende dader.

Ik vermoed dat de dader mij waarschijnlijk al een tijdje volgde en wachtte op het gepaste

moment om zijn slag te slaan.

Krampachtig en hulpeloos, wandelde ik met schrik en woedend met een krop in mijn keel naar huis. Duizenden dingen flitsten door mijn gedachten.

Thuisgekomen ging ik eerst al bevend bij mijn buurvrouw en vertelde haar wat er gebeurd was; omdat ik zo van streek was ging zij met mij mee naar huis; een geluk dat mijn sleutel in de zak van mijn jas zat.

Ik had een zodanige schrik dat ik achter mij de deur terug op slot deed, want ik dacht aan van alles. "

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 8 oktober 2007 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd de genaamde Kenny Z. (° 1986) schuldig verklaard aan het ten nadele van verzoekster bedrieglijk wegnemen van een handtas die hem niet toebehoorde door middel van geweld of bedreiging. Tevens werd hij veroordeeld tot betaling aan verzoekster een onbenoemde provisie van euro 2.000 meer de intresten.

Dr. Van Mulders werd als gerechtsdeskundige aangesteld.

Bij de afhandeling van de burgerlijke belangen stelde de rechtbank van eerste aanleg te ... in haar verstekvonnis van 22 december 2009 vast dat de schade van verzoekster op euro 1.428 kon worden bepaald. Echter, aangezien zij reeds meer aan provisie (euro 2.000 meer de intresten) toegewezen was dan haar uiteindelijk verschuldigd was, werd haar vordering als burgerlijke partij afgewezen als ongegrond.

III. Gevolgen van de feiten

Vonnis van 22/12/2009:

- "In het strafdossier verklaarde Angele X. dat zij naar aanleiding van de overval niet werd gewond"

- " Anderzijds is wel aannemelijk dat Angele X. na de feiten een angstpsychose heeft gehad, die haar leven op een ernstige wijze heeft verstoord. Redelijkerwijze kan aangenomen worden dat de gevolgen daarvan geminderd zijn door de loop der tijd, aangezien de deskundige consolideert met 3% BI. "

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. Verzoekster verklaart dat zij vanwege de veroordeelde nog geen enkele som mocht ontvangen. Het vonnis werd betekend aan Z. (" zonder beroep") op het adres van het OCMW te ....

IV-2. Verzoekster heeft een rechtsbijstandverzekering privé-leven afgesloten bij EUROMEX. Deze komt tussen in de advocaat- en gerechtskosten.

De clausule ‘onvermogen van derden' is enkel van toepassing op verkeersongevallen.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 1.428, meer de intresten, zijnde de hoofdsom bepaald bij vonnis van 22/12/2009.

- administratiekosten euro 50,00

- materiële schade euro 260,00

- TWO moreel (ex aequo et bono) euro 500,00

- B.I. moreel (3% x euro 412/2) euro 618,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

De ‘materiële kosten' dienen verband te houden met het opgelopen letsel. De Commissie kan alleen die kosten in aanmerking nemen die in rechtstreeks verband staan met de "ernstige lichamelijke of psychische schade" als bedoeld in artikel 31, 1°, van de wet.

Gestolen geld en goederen (ter waarde van euro 260) vallen hier niet onder.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 1.168.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 1.168.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 8 maart 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 4 november 2010 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.