- Beslissing van 17 april 2012

17/04/2012 - M11-1-1061/8503

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Op ../../2009 (uitgerekend op haar 16de verjaardag) werd Laura X., dochter van verzoekster in het Sint-Pietersstation te ... het slachtoffer van ongewenst seksueel gedrag.

De genaamde Z. begluurde die dag reeds geruime tijd jonge vrouwen en nam zelfs foto's onder de rokken van een aantal vrouwen. Hij stelde zich namelijk op de omhoog gaande roltrappen zo op dat hij gemakkelijk met zijn GSM foto's kon nemen onder de rokken.

Bij de dochter van verzoekster ging hij echter veel verder; hij betastte haar daadwerkelijk onder de rok.

Z. kon quasi op heterdaad worden betrapt.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 23 december 2009 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd de volgende tenlastelegging bewezen verklaard in hoofde van de genaamde Bogdan Z. (° 1963), en waarvoor deze veroordeeld werd tot 10 maanden gevangenisstraf met uitstel:

"Verdacht van:

te ... op ../../2009:

Aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging gepleegd te hebben op een persoon van een minderjarige boven de volle leeftijd van zestien jaar op het ogenblik van de feiten, namelijk op de persoon van Laura X., geboren op ../../1993,

de aanranding bestaande van zodra er een begin van uitvoering is;"

Op burgerlijk vlak werd Z. veroordeeld tot betaling van de volgende schadevergoedingen:

- aan de heer Gino X. (vader) euro 500,00

- aan mevr. Ann Y. (verzoekster) euro 528,55

- aan de h. en mevr. X. - Y. q.q. Laura euro 2.000 (morele schade) meer de intresten.

Z. stelde hoger beroep in. Bij arrest dd. 16 november 2010 van het Hof van Beroep te ... werd het bestreden vonnis in alle beschikkingen bevestigd.

Een cassatieberoep werd verworpen bij arrest dd. ../../2011 van het Hof van Cassatie.

III. Gevolgen van de feiten

Nota BP van 2/9/2009

" De beklaagde schond niet alleen de fysieke en psychische integriteit van Laura, bovendien zadelt hij haar levenslang op met een verjaardag vol nare herinneringen.

Laura ondervindt nog steeds heel wat problemen bij het emotioneel verwerken van de feiten.

Met moeite kan zij overtuigd worden van het feit dat zij zelf geen schuld treft in deze zaak.

Zij wordt overvallen door angst en durft nauwelijks het huis te verlaten. Zij slaapt sindsdien heel moeilijk en wordt geconfronteerd met talrijke nachtmerries.

Desbetreffend werd zij genoodzaakt haar toevlucht te nemen tot medicatie.

Door deze problemen gaat haar lichamelijke conditie achteruit. Zij vermagert zienderogen en is fel verzwakt.

Zij ervaart concentratiemoeilijkheden en heeft moeite met studeren.

Ook haar sociaal leven lijdt er onder. "

Volgens een attest van dr. M. O., huisarts, is er na 2 maanden weinig verbetering.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. Verzoekster verklaart nog geen vergoeding te hebben ontvangen vanwege de veroordeelde. Betrokkene woont terug in Polen. Volgens de aangesproken gerechtsdeurwaarder valt te verwachten dat de uitvoeringskosten dermate hoog zullen oplopen (cumulatie van honoraria) dat er wellicht voor verzoekster weinig zal overblijven.

IV-2. Verzoekster verklaart op geen enkele verzekeringstussenkomst te kunnen beroep doen.

Haar ex-echtgenoot, vader van Laura, heeft een rechtsbijstandverzekering afgesloten maar omdat zij gescheiden zijn, kan verzoekster daarvan niet genieten.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 577,67:

- morele schade euro 500,00

- medische kosten euro 28,55

- intresten euro 49,13

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 3, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 3° en 4° steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten;

3° de procedurekosten. "

‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een financiële hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Uit artikel 33, § 1 van de wet van 1 augustus 1985 blijkt dat het bedrag van de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is die beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St., Senaat 1984-85 nr. 873/2/1°,8). Dit uitgangspunt verleent aan de Commissie een appreciatiebevoegdheid, zowel inzake de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als inzake de bepaling van de omvang van het hulpbedrag.

Het voorgaande impliceert dat de Commissie voor bepaalde schadeposten andere tarieven kan (mag) hanteren dan die waarvan de correctionele rechter zich bedient. Hierdoor kan de door de Commissie toegekende hulp in meerdere of mindere mate afwijken van de in gemeenrecht toegewezen schadevergoeding. Zo baseert de Commissie zich onder meer bij het toekennen van een hulpbedrag voor de schadepost ‘morele schade' op haar rechtspraak in gelijkaardige dossiers.

Nu in voorliggend dossier aan de wettelijke toekenningsvoorwaarden voldaan is, komt de Commissie, in billijkheid oordelend nopens de hoegrootheid van het hulpbedrag waarbij zij zich baseert op haar rechtspraak in analoge schadegevallen, tot de vaststelling dat de wettelijke minimumdrempel van euro 500 (artikel 33, §2, van vermelde wet) niet bereikt wordt.

In die omstandigheden dient het verzoek te worden afgewezen als ongegrond.

De Commissie wenst evenwel te beklemtonen dat het afwijzen van het verzoek evident geen afbreuk doet aan het feit dat verzoekster ongetwijfeld geleden heeft onder hetgeen haar dochter overkwam en waarvoor de Commissie alle begrip toont. Als administratief rechtscollege heeft de Commissie zich echter te houden aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die haar werking regelen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk doch ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 17 april 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 6 oktober 2011 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.