- Beslissing van 17 april 2012

17/04/2012 - M11-7-1013/8467

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Op 20 mei 2007 werd verzoeker, politie-inspecteur, opgeroepen om bijstand te verlenen tijdens een familieruzie tussen vader en zoon Z..

Verzoeker werd daarbij geconfronteerd met Dieter Z. (zoon) die hem een kopstoot toediende tegen zijn linker oogkas. Verzoeker kreeg ook trappen tegen zijn scheenbeen en rechterhand te verduren.

Hij moest zich op spoed aanbieden waar een breuk in de rechterhand werd vastgesteld.

II. Vervolging

II-1. Bij vonnis dd. 13 augustus 2007 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd onder meer de volgende tenlastelegging bewezen verklaard in hoofde van de genaamde Dieter Z. (° 1987) en waarvoor deze veroordeeld werd tot een werkstraf van 300 uren:

"Beklaagd van wegens te ... op 20 mei 2007:

A. [...]

B. In de uitoefening of ter gelegenheid van de uitoefening van zijn bediening, aan X. Jan, Inspecteur bij de Lokale Politie Zone ..., agent, drager van het openbaar gezag, hetzij drager van de openbare macht, hetzij persoon met een openbare hoedanigheid bekleed, slagen toegebracht te hebben, met de omstandigheid dat de slagen, bloedstorting, verwonding of ziekte veroorzaakt hebben."

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoeker een provisie van euro 2.000 meer de intresten en aan de huwgemeenschap X. - Y. (verzoeker en echtgenote) een provisie van euro 1 meer de intresten.

Dr. J. Van M. werd aangesteld als geneesheer-deskundige met de gebruikelijke opdrachten.

Dit vonnis bekwam strafrechtelijk kracht van gewijsde.

II-2. Ter afhandeling van de burgerlijke belangen werd Dieter Z. bij vonnis dd. 30 december 2008 van de rechtbank van eerste aanleg te ... veroordeeld tot betaling van:

- 1. aan verzoeker in eigen naam: euro 2.021,25

- TWO moreel euro 1.704,50

- meerinspanningen euro 316,75

- 2. aan de huwgemeenschap X. - Y.: euro 1.059,25

- administratie- en verplaatsingskosten euro 59,00

- waarde huisman euro 1.000,25

Alle bedragen te vermeerderen met de intresten, meer een RPV van euro 650.

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van gerechtsdeskundige dr. J. V. dd. 04/04/2008

Letsels opgelopen bij ongeval van 20/05/2007

• Fractuur metacarpaal V rechter hand

• Kneuzing linker oogkas zonder fractuur

• Kneuzing linker onderbeen

Aard van het genezingsproces:

De letsels werden volgens de regels van de kunst behandeld en genazen binnen een redelijke en normale termijn.

Duur en graad van tijdelijke arbeidsongeschiktheid

100% van 21/05/2007 tot 20/07/2007

Tijdelijke ongeschiktheid

25% van 21/07/2007 tot 31/08/2007

10% van 01/09/2007 tot 30/09/2007

5 % van 01/10/2007 tot 31/12/2007

Consolidatiedatum:

01/01/2008 zonder blijvende ongeschiktheid

Blijvende invaliditeit:

Geen.

Esthetische schade:

Geen.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. Gerechtsdeurwaarder Hillemans, belast met de betekening en gedwongen uitvoering van de vonnissen, stortte op de derdenrekening van de raadsman van verzoeker volgende bedragen:

euro 172,66 + euro 96,27 + euro 96,27 + euro 193,64 + euro 95,27 = euro 654,11 (stand op 20/12/2011).

IV-2. De familiale polis komt niet tussen nu de feiten een arbeidsongeval betreffen.

De materiële schade (medische kosten en inkomstenverlies) werden ten laste genomen door de arbeidsongevallenverzekeraar.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vroeg op datum neerlegging verzoek (24/09/2011) de toekenning van een hulp van

euro 4.066,96

- hoofdsommen volgens vonnis van 30/12/2008 euro 3.080,50

- intresten euro 649,51

- RPV euro 650,00

- uitgiftekosten euro 52,15

-

Subtotaal euro 4.432,16

te verminderen met gedane afbetalingen - euro 365,20

TOTAAL: euro 4.066,96

Opmerking: de afbetalingen van euro 193,64 op 21/10/2011 en euro 95,27 op 23/12/2011 door de veroordeelde maakten nog geen deel uit van deze afrekening

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

De posten ‘intresten' en ‘meerinspanningen' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een financiële hulp.

De zienswijze van de Commissie ten aanzien van zowel de intresten als de meerinspanningen werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Inzake de intresten kan nog worden opgemerkt dat het principe - dat de bijzaak de hoofdzaak volgt - hier niet van toepassing is. Immers, de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade.

De post ‘waarde huisman' is evenmin opgenomen in artikel 32, §1 en komt bijgevolg niet in aanmerking voor een hulp.

Gelet op het subsidiariteitsbeginsel, dat vervat ligt in artikel 31bis, § 1, 5° van voormelde wet, dient de Commissie bij de toekenning van de hulpbedragen rekening te houden met de door verzoeker genoten afbetalingen tot heden door de veroordeelde.

Verzoeker begroot zijn schade door alle schadeposten - ook de volgens de wet van 1 augustus 1985 niet in aanmerking komende - op te tellen en daarvan de reeds ontvangen afbetalingen in mindering te brengen.

Aldus vraagt hij impliciet om de reeds geïnde bedragen toe te rekenen op de niet voor vergoeding in aanmerking komende schadeposten. De Commissie kan hiermee akkoord gaan.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 2.450.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 2.450.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 17 april 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 24 september 2011 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.