- Beslissing van 21 mei 2012

21/05/2012 - M12-1-0113/8729

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Verzoeker, cipier in de gevangenis te ..., vat de feiten samen als volgt: " Op 15 september [2010] rond 18/19 uur kreeg gedetineerde John Z. zijn medicatie. Hij gooide het bakje op de grond. Ik zei: "Gij gooit dat gewoon op de grond?" Hij trok zijn schouders op. Ik herhaalde mijn vraag. Hij kwam dichterbij en sloeg met de vuist in mijn gezicht. Daarna ontstond een schermutseling waarbij wij op de grond vielen.

Hij pakte mij bij de keel en drukte in mijn ogen. Ik kon ontkomen doch de schermutseling bleef duren waardoor ik weer viel. Penitentiair beambte Y. heeft mij toen achteruit getrokken en een andere gedetineerde heeft dan dhr. Z. in bedwang gehouden. "

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 14 november 2011 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd de volgende tenlastelegging bewezen geacht in hoofde van de genaamde John Z. (° 1977) die, gelet op de bevindingen van dr. C. D., zich in een staat van krankzinnigheid verkerend, geïnterneerd werd:

"Te ... op 15 september 2010:

X. Gerrit, officier van de openbare macht in actieve dienst, in de uitoefening of ter gelegenheid van de uitoefening van zijn bediening te hebben geslagen;

Betichte bevindende in staat van wettelijke herhaling, veroordeeld geweest zijnde tot een gevangenisstraf van ten minste één jaar, namelijk tot twee jaar hoofdens handel, bezit psychotrope stoffen; handel, bezit verdovende middelen ingevolge arrest van het hof van beroep te ... dd. 18 december 2009 dat kracht van gewijsde bekomen heeft op het ogenblik der huidige feiten, en

het nieuwe feit gepleegd zijnde voordat vijf jaar zijn verlopen sinds hij zijn straf heeft ondergaan of sinds zijn straf verjaard is; "

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoeker de hoofdsom van euro 715 meer de intresten en een RPV van euro 137,50.

- administratie en verplaatsingskosten euro 75,00

- morele schade euro 150,00

- esthetische schade (1/7) euro 490,00

Dit vonnis bekwam kracht van gewijsde (attest griffie).

III. Gevolgen van de feiten

Volgens de vaststellende geneesheer resulteerden de toegebrachte slagen in volgende letsels:

- ecchymose rechter ooglid

- ecchymose lidstreek

- schaafwonde rechter wijsvinger

- kneuzing rechter middenvinger

- schaafwonden linker- en rechterscheenbeen

Door de wrijving met de vloer manifesteert zich op het linkerscheenbeen een blijvende schaafwonde, duidelijk zichtbaar wanneer verzoeker een korte broek draagt (zie overgezonden kleurenfoto's).

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. Zowel de instrumenterende gerechtsdeurwaarder als de raadsman van de veroordeelde lieten weten dat uitvoering van het vonnis niet mogelijk is. Z. verblijft voor lange tijd in de gevangenis en geniet geen inkomsten. Ook in het vonnis, f° 3 wordt gewag gemaakt van "de beperkte financiële draagkracht van beklaagde".

IV-2. Verzoeker verklaart op geen verzekeringstussenkomst te kunnen beroep doen. Zijn raadsman wordt vergoed in het kader van de kosteloze rechtsbijstand.

IV-3. De feiten werden erkend als ‘arbeidsongeval'. Verzoeker ontving geen vergoeding omdat hij niet gedeeltelijk noch volledig tijdelijk noch blijvend werkonbekwaam werd als gevolg van de feiten.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 715 conform het vonnis van 14/11/2011 (zie rubriek II).

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Uit artikel 33, § 1 van de wet van 1 augustus 1985 blijkt dat het bedrag van de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is die beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St., Senaat 1984-85 nr. 873/2/1°,8). Dit uitgangspunt verleent aan de Commissie een appreciatiebevoegdheid, zowel inzake de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als inzake de bepaling van de omvang van het hulpbedrag.

Zo baseert de Commissie zich bij het toekennen van een hulpbedrag op, onder meer, haar rechtspraak in gelijkaardige dossiers.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op ex aequo et bono euro 500.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 21 mei 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 7 februari 2012 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.