- Beslissing van 21 mei 2012

21/05/2012 - M12-1-0152/8751

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Op 28 februari 2010 was verzoeker inzittende in een personenwagen die aangereden werd op een kruispunt. Zijn vriendin stapte uit maar werd brutaal tegen de motorkap geslagen door de bestuurder van het andere voertuig. Toen verzoeker uitstapte en tussenbeide kwam werden hem diverse slagen toebedeeld.

II. Vervolging

Verzoeker legde op datum der feiten klacht neer tegen de genaamde Mohamed Z..

Op 12 augustus 2011 seponeerde de procureur des Konings te het strafdossier omwille van "seining van de dader (voorlopig sepot) ".

Bij vonnis dd. 28 september 2011 van de 10 B kamer (rechtdoende over burgerlijke zaken) van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd Z. (° 1983) bij verstek veroordeeld tot betaling aan verzoeker de hoofdsom van euro 14.388,04, meer de intresten en een RPV van euro 687,50.

- administratie en verplaatsingskosten euro 180,00

- medische kosten euro 490,30

- TWO moreel euro 3.877,50

- B.I. (4% x euro 1.925) euro 7.700,00

- esthetische schade (1/7) euro 490,00

- inkomstenverlies (arbeider; periode 14/03/2010 - 30/06/2010) euro 736,82

- meerinspanningen euro 642,00

- economische schade huishouden euro 271,43

Tegen dit vonnis werd geen verzet noch hoger beroep aangetekend.

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies deskundigenverslag dr. M. Van G. 17/03/2011:

Opgelopen letsels:

Halsklachten linker zijde uitstralend naar linker arm.

Musculotendineuze pijnklacht.

Huidige toestand van de letsels:

Slachtoffer heeft nog klachten in de linkerschouder. Bij onderzoek is nog wat bewegingsbeperking van de linkerschouder.

Prognose:

De letsels zijn gestabiliseerd en consolideerbaar. Er zijn blijvende letsels met een weerslag tijdens de beroepsactiviteiten.

Er zijn atroscopielittekens ter hoogte van de linkerschouder. De blijvende esthetische schade is zeer licht.

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid

100% van 28/02/2010 t/m 30/06/2010

30% van 01/07/2010 t/m 31/07/2010

20 % van 01/08/2010 t/m 30/09/2010

10 % van 01/10/2010 t/m 30/11/2010

5 % van 01/12/2010 t/m 28/02/2011

Tijdelijke invaliditeit

100 % van 28/02/2010 t/m 30/06/2010

30 % van 01/07/2010 t/m 31/07/2010

20 % van 01/08/2010 t/m 30/09/2010

10 % van 01/10/2010 t/m 30/11/2010

5 % van 01/12/2010 t/m 28/02/2011

Consolidatiedatum: 1 maart 2011

Blijvende invaliditeit en arbeidsongeschiktheid: 4 %

Esthetische schade: 1 / 7

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De dader reed op ogenblik van de feiten met een ongeldig rijbewijs en verkeerde in staat van dronkenschap. Hij is gekend voor handel in verdovende middelen en stond op dat ogenblik reeds geseind voor het toebrengen van slagen en verwondingen.

Verzoeker heeft getracht om het verstekvonnis uit te voeren maar de dader bleek op 17 november 2011 geen gekende verblijfplaats in België noch in het buitenland te hebben en is ambtshalve geschrapt.

IV-2. Verzoeker heeft een familiale verzekeringspolis met luik rechtsbijstand afgesloten bij EUROMEX. Deze verzekeraar komt niet tussen omdat de insolventieclausule enkel schade dekt die uit verkeersongevallen voortspruit. Op 8/02/2012 schrijft EUROMEX: " In deze zaak werd verzekerde gewond ten gevolge van een agressieve daad na het ongeval. Zodoende speelt deze waarborg in kwestie niet. "

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 14.388,04 (samenstelling: zie rubriek II).

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

De posten ‘meerinspanningen' en ‘economische schade huishouden' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een hulp.

De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de meerinspanningen werd overigens bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Uit artikel 33, § 1 van de wet van 1 augustus 1985 blijkt dat het bedrag van de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is die beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St., Senaat 1984-85 nr. 873/2/1°,8). Dit uitgangspunt verleent aan de Commissie een appreciatiebevoegdheid, zowel inzake de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als inzake de bepaling van de omvang van het hulpbedrag.

Zo baseert de Commissie zich bij het toekennen van een hulpbedrag op, onder meer, haar rechtspraak in gelijkaardige dossiers.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op ex aequo et bono euro 10.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 10.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 21 mei 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 16 februari 2012 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.