- Beslissing van 27 juni 2012

27/06/2012 - M90423/6656

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Verzoeker was voorzitter van motorclub MC C.. Op 22 april 2003 werd omstreeks 18u 15 aan zijn woning aangebeld. Toen hij opendeed vielen een 8-tal personen van de rivaliserende motorbende Hell's Angels zijn woning binnen. Zij dienden hem slagen en stampen toe in het gelaat.

Vonnis dd. 13 maart 2007, correctionele rechtbank ...:

" Hij moest in de zetel gaan zitten onder dwang van twee mannen en de andere personen hebben gedurende ongeveer I5 à 20 minuten de ganse woning doorzocht en spullen meegenomen die ze in twee vuilzakken van 60 liter hebben gestopt.

[...]

De politie kon vaststellen dat het slachtoffer X. een fel opgezwollen gezicht had en een blauw oog (deel V, 368). In de woning van het slachtoffer bevond zich een grote opgedroogde bloedplas in de gang en bloedspatten op de vloer in de keuken en in de voorplaats.

Volgens het deskundig verslag dat werd bevolen tijdens het gerechtelijk onderzoek, liep het slachtoffer X. een neusfractuur en verschillende kneuzingen op en was hij tijdelijk werkonbekwaam.

[...]

Er is wel twijfel over de vraag of bij de diefstal gebruik gemaakt werd van wapens. Geconfronteerd met de vraag van de politie of er wapens gebruikt werden, verklaarde het slachtoffer hieromtrent dat hij zich niet kon uitspreken over wapens. Hij had wel iets in zijn rug gevoeld maar wist niet wat; de overmacht van de acht personen was te groot geweest voor hem.

[...]

Volgens Paul X. diende hij na de inval in zijn woning te ..., omstreeks 18h15, te bellen naar de club van de "Mc C." in ... en moest hij een afspraak maken om diezelfde avond langs te komen. Onder bedreiging (van een wapen?) werd hij verplicht de beklaagden te vergezellen naar .... Zij reden vanuit ... eerst met 2 wagens naar het clubcafé van de Hell's Angels ... (D. D.) in ...; hijzelf zat in een witte Peugeot 205. In ... kwam er nog een voertuig bij, een Mercedes Vito. Hij diende hierin plaats te nemen en ze reden hiermee naar de markt van Sint-Truiden, waar er nog een aantal personen bijkwamen tot ze uiteindelijk met 15 à 20 man waren. Vervolgens reden ze naar het clubhuis van de C. in ....

Hij diende er aan te bellen opdat ze hen zouden binnenlaten. Toen Yves R. de poort opendeed stormde de ganse bende naar binnen. Zij sloegen er alles stuk en hebben de aanwezige leden afgeslagen. Hijzelf bleef buiten staan waar hij werd bewaakt door twee beklaagden.

[...]

Pascal P. verklaarde (deel III - stuk 2) dat ze om 20 uur een vergadering in hun clubhuis hadden in .... Rond 18h was hij gebeld geweest door X. met de vraag om een afspraak te maken om eens te praten. X. zei niet waarover gepraat moest worden. Om 21h30 belde X. een tweede maal en vroeg of ze nog aanwezig waren - zij zouden nog ongeveer 30 minuten onderweg zijn.

Om 23h werd er dan aangebeld aan het clubhuis en zij zagen via de camera dat er 3 à 4 personen stonden die ze niet herkenden. Hij is samen met Ronny of Yves naar buiten gegaan waar ze dan X. herkenden. Toen de poort geopend werd kwamen er een 15 à 20 andere personen vanachter de dennen langs het terrein, gewapend met knuppels, baseball-sticks en andere gelopen. Deze personen hebben hen onder dwang binnen gebracht en hen bij de kachel laten staan. Ze hebben de hond buitengezet en zijn beginnen kloppen."

II. Vervolging

II-1. Bij vonnis dd. 13 maart 2007 van de correctionele rechtbank te ... werden de genaamde Mario S., Yvan V., John B., Pieter C. en Kurt V. veroordeeld tot ieder 3 jaar gevangenisstraf wegens:

" Beklaagd te:

1. Bij samenhang te ... op 22.04.2003 omstreeks 18.15 uur

De eerste, de tweede, de derde, de vierde, de negende, de tiende en de twaalfde

Als dader of mededader zoals voorzien door art. 66 van het Strafwetboek

A. Door middel van geweld of bedreiging, ten nadele van X. Paul een 30-tal t-shirten, 15 à 20 sweatshirts en 8 lederen vesten (gilets) met de kentekens van diverse motorclubs, o.m. van MC C., die hen niet toebehoorden bedrieglijk weggenomen te hebben met de omstandigheid dat het misdrijf gepleegd werd onder twee van de in artikel 471 SWB vermelde omstandigheden, namelijk:

- het misdrijf gepleegd werd door twee of meer personen

- de schuldige om het misdrijf te vergemakkelijken of zijn vlucht te verzekeren gebruik maakte van een voertuig of enig ander al dan niet met een motor aangedreven tuig en wapens of op wapens gelijkende voorwerpen werden gebruikt of getoond, of de schuldige deed geloven dat hij gewapend was.

B. Met voorbedachten rade opzettelijk verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Paul die voor deze een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hadden.

2. [...]

3. [...] "

II-2. Bij zelfde vonnis werden Mario S., Yvan V., John B., Pieter C. en Kurt V. solidair en in solidum veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van euro 3.206,25 aan verzoeker, verstekmakend , meer de intresten.

Tevens. werd voorbehoud verleend "voor het inkomensverlies als gevolg van de tijdelijke werkonbekwaamheid."

- verplaatsingskosten euro 200,00

- gestolen kledij euro 1.000,00

- schoonmaakkosten (opruimen woning) euro 100,00

- TWO moreel euro 906,25

- morele schade euro 1.000,00

(aangedaan door feiten + angst voor represailles)

II-3. Het O.M. tekende hoger beroep aan tegen het vonnis. Bij het strafrechtelijk in kracht van gewijsde getreden arrest dd. 1 juni 2010 van het Hof van Beroep te ... werden bepaalde tenlasteleggingen in hoofde van bepaalde beklaagden heromschreven.

II-4. Op burgerlijk gebied werd vastgesteld dat de burgerlijke partijen niet verschenen waren teneinde hun vorderingen gestand te doen. De burgerlijke belangen blijven aangehouden.

III. Gevolgen van de feiten

Aangesteld medisch deskundige, dr. K. B., kwam op 1 september 2003 tot volgende bevindingen:

(Een recenter deskundigenverslag ontbreekt, ook in het strafrechtelijk dossier. De deskundige verwachtte een consolidatie tegen oktober-november 2003 maar verzoeker daagde niet meer op voor verdere raadpleging).

BESPREKING

De heer X. Paul was slachtoffer van slagen en verwondingen op 22-04-03. Hij liep daarbij een neus fractuur op en verscheidene kneuzingen.

De behandeling bestond uit pijnstillers en kalmeermiddelen.

Er blijft subjectief last van een verminderde neusademhaling en rugklachten.

Er is een voorafbestaande toestand van rugklachten die volgens betrokkene verergerd is. Klinisch is er wat scheefstand van de neus doch het lijkt onwaarschijnlijk dat dit posttraumatisch is. Radiografies tonen immers geen verplaatsing van de neusbeenderen. De licht geremde neusademhaling rechts zal dan ook het gevolg zijn van een voorafbestaande septumdeviatie.

In de onderrug is er beiderzijds lokale drukpijn met terminale pijnlijke extensie- en lateroflexiebewegingen. Ook dit lijkt eerder een voorafbestaand probleem, gezien er bij de feiten van 22-04-03 enkel kneuzingen opgelopen werden, waarvan mag aangenomen worden dat de gevolgen slechts tijdelijk zijn.

Ook hier kan niet uitgemaakt worden of het om een voorafbestaand probleem gaat dan wel om een recent.

Met schriftelijke toestemming van betrokkene werd heden de behandelende geneesheer Dr. C. aangeschreven voor meer informatie.

Gezien ik op 01-09-03 nog steeds geen reactie ontvangen had van Dr. C. nam ik met deze telefonisch contact op. Dr. C. bevestigde mij dat er geen ernstige letsels opgelopen werden bij de feiten van 22-04-03 en de heer X. buiten de raadpleging kort na de feiten niet meer terug op controle gekomen is. Bij zijn weten werden er ook geen verdere specialisten of andere artsen geraadpleegd.

BESLUIT

Na [...] kan ik besluiten dat de betrokkene door de opgelopen letsels volgende tijdelijke invaliditeit opliep:

100% van 23-04-03 tot en met 15-05-03

50% van 16-05-03 tot en met 31-05-03

25% van 01-06-03 tot en met 15-06-03

10% van 16-06-03 tot en met 30-06-03

5% van 01-07-03 tot later te bepalen datum.

Consolidatie van de letsels kan vermoedelijk gebeuren tegen oktober-november 2003. Er mag 0 tot 1% blijvende invaliditeit verwacht worden.

Ik verwacht geen blijvende werkonbekwaamheid.

Hierbij werd rekening gehouden, zowel met een eventuele voorafbestaande toestand als met het beroep van het slachtoffer.

Ik weerhoud geen esthetische schade rekening houdende met het feit dat radiografies geen verplaatsing tonen van de neus fractuur en er dan ook niet objectief kan uitgemaakt worden of de huidige vorm van de neus essentieel verschilt van de voorafbestaande vorm. "

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. Uit de diverse solvabiliteitsverslagen, uitgevoerd door de instrumenterend gerechtsdeurwaarder hetzij in zijn opdracht, blijkt dat de solvabiliteit van de veroordeelden "uiterst beperkt is en zou het betrachten van de gedwongen verdere uitvoering dan ook meer dan waarschijnlijk leiden tot niet-recupereerbare kosten."

IV-2. Verzoeker verklaart dat hij geen aanspraak kan maken op enige tegemoetkoming.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vroeg initieel aan de Commissie een hulp van euro 4.186,76 zijnde de civielrechtelijk toegekende hoofdsom, vermeerderd met de intresten + voorbehoud makend voor inkomensverlies als gevolg van de tijdelijke invaliditeit.

Ter rechtszitting van de Commissie dd. 12 oktober 2011 breidde verzoeker zijn schadeëis uit met de desgevallend nog door de Gerechtelijk-Geneeskundige Dienst vast te stellen schadeposten die niet zijn weerhouden in het deskundigenverslag dd. 1 september 2003 van dr. K. B..

Na neerlegging van het deskundigenverslag door de Gerechtelijk-Geneeskundige Dienst paste verzoeker zijn vordering inzake de morele schade aan:

- TWO moreel euro 945,00

- B.I. (3% x euro 1.650 / 2) euro 2.475,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

De materiële kosten dienen verband te houden met het opgelopen letsel. De Commissie kan immers enkel een financiële hulp toekennen om "ernstige lichamelijke of psychische schade" te lenigen, zoals bedoeld in artikel 31, 1°, van de wet. De door verzoeker gevraagde hulp voor gestolen kledij voldoet klaarblijkelijk niet aan deze voorwaarde.

Wat de verplaatsingskosten betreft hanteert de Commissie haar gebruikelijk tarief dat overeenstemt met dat van de indicatieve tabel van het Nationaal verbond van magistraten eerste aanleg en het Koninklijk verbond van vrede- en politierechters.

De afzonderlijke schadepost 'morele schade (aangedaan door feiten + angst voor represailles)' kan evenmin aanvaard worden voor een financiële hulp omdat deze eerder moet beschouwd worden als een vorm van morele schade voortspruitend uit de feiten an sich. Bijgevolg, indien de Commissie tóch een hulpbedrag zou toewijzen voor deze post, dan zou dubbel gebruik worden gemaakt van artikel 32, §1, 1° op basis van welke bepaling de Commissie de posten ‘TWO moreel' en B.I. moreel reeds in aanmerking neemt.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 3.545.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 3.545.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 27 juni 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 8 mei 2009 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.