- Beslissing van 15 juni 2012

15/06/2012 - M10-5-0864/7577

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Tussen 1 april 2008 en 4 juli 2008 werd Jeremy X. (° 2000) te ... meermaals geslagen door zijn vader, de heer David X. (° 1973). Deze laatste legde bekentenissen af, maar minimaliseerde de feiten en schoof de schuld zelfs deels in de schoenen van Jeremy door hem te pas en te onpas als ‘een onmogelijk kind' voor te stellen.

De heer X. bracht ook geregeld slagen toe aan zijn echtgenote.

II. Vervolging Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 25 maart 2009 werd de heer David X., zich bevindend in staat van wettelijke herhaling, wegens het plegen van de sub I vermelde feiten veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van één jaar en tot een geldboete van euro 275.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van het bedrag van euro 1.000 (voor morele schade) meer intresten aan Mr. Geertrui Y., handelend in haar hoedanigheid van voogd ad hoc over Jeremy X..

Daarnaast werd hij veroordeeld tot betaling van een provisie van euro 500 aan Mr. Y. voor haar kosten en erelonen voor haar mandaat van voogd ad hoc.

Tegen de strafrechtelijke beschikkingen van dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door de beklaagde, alsook door het Openbaar Ministerie tegen hem.

Bij arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 23 februari 2010 werd het bestreden vonnis bevestigd.

III. Gevolgen van de feiten voor Jeremy X.

In haar schrijven d.d. 1 april 2011 deelt Mr. Y. mee dat er m.b.t. de sub I vermelde feiten geen therapie of begeleiding werd opgestart. Er blijkt op dit moment ook geen specifieke therapie nodig te zijn. Jeremy krijgt de nodige ondersteuning en begeleiding in het begeleidingstehuis ‘Blij Leven' te B. .

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

De kansen op verhaal tegenover de heer David X. zijn nagenoeg onbestaande.

Bij beschikking van de Arbeidsrechtbank te ... d.d. 25 februari 2009 werd hij toegelaten tot de collectieve schuldenregeling, maar deze beschikking werd herroepen bij vonnis d.d. 10 maart 2011. De heer X. tekende hoger beroep aan tegen dit vonnis, maar bij arrest van het Arbeidshof te ... d.d. 29 juni 2011 werd het vonnis bevestigd.

Luidens het verzoekschrift is er geen verzekering in dekking van de geleden schade voorhanden.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Mr. Y. vraagt namens Jeremy X. om de toekenning van een financiële hulp van euro 1.000, overeenstemmend met de morele schadevergoeding die werd toegekend bij vonnis d.d. 25 maart 2009.

Daarnaast wordt om de toekenning gevraagd van een hulp van euro 1.136,95 uit hoofde van procedurekosten:

- gerechtskosten: euro 6,25

- kosten voogd ad hoc: euro 1.130,70

- administratiekosten: euro 330,70

- ereloon: euro 800,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd.

Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie dat de gevraagde hulp van euro 1.000 voor de door Jeremy X. geleden morele schade zonder meer kan worden toegekend.

Wat de gevraagde hulp van euro 1.136,95 voor de procedurekosten betreft, wenst de Commissie aan te stippen dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen, enerzijds, de ‘eigenlijke' procedurekosten, zoals deze van stelling van burgerlijke partij, kosten van expertises en uitvoering (voor zover deze niet gedragen worden door een rechtsbijstandsverzekering), en, anderzijds, de erelonen en kosten van de advocaten.

Enkel de ‘eigenlijke' procedurekosten worden door de Commissie in aanmerking genomen.

Van belang is de bedoeling van de wetgever in dit verband. De verantwoording bij het amendement nr. 1 van de regering bij de wet van 26 maart 2003 houdende de voorwaarden waaronder de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden een hulp kan toekennen (B.S., 22 mei 2003) blijkt aan te sluiten bij de interpretatie die de Commissie geeft aan procedurekosten ("De procedurekosten omvatten de kosten van burgerlijke partijstelling, griffierechten, kosten van tenuitvoerlegging en expertisekosten").

Met betrekking tot de kosten van de tussenkomst van de voogd ad hoc aanvaardt de Commissie dat deze kosten als procedurekosten worden beschouwd. Wanneer er, in geval van gerechtelijke procedure, een belan...egenstelling bestaat tussen de minderjarige en zijn wettelijke vertegenwoordigers (ouders), moet er een voogd ad hoc worden aangesteld om de belangen van de minderjarige in de procedure waar te nemen (de minderjarige zelf is immers wettelijk onbekwaam om in rechte op te treden). De kosten van de tussenkomst van de voogd ad hoc vloeien voort uit de wettelijke bepalingen zelf én zijn noodzakelijk zijn voor de stelling als burgerlijke partij. Ze kunnen daarom gerekend worden tot de ‘eigenlijke' procedurekosten.

Aldus kan de gevraagde hulp voor de procedurekosten (met in begrip van de kosten voogd ad hoc) eveneens integraal worden toegekend.

Gelet op de minderjarigheid van Jeremy X. dient de hem toegekende hulp voor morele schade ( euro 1.000) te worden gestort op een geblokkeerde rekening. Over het resterend hulpbedrag ( euro 1.136,95) kan de voogd ad hoc vrij beschikken.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent mr. Geertrui Y. in haar hoedanigheid van voogd ad hoc over Jeremy X. een hulp toe van euro 1.000.

Zegt dat dit bedrag zal geplaatst worden op een spaarboekje te openen op naam van de minderjarige en dat hoofdsom en intresten onbeschikbaar zullen blijven tot aan zijn meerderjarigheid of ontvoogding, behoudens bijzondere toelating van de bevoegde rechter.

Over het resterend bedrag ( euro 1.136,95) kan door de voogd ad hoc vrij worden beschikt.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 15 juni 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift d.d. 20 juli 2010, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 23 juli 2010, waarbij verzoekster in haar hoedanigheid van voogd ad hoc over de minderjarige Jeremy X. om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.