- Beslissing van 27 juni 2012

27/06/2012 - M11-5-1076/8514

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Op 30 januari 2008 omstreeks 20 uur werd verzoeker in zijn tuin te ... neergeslagen door twee personen die over de tuinmuur waren gesprongen.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 2 maart 2011 werd de heer Angelo Z. wegens het plegen van de sub I vermelde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden (met uitstel van tenuitvoerlegging voor de duur van drie jaar) en tot een geldboete van euro 550.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de som van euro 3.544,91 meer intresten aan verzoeker.

III. Gevolgen van de feiten

Ingevolge de feiten verloor verzoeker tijdelijk het bewustzijn.

Hij werd door zijn vriendin naar de spoedgevallendienst van het H. ziekenhuis te ... gevoerd. Aldaar werden een hersenschudding, een kaak- en neusbeenfractuur alsook meerdere ribfracturen vastgesteld. Verzoeker verbleef gedurende 24 uur in het hospitaal voor observatie.

In zijn deskundig verslag d.d. 13 april 2010 weerhoudt Dr. G. C. (aangesteld bij vonnis d.d. 24 juni 2009) de volgende graden en periodes van tijdelijke invaliditeit (geen arbeidsongeschiktheid aangezien verzoeker na twee rugoperaties reeds arbeidsongeschikt was sinds 2007):

100 % van 30.01.08 t.e.m. 30.03.08

50 % van 31.03.08 t.e.m. 30.04.08

25 % van 01.05.08 t.e.m. 31.05.08

10 % van 01.06.08 t.e.m. 30.07.08.

Er is consolidatie op 31 juli 2008, zonder blijvende invaliditeit.

Sinds de feiten is er sprake van persisterende tinnitus, chronische hoofdpijn en geheugenverlies.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

De heer Z. werd bij beschikking van de Arbeidsrechtbank d.d. 19 september 2008 toegelaten tot de collectieve schuldenregeling. Er kon nog geen enkel minnelijk aanzuiveringsplan worden opgesteld. De schuldbemiddelaar (mr. B.) deelde mee dat hij sinds zijn aanstelling nog bijna geen inkomsten had binnengekregen en dat hij zelfs de onderhoudsgelden niet kan betalen.

Tot op heden ontving verzoeker nog geen enkele vergoeding in dekking van de geleden schade.

Verzoeker beschikt over een verzekering rechtsbijstand (LAR), maar de daarin opgenomen insolventieclausule is niet van toepassing indien het gaat om daden van agressie en gewelddaden (zie brief LAR d.d. 12 september 2011).

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 4.501,45:

- hoofdsom cf. vonnis d.d. 02.03.11: euro 3.544,91

- kledijschade: euro 75,00

- brilschade: euro 100,00

- medische kosten: euro 143,42

- verplaatsingskosten: euro 80,00

- administratiekosten: euro 75,00

- TAO morele schade: euro 2.268,25

100 % van 30.01.08 t.e.m. 30.03.08 : 61 d. x euro 25 = euro 1.525,00

supplement hospitalisatie: 2 d. x euro 6 = euro 12,00

50 % van 31.03.08 t.e.m. 30.04.08 : 31. x euro 12,50 = euro 387,50

25 % van 01.05.08 t.e.m. 31.05.08 : 31 d. x euro 6,25 = euro 193,75

10 % van 01.06.08 t.e.m. 30.07.08 : 60 d. x euro 2,50 = euro 150,00

- TAO huishoudschade: euro 553,24

- blijvende angsten: euro 250,00

- intresten: euro 581,54

- gerechtskosten (rechtsplegingsvergoeding): euro 375,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voornoemde wet. ‘Huishoudschade' is daarbij niet opgenomen en komt dus niet in aanmerking voor de toekenning van een hulp.

Hetzelfde geldt met betrekking tot de intresten.

Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet in aanmerking komen voor een financiële hulp. De Commissie is van oordeel dat het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt, niet van toepassing is in het stelsel van financiële hulpverlening aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. De schuldenaar van de toegekende hulp, met name de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. Bovendien brengt ook in het gemeen recht de toepassing van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek niet mee dat de intresten automatisch verschuldigd zijn, vermits zij moeten gevraagd of gevorderd worden door het slachtoffer en de rechter ze niet mag toekennen wanneer een dergelijke vraag of vordering ontbreekt.

De Raad van State heeft zich in een uitvoerig gemotiveerd arrest bij de stellingname van de Commissie aangesloten (arrest nr. 165.787 van 12 december 2006).

Voor de rechtsplegingsvergoeding meent de Commissie evenmin een hulp te moeten toekennen nu de procedurekosten principieel ten laste worden genomen door de rechtsbijstandsverzekeraar.

De gevraagde hulp voor de overige schadeposten kan naar het oordeel van de Commissie integraal worden toegekend.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 2.991,67.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 27 juni 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE L. VULSTEKE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 10 oktober 2011, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.