- Beslissing van 27 juni 2012

27/06/2012 - M11-7-0449/8143

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Op 5 juli 2010 kwam verzoekster omstreeks 21u 30 thuis. Zij wilde haar fiets in haar tuinhuis stallen toen zij aangevallen werd door de genaamde Amedée Z. die haar overgoot met een bijtend zuur (industriële ontstopper). De pijn was voor verzoekster niet te harden en door haar geschreeuw belde een buurvrouw de hulpdiensten.

Verzoekster werd bijzonder zwaar gewond door deze aanval en heeft diverse brandwonden in de derde graad opgelopen. Het motief voor de feiten situeert zich in een obsessieve jaloersheid in hoofde van de dader. Verzoekster had enige tijd een knipperlichtrelatie met hem, doch begin juli 2010 deelde zij mee dat ze er een punt wilde achter zetten. Z. kon dit niet verkroppen.

II. Vervolging

Ter zitting dd. 04.10.2010 van de correctionele rechtbank te ... stelde verzoekster zich burgerlijke partij voor een provisioneel bedrag van euro 12.500,00. Tevens werd de aanstelling van een geneesheer-deskundige gevraagd teneinde de lichamelijke letsels te bepalen en de omvang van de schade te beschrijven.

Sinds de sluiting van de debatten dook een nieuw zwaarwichtig element op: Z. had vanuit de gevangenis plannen gesmeed om een huurmoordenaar op verzoekster af te sturen. De politiediensten namen de situatie ernstig en verzoekster werd naar een schuiladres overgebracht.

Bij vonnis dd. 2 november 2010 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd de volgende tenlastelegging bewezen verklaard in hoofde van Amedée Z. (° 1950) en waarvoor deze veroordeeld werd tot 37 maanden gevangenisstraf:

"Te ... op 5 juli 2010:

Met voorbedachten rade opzettelijk verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan Dolores X., die voor deze een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid, hetzij het volledig verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking ten gevolge had, met de omstandigheid dat het misdrijf gepleegd werd tegen de echtgenoot of tegen de persoon met wie de beklaagde samenleeft of samengeleefd heeft, en een duurzame affectieve en seksuele relatie heeft of gehad heeft; "

Op burgerlijk vlak werd Z. veroordeeld tot betaling van de som van euro 12.500 ten titel van provisionele schadevergoeding.

Dr. Francis V. werd aangesteld als geneesheer-deskundige met de gebruikelijke opdrachten. De beoordeling van de rechtsplegingsvergoeding en de overige burgerlijke belangen werden door de Rechtbank ambtshalve aangehouden.

Het deskundigenverslag werd neergelegd. De burgerlijke belangen zijn nog niet afgehandeld.

III. Gevolgen van de feiten

Na de feiten werd verzoekster overgebracht naar de dienst spoedgevallen van het A.Z. G. te ..., vanwaar zij overgebracht werd naar het brandwondencentrum van het U.Z. te ....

Verzoekster verbleef vijf weken in het brandwondencentrum in een steriele kamer en één week in een gewone kamer.

Vlak na de feiten werd verzoekster een eerste maal onderzocht door Dr. med. Jan B. uit ... . Het verslag van Dr. B. werd op 6 september 2010 neergelegd (dossierstuk 1.1).

In februari 2011 werd door de aangestelde deskundige, dr. V. het voorverslag overgemaakt aan alle partijen en neergelegd ter griffie (dossierstuk 1.6).

In dit (uitgebreid) voorverslag stelt de deskundige onder meer dat verzoekster ernstig esthetisch verminkt is waardoor zij op de indicatieve tabel van Julin een quotatie van 5 op de schaal van 7 scoort.

Tevens stelt de deskundige vast dat alle littekens en wonden voor 100% te wijten zijn aan de gepleegde feiten van 5 juli 2010.

Volgens het definitief deskundigenverslag:

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid

100% van 06/07/2010 t/m 31/12/2010

100% van 23/05/2011 t/m 20/07/2011

Consolidatiedatum: 20 juli 2011

Blijvende invaliditeit: 10 %

Esthetische schade: 5 / 7

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder laat op 22 maart 2012 weten dat uitvoering van het vonnis niet mogelijk is. De veroordeelde is gedetineerd en slechts in staat om zeer minieme maandelijkse afkortingen te verrichten. Hij heeft bovendien euro 11.000 schulden.

IV-2. Verzoekster heeft een rechtsbijstandverzekering afgesloten bij EUROMEX maar deze verzekeraar komt enkel tussen bij verkeersongevallen.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hoofdhulp van euro 52.646,97. Haar begroting is gebaseerd op het medisch deskundigenverslag.

- administratie en verplaatsingskosten euro 250,00

- medische + aanverwante kosten euro 4.998,97

- TWO moreel euro 6.323,00

- B.I. (10% x euro 1.375 / 2) euro 6.875,00

- esthetische schade (5/7) euro 20.000,00

- morele schade euro 10.000,00

- kosten gerechtsdeskundige euro 4.141,00

- GSM euro 59,99

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

Tot ‘materiële kosten', zoals vermeld in artikel 32, §1, 7°, rekent de Commissie alleen die kosten die in rechtstreeks verband staan met de "ernstige lichamelijke of psychische schade" als bedoeld in artikel 31, 1°, van de wet. De Commissie kan enkel tussenkomen voor de schade die het gevolg is van een rechtstreeks op de persoon van het slachtoffer gepleegde gewelddaad (en dus niet gericht tegen goederen). Zo wordt de aankoop van een nieuwe GSM niet beschouwd als een kost die in rechtstreeks verband staat met de lichamelijke of psychische schade.

Het maximale hulpbedrag dat voor de schadepost ‘procedurekosten' kan toegekend worden, bedraagt euro 4.000 (artikel 32, § 1, 6°, van de wet van 1 augustus 1985 juncto artikel 2, eerste lid, van het K.B. van 18 december 1986 betreffende de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders).

Rekening houdende, enerzijds, met de ernst van de feiten en de door verzoekster opgelopen schade en, anderzijds, met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een globale hulp te kunnen toekennen begroot op ex aequo et bono euro 52.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 52.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 27 juni 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Vrije woorden

  • verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 20 april 2011 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële noodhulp

  • nadien omgezet in een (hoofd)hulp

  • voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.