- Beslissing van 27 juni 2012

27/06/2012 - M11-5-0585/8214

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Tussen ../../1992 en 30 november 2006 werd Soumia X. (° ../../1992), de dochter van verzoekster, te ..., ... en ... herhaaldelijk geslagen door haar vader (en tevens echtgenoot van verzoekster), de heer Mohamed Z..

Daarnaast werd ze door haar vader te ... meermaals seksueel misbruikt (aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging) tussen 1 juli 2008 en 31 augustus 2008.

De heer Z. ranselde ook geregeld zijn andere kinderen af. Sommigen (waaronder Soumia X.) werden aangerand (zie de verbandhoudende dossiers).

II. Vervolging

Bij beschikking van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg te ... d.d. 2 maart 2010 werden de sub I vermelde feiten bewezen verklaard lastens de heer Mohamed Z., maar werd zijn internering bevolen.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van een morele schadevergoeding van euro 1.250 meer intresten aan verzoekster in eigen naam.

Tegen deze beschikking werd hoger beroep aangetekend door de heer Z., maar bij arrest van de Kamer van Inbeschuldigingstelling bij het Hof van Beroep te ... d.d. 18 mei 2010 werd de bestreden beschikking bevestigd.

Blijkens een attest van de griffie werd tegen dit arrest geen cassatieberoep aangetekend.

III. Gevolgen van de feiten

A. Voor verzoekster zelf

Verzoekster kan de op haar dochter Soumia gepleegde feiten moeilijk verwerken, onder meer omdat zij de feiten nooit zelf heeft vastgesteld en bijgevolg ook niet kon ingrijpen. Haar vertrouwen in haar toenmalige echtgenoot werd uiteraard enorm geschaad.

B. Voor Soumia X.

In het verslag van psychologe Isabel L. lezen we het volgende:

"De gevolgen zijn niet zo ernstig dat er bij Soumia sprake is van een posttraumatische stressstoornis, doch Soumia stelt nog last te hebben van een aantal gevolgen van de volgens haar gebeurde feiten. Ze denkt nu, met het overlijden van haar zus, terug vaker aan de feiten, ze vraagt zich af waarom haar vader dit met haar deed. Soumia voelt zich soms schuldig. Ze is nog steeds bang van haar vader en heeft minder vertrouwen in haarzelf en in andere mannen. Wat de gevolgen van de volgens Soumia gebeurde feiten op langere termijn zullen zijn, valt moeilijk te voorspellen. Het speelt in het voordeel van Soumia dat de feiten maar twee keer gebeurden, niet gepaard gingen met geslachtsgemeenschap en bedreigingen. We vermoeden dat haar angst voor haar vader deels blijvend zal zijn. Indien het verhaal van Soumia klopt, kan dit ook het geval zijn met het geschonden vertrouwen in haarzelf en in andere mannen. Wat dan op zijn beurt een nefaste invloed zou kunnen hebben op de kwaliteit van haar toekomstige sociale relaties. Het is ook mogelijk dat de schuldgevoelens die Soumia heeft ten opzichte van haar zus, een deels blijvend karakter zullen hebben."

Ter zitting van de Commissie d.d. 31 mei 2012 deelde Soumia X. mee dat ze nog psychische gevolgen ondervindt van de feiten en dat ze behoefte heeft aan therapie / psychologische bijstand.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

In zijn schrijven d.d. 3 januari 2011 deelt gerechtsdeurwaarder V. mee dat uitvoering lastens de heer Z. "nooit mogelijk zal zijn". Hij verblijft in de gevangenis te ... en is sinds 18 november 2010 van ambtswege afgevoerd.

Luidens het verzoekschrift is er geen rechtsbijstandsverzekering voorhanden.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 1.250, overeenstemmend met de morele schadevergoeding die haar bij beschikking van de raadkamer (zoals bevestigd bij arrest van de K.I.) werd toegekend.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals zij blijken uit de neergelegde stukken alsook uit de mondelinge toelichting ter zitting verstrekt door de (advocaat van) verzoekster, meent de Commissie dat de gevraagde hulp zonder meer kan worden toegekend.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 1.250.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 27 juni 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE L. VULSTEKE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 6 juni 2011, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp, voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.