- Beslissing van 26 juli 2012

26/07/2012 - M10-7-1237/7776

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

PV van verhoor dd. 14/02/2007

" Ik wens aangifte te doen van een verkrachting en een diefstal.

Afgelopen avond 13 februari 2007 omstreeks 21u kwam ik van het ... station. Ik was gaan werken en was op weg naar huis. Ik stak de Grote Markt over en ik moest dringend naar het toilet, daarom besloot ik een café binnen te gaan. Ik ben dan een café binnengegaan gelegen, rechts op de Grote Markt. Ik ken echter de naam van het café niet. Ik was daar al eerder geweest maar dat was al lang geleden. Ik ging eerst dadelijk naar het toilet en vervolgens ging ik aan een tafeltje zitten waar ik een biertje bestelde. Enkele minuten later kwam er een man naar mij toe dewelke vroeg of hij bij mij mocht komen zitten. Ik dronk samen met de man enkele biertjes. Dan stelde deze man, die ik niet kende noch nooit eerder had gezien om in de snooker "S..." te gaan poolen. Ik was akkoord, op dat ogenblik was het ongeveer 01u00 ‘s nachts. We gingen dus samen naar de S.... Daar speelden we nog twee spelletjes pool en we dronken nog iets en toen is de man voortgegaan. Ik heb toen nog een biertje besteld.

Vervolgens ben ik bij een groepje jongens gaan zitten, het was toen ongeveer 02u00 u. Ik babbelde een beetje met hen en na een tijdje besloot ik voort te gaan.Toen stelden twee van de jongens uit de groep van ongeveer zes jongens mij voor om mij naar huis te brengen , omdat het gevaarlijk was voor een meisje alleen op straat zo laat. Het betrof een jongen van Noordafrikaanse afkomst van tussen 20 en 30 jaar oud, +/- 1m80, kort donkerbruin of zwart gekruld haar, en een jongen van het europees type, tussen 20 en 30 jaar oud, +/- 1m80, lichtblond zeer kort geschoren haar. Ik zei OK en ze zegden me dat ze dezelfde kant opgingen. Aangekomen aan mijn flat stelden ze voor om nog bij mij iets te drinken. Ik twijfelde maar ze drongen aan en toen zei ik OK.

Ik woon op het eerste verdiep. We gingen met de trap naar boven en eenmaal binnen , de deur geopend stelde ik voor om te gaan zitten. Ondertussen ging ik een biertje halen.

Toen ik het biertje aan het drinken was begonnen de twee jongens in mijn handtas te zoeken zomaar zonder reden. Ik vroeg hen wat ze deden. Ze haalden er alles uit en vonden ook een condoom. Toen de blonde, blanke jongen dit vond zei hij dat hij dit op mij kon gebruiken.

Ik zei echter dat ik dat niet wou. Maar de jongen werd verbaal agressief, hij zei waarom ik niet en allez komaan. De andere jongen keek ondertussen rond in mijn studio. De tweede bleef maar aandringen en zei dat ik naar boven moest gaan. Ik was enorm bang en hij zei in het Frans maar de woorden kan ik niet meer herhalen dat ik naar boven moest gaan. Uit schrik ben ik dan gegaan, maar hij volgde mij, ondertussen zag ik dat de tweede jongen mijn flat begon te doorzoeken en begon persoonlijke zaken van mij te stelen.

Eenmaal boven (mijn flat bestaat uit één ruimte met een hogere slaapruimte) trok de blonde jongen mijn lange broek met geweld uit. Ik bood niet veel weerstand aangezien ik bang had ; ik was alleen daar met die twee jongemannen. Vervolgens zei hij dat ik mijn slip moest uitdoen wat ik deed. Toen heeft hij zijn broek en slip uitgedaan en deed het condoom om. Toen penetreerde hij mij langs voor, in de vagina. Hij bleef doorgaan, hij bleef stoten en is vervolgens klaargekomen. Daarna heeft hij zijn slip en broek terug aangedaan.

Hij heeft nog drie flessen van Champagne die in mijn slaapkamer stonden meegenamen en is vervolgens weggelopen, samen met zijn " vriend" die beneden wachtte, naar buiten. Ik weet niet welk uur het toen was.Ik ben toen onmiddellijk gaan douchen.

Later stelde ik vast dat beneden mijn flat was doorzocht en dat mijn Visakaart ING, Bankkaart

Fortis, gsm Sony Ericsson, de muis van mijn computer, enkele flesjes bier, drie flessen

champagne, cadeaubonnen ter waarde van 75 euro, geld +/- 50 euro, een nieuwe MP3 speler ter waarde van +/- 100 euro, drie DVD's van de videotheek gestolen waren."

II. Vervolging

II-1. Bij vonnis dd. 6 mei 2008 van de Correctionele Rechtbank te ... werd de genaamde Hassan Z. (zonder beroep, geboren op ../../1979) schuldig bevonden aan de geherkwalificeerde tenlastelegging A, maar vrijgesproken voor tenlastelegging B (verkrachting door middel van geweld) en veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden wegens:

"In het gerechtelijk arrondissement Brussel in de nacht van 13 op 14 februari 2007,

A. Bij inbreuk op de artikelen 66, 461 en 463 van het Strafwetboek met behulp van geweld of bedreiging, hetzij gelden, waarden, roerende voorwerpen, schuldbrieven, biljetten, promessen, kwijtingen, hetzij de ondertekening of de afgifte van enig stuk dat een verbintenis, beschikking of schuldbevrijding inhoudt of teweegbrengt te hebben afgeperst, namelijk een GSM merk Sony Ericsson, een computermuis, een MP3 speler, een scanner van het merk Canon, een camera van het merk Minolta, een Visakaart ING, Bankkaart Fortis, een geldsom van 50 euro, drie DVD's, cadeaubonnen ter waarde van 75 euro, een onbepaald aantal flessen bier, drie flessen champagne die hem niet toebehoorde bedrieglijk weggenomen te hebben.

B. [...] (niet bewezen)

Dit vonnis verwierf kracht van gewijsde op strafrechtelijk gebied.

II-.2. Terzake de burgerlijke belangen werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling van

euro 1.500 meer de intresten en een rechtsplegingsvergoeding van euro 400.

III. Gevolgen van de feiten voor verzoekster

Attest dd. 28/03/2008, dr. El. De Meerleer

Sinds het haar overkomen gebeuren

- heeft zij vaak nachtmerries

is vlugger zenuwachtig

meer moe ( minder energie) - meer afwezig op het werk

- zij kan moeilijk ‘praten' over het gebeurde en dit verklaart waarom zij niet is ingegaan op een gesprek met slachtofferhulp of een andere begeleiding. Ze verwerkt het ‘alleen' of onderdrukt het?

- Zij heeft sindsdien geen relatie meer aangegaan, maar isoleert zich toch niet

- Er is meer achterdocht tegenover onbekenden, ze is verhuisd

- Mogelijks toch een psychotrauma dat onderdrukt is? Heeft eraan gewerkt

Een meer actueel verslag (17/11/2011) van psychiater dr. K. W. werd op 5 april 2012 door verzoekster neergelegd.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. Op 18 november 2009 deelde de met uitvoering belaste gerechtsdeurwaarder mee dat de veroordeelde op 24 augustus vrijgelaten werd uit de gevangenis van .... Uit het rijksregister blijkt dat hij reeds sedert 30 augustus 2007 met een aanvraag tot adreswijziging staat voor het adres ... 46/1 te ... . Betrokkene kan aldaar niet worden aangetroffen en de politiediensten delen geen verdere informatie mee.

IV-2. Verzoekster heeft geen enkele verzekering afgesloten die kan tussenkomen in de opgelopen schade.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een financiële hulp van euro 2.500, samengesteld als volgt:

- materiële schade: euro 1.500,00

- rechtsplegingsvergoeding: euro 400,00

- intresten: euro 600,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een financiële hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Tot ‘materiële kosten', zoals vermeld in artikel 32, §1 van de wet van 1 augustus 1985 en waarvoor - conform art. 2 van het K.B. van 18 december 1986 - het maximumbedrag vastgesteld is op euro 1.250, rekent de Commissie alleen kosten die in rechtstreeks verband staan met de "ernstige lichamelijke of psychische schade" als bedoeld in artikel 31, 1°, van de wet. De Commissie kan enkel tussenkomen voor de schade die het gevolg is van een op de persoon van het slachtoffer gepleegde gewelddaad.

De gevraagde hulp voor de gestolen goederen en het gestolen geld voldoen niet aan deze voorwaarde.

Uit artikel 33, § 1 van de wet van 1 augustus 1985 blijkt dat het bedrag van de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is die beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St., Senaat 1984-85 nr. 873/2/1°,8). Dit uitgangspunt verleent aan de Commissie een appreciatiebevoegdheid, zowel inzake de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als inzake de bepaling van de omvang van het hulpbedrag.

Het voorgaande impliceert dat de Commissie voor bepaalde schadeposten andere tarieven kan (mag) hanteren dan die waarvan de correctionele rechter zich bedient. Hierdoor kan de door de Commissie toegekende hulp in meerdere of mindere mate afwijken van de in gemeenrecht toegewezen schadevergoeding. Zo baseert de Commissie zich onder meer bij het toekennen van een hulpbedrag voor de schadepost ‘morele schade' op haar rechtspraak in gelijkaardige dossiers.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op ex aequo et bono euro 1.500.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 1.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 26 juli 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 5 november 2010 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.