- Beslissing van 26 juli 2012

26/07/2012 - BM91109/6999

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Verzoeker vatte de feiten op 28/08/2006 als volgt samen (PV van verhoor, politie ...):

" Ik was op 26/08/2006 rond 03.00 uur op vermaakuitstap in dancing te .... Wij waren met een groep van vier met de wagen gekomen. In de dancing bevonden wij ons op het podium voor de DJ. Wij stonden daarop wat de te drinken en te praten. Ik had tot dan toe een vijftal pilsjes gedronken. Er stonden nog anderen op dat podium, het stond goed vol. We hadden al meerdere malen gemerkt dat er geduwd werd door bepaalde personen. Ik had niet echt de indruk dat ze uit waren op provocatie. Zij waren met ongeveer 15 personen. Meerdere mensen hadden er al tegen mij over geklaagd. Ik had al een paar van die jongens aangesproken en een gesprek met hen gevoerd. Ze zeiden dat ze uit Antwerpen kwamen. Ik heb drie van hen gevraagd, op beleefde manier, het iets rustiger aan te doen. De eerste twee reageerden op een normale manier. De laatste trok er zich niks van aan. Toen ik mij terug omdraaide, kreeg ik een duw in de rug, waarvan ik voelde dat hij bewust werd toegedeeld. Ik heb mij omgedraaid. De jongen stond naar mij te kijken. Hij was ongeveer 1.80 meter groot en fors gebouwd. Ik heb hem gevraagd wat er nou was. Hij heeft niet meer geantwoord. Het volgende dat ik weet is dat ik op de grond lag. Ik weet niet van mijzelf hoe ik op de grond ben terechtgekomen. Toen ik aan het bijkomen was, merkte ik dat ze op mij aan het stampen waren. Ik ben blijven liggen en heb mij in een beschermende houding gelegd. Dan zijn de buitenwippers komen helpen die mij naar buiten hebben geholpen. Zij hebben mij buiten op een muurtje gezet om op de ziekenwagen te wachten. De daders zijn ook naar buiten gekomen. Zij hebben mij niet meer geviseerd. Ik heb wel opgemerkt dat enkele van hen nog geprobeerd hebben om ruzie te zoeken met de buitenwippers. Ik kan hier niet zoveel over vertellen omdat ik de ziekenwagen in moest. Wel kan ik u vertellen is dat diegene die het meest dreigend overkwam een jongen was met een oranje T-shirt. Deze was heel de tijd aan het roepen en tegen de buitenwippers aan het dreigen. Ik ben in het Sint-Jozefziekenhuis van ... behandeld. Ik heb ongeveer 30 hechtingen in mijn aangezicht. Ik ben sowieso 1 week werkonbekwaam. Volgende week maandag moeten de hechtingen eruit en word er bekeken of ik terug aan het werk mag. Ook mijn kledij is beschadigd. Een jeansbroek, een trui en een paar schoenen, dit samen met een waarde van ongeveer 200 euro."

II. Vervolging

Verzoeker legde op datum der feiten klacht neer tegen onbekenden.

Op 12 maart 2009 seponeerde de procureur des Konings te ... het strafdossier omwille van "onvoldoende bewijzen ". Op 31 januari 2011 deelde dezelfde procureur des Konings mee dat dit sepot kan worden gelijkgesteld met een sepot wegens ‘onbekende dader'.

III. Gevolgen van de feiten

Verzoeker legt een moeilijk leesbaar, met de hand geschreven attest dd. 26/28/2008 van het AZ Sint-Jozef over:

" Vechtpartij

- 5 grote ‘sequelen' (of: snijwonden??) na gevecht met [...], ‘serieus??' hematoom temporaal li

- enkel 2 [...] worden verdoofd met [...]

- [...]

- mooi resultaat

- Graag uw [...] verwijderen v/d hechtingen 10 dagen

- Tetanusvaccinatie in orde "

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De daders konden niet worden geïdentificeerd.

IV-2. Verzoeker stelt een hospitalisatieverzekering te hebben afgesloten.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker duidt niet aan welk soort hulp hij vraagt: een noodhulp dan wel een (hoofd)hulp.

Hij stelt geen raming op van de verschillende bestanddelen van zijn schade en specificeert evenmin het (totaal)bedrag dat hij vraagt.

VI. Beoordeling door de Commissie

Verzoeker duidt niet aan welk soort hulp hij vraagt: een noodhulp dan wel een (hoofd)hulp.

Aangezien er een seponeringsbeslissing voorligt, die volgens de procureur des Konings kan worden gelijkgesteld met een sepot wegens onbekende dader waardoor verzoeker voldoet aan de ontvankelijkheidsvoorwaarde van artikel 31bis, §1, 3° van de wet van 1 augustus 1985 en aangezien de feiten dateren van 5,5 jaar geleden, mag verondersteld worden dat verzoeker thans een (hoofd)hulp vraagt aan de Commissie.

Verzoeker stelt geen raming op van de verschillende bestanddelen van zijn schade en specificeert evenmin het (totaal)bedrag dat hij vraagt.

Hij reageert evenmin op de brieven van het secretariaat van de Commissie.

Verzoeker legde bij de indiening van zijn verzoekschrift wel twee facturen voor en daarvan de betalingsbewijzen:

- vervoer ziekenwagen op datum v/d feiten euro 179,09

- ziekenhuiskosten op datum v/d feiten euro 111,39

Op p. 5 van het verzoekschriftformulier duidt verzoeker aan dat hij een hospitalisatieverzekering heeft afgesloten.

In een begeleidende brief stelt de heer F. X., vader van verzoeker: " N.a.v. ons telefonisch contact afgelopen woensdag 29/11/2006, zend ik u hierbij alle bescheiden die ik heb van deze zaak. Kosten van ziekenhuis en ambulance heb ik van ziekenfonds in Nederland terug ontvangen. "

Voor zover deze twee facturen de enige schadeposten zouden zijn die resulteren uit de voorgebrachte feiten moet worden vastgesteld dat verzoeker reeds schadeloos gesteld is. Om die reden werd in het verslag van de verslaggeefster dd. 6 maart 2012 opgemerkt dat "het verzoekschrift kennelijk ongegrond lijkt."

De Minister van Justitie adviseert om het verzoek af te wijzen als ongegrond. De verzoeker heeft niet gereageerd op het verslag dat hij per aangetekende zending op 10 april 2012 in ontvangst nam.

De aandacht van verzoeker wordt gevestigd op artikel 30, § 3, tweede lid, van de wet : "De voorzitters van de kamers houden zitting als enig lid inzake verzoeken om noodhulp als bedoeld in artikel 36, inzake verzoeken die kennelijk onontvankelijk of kennelijk ongegrond zijn, of wanneer ze de afstand van het geding toewijzen of de zaak van de rol afvoeren."

OP DIE GRONDEN,

De Voorzitter,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk doch ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 26 juli 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 25 november 2009 waarbij verzoeker, geassisteerd door het Nederlands Schadefonds Geweldsmisdrijven conform Richtlijn 2004/80/EG dd. 29 april 2004 van de Raad van de Europese Unie, om de toekenning heeft gevraagd van een hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.