- Beslissing van 20 augustus 2012

20/08/2012 - M91152/7033

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Het betreft een overval op de Brantano winkel te ... . Op 8 april 2003 bevond verzoekster zich als klant achteraan in de schoenwinkel. Op zeker ogenblik kwamen twee personen de winkel binnen en riepen: "c'est un hold-up, votre argent!" Zij namen verzoekster vast en namen haar gebukt mee naar de kassa. Zij diende met haar hoofd naar beneden op haar knieën te gaan zitten. Eén persoon trachtte met zijn handen onder haar kleren aan haar portefeuille te komen. Een andere man heeft toen langs boven haar portefeuille uit haar binnenzak genomen. Zij kreeg enkele duwen in haar aangezicht.

Yuakale Z., Daniel W. en Tresor V. werden vervolgd wegens:

"Op 8 april 2003: hetzij de misdaad of het wanbedrijf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben meegewerkt, hetzij door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend dat de misdaad of het wanbedrijf zonder hun bijstand niet had kunnen worden gepleegd."

Door middel van geweld of bedreiging, goederen die hem niet toebehoorden, bedrieglijk weggenomen te hebben, met de omstandigheid dat de diefstal gepleegd zijnde door twee of meer personen, de schuldigen om het misdrijf te vergemakkelijken of hun vlucht te verzekeren, gebruik maakten van een gestolen voertuig of enig ander al dan niet met een motor aangedreven tuig, meer bepaald ten nadele van Inge X. een handtas met inhoud, verschillende bank- en betaalkaarten, een som geld ten bedrage van 50 euro, SIS-kaarten en een identiteitskaart, het geweld of de bedreiging voor X. Inge een blijvende fysische en psychische ongeschiktheid ten gevolge gehad hebbend."

II. Vervolging

Bij tussenvonnis d.d. 17 november 2003 van de Rechtbank van eerste aanleg te ... werd er een deskundige aangesteld.

Bij vonnis d.d. 14 maart 2006 van dezelfde rechtbank werd Yuakale Z. (bij samenhang) veroordeeld tot een (bijkomende) gevangenisstraf van 1 jaar effectief. De feiten ten aanzien van tweede beklaagde (Daniel W.) en derde beklaagde (Tresor V.) werden niet bewezen verklaard en de beklaagden werden vrijgesproken.

Op burgerlijk gebied werd Yuakale Z. veroordeeld om aan de huwgemeenschap De M.- X. q.q. de huwelijksgemeenschap euro 2.361,29 te betalen en aan verzoekster in eigen naam euro 47.075, als volgt:

A. Huwgemeenschap:

- medische kosten euro 861,63

- verplaatsingskosten euro 354,00

- administratiekosten euro 62,00

- reserves naar de toekomst toe euro 1.083,66

euro 2.361,29

B. In eigen naam:

- morele schade TWO euro 15.200,00

- economische schade huishouden euro 7.500,00

- economische schade huishouden BWO euro 24.375,00

euro 47.075,00

Het Openbaar Ministerie tekende hoger beroep aan tegen de uitspraak, doch enkel ten opzichte van W. en V..

Bij arrest van het Hof van beroep te ... d.d. 19 september 2007 werd bovenvermeld vonnis bevestigd voor wat betreft V. en sprak hem vrij op grond van twijfel. Wat betreft (andere!) feiten ten aanzien van W. werden deze laatste wel bewezen verklaard door het Hof.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Aangaande de insolvabiliteit van de daders: Yuakale Z. werd door de RSZ medegedeeld dat er geen werkgever gekend is. Uitvoering is onmogelijk.

Verzoekster legt de algemene voorwaarden neer van de verzekeringsmaatschappij KBC. Deze rechtsbijstandsverzekeraar heeft aan verzoekster euro 25.000 uitgekeerd in het kader van de clausule ‘insolventie van de aansprakelijke derde'.

IV. Gevolgen van de feiten

Uit het deskundig verslag van Dr. V. d.d. 15 december 2005:

"De feiten waar betrokkene op 8 april 2003 slachtoffer van werd, leidden bij haar tot ontwikkeling van een posttraumatische stressstoornis met een chronisch verloop. Hiervoor werd betrokkene aanvankelijk behandeld via haar huisarts en kinesist via relaxatieoefeningen. Zij werd uiteindelijk doorverwezen naar gespecialiseerde ambulante hulpverlening. Naast een medicamenteuze behandeling wordt zij ook nog behandeld met cognitieve gedragstherapie.

Dankzij deze behandelingen is de mentale toestand verbeterd, maar heeft deze gevolgde therapie niet tot verdere positieve veranderingen geleid in de periode tussen 27/4/2005 en 09/11/2005.

Consolidatie op 9 november 2005 met een BI van 15 %. Verzoekster was op dat ogenblik 36 jaar.

Volgende tijdelijke arbeidsongeschiktheden en tijdelijke invaliditeit kunnen worden weerhouden:

Aard van tot en met percentages

TWO + TI 12/04/'03 19/08/'03 100 %

TWO + TI 20/08/'03 03/10/'03 50 %

TWO + TI 04/10/'03 30/07/'04 100 %

TWO + TI 01/08/'04 31/12/'04 50 %

TWO + TI 01/01/'05 08/11/'05 25 %

BWO + BI 09/11/'05 blijvend 15 %

Na consolidatie is het verder zetten van de medicamenteuze en medische behandeling gedurende nog 1 jaar aangewezen met een frequentie van één consultatie per drie weken: aan euro 60,55 per consultatie en euro 36,19 x 13 voor de medicamenteuze behandeling.

V. Begroting van de gevraagde hulp

A. In hoofde van de huwgemeenschap:

- medische kosten euro 861,63

- verplaatsingskosten euro 354,00

- administratiekosten euro 62,00

- reserves naar de toekomst toe euro 1.083,66

euro 2.361,29

B. In hoofde van verzoekster in eigen naam:

- morele schade TWO euro 15.200,00

100 % van 12/04/'03 t.e.m. 19/08/'03: 130 d. x euro 25 x 100 % = euro 3.250,00

50 % van 20/08/'03 t.e.m. 03/10/'03: 45 d. x euro 25 x 50 % = euro 562,50

100 % van 04/10/'03 t.e.m. 30/07/'04: 301 d. x euro 25 x 100 % = euro 7.525,00

50 % van 01/08/'04 t.e.m. 31/12/'04: 153 d. x euro 25 x 50 % = euro 1.912,50

25 % van 01/01/'05 t.e.m. 08/11/'05: 312 d. x euro 25 x 25 % = euro 1.950,00

- economische schade huishouden euro 7.500,00

- BWO moreel en materieel vermengd euro 24.375,00

euro 47.075,00

Totaal: euro 2.361,29

euro 47.075,00

euro 49.436,29

Verminderd met tussenkomst KBC: - euro 25.000,00

euro 24.463,29

Verzoekster vraagt dit bedrag vermeerderd met de intresten: euro 25.685,65.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985. ‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006 (G. Bijnens t./ Belgische Staat).

‘Economisch verlies huishoudelijke arbeid' is niet opgenomen in de limitatieve lijst en komt dus evenmin in aanmerking voor een financiële hulp.

Verzoekster vraagt een bedrag van euro 1.083,66 voor reserves naar de toekomst toe. De Commissie meent dat er geen er geen aanleiding is om op deze vraag in te gaan. Bovendien voorziet artikel 37 van de wet uitdrukkelijk in de mogelijkheid om binnen een termijn van tien jaar, te rekenen vanaf de uitbetaling van de (hoofd)hulp, een ‘aanvullende hulp' aan te vragen mits aan de wettelijk voorwaarden voldaan zou zijn.

Wat de begroting van de schadeposten betreft merkt de Commissie op dat uit de ganse economie van de wet van 1 augustus 1985 duidelijk blijkt dat de financiële tegemoetkoming die door de Commissie wordt toegekend geen recht op schadeloosstelling uitmaakt, voorzien in het burgerlijk recht, zoals bijvoorbeeld de toepassing van art. 1382 B.W. of een vorm van tegemoetkoming voorzien in het sociale zekerheidsrecht.

Dat het een volledig op zich staande tegemoetkoming betreft, blijkt uit diverse elementen:

• De tegemoetkoming wordt toegekend vanuit de filosofie van een solidariteit van de maatschappij ten aanzien van de slachtoffers, of hun nabestaanden, van opzettelijke gewelddaden.

• De bevoegdheid tot toekenning van deze financiële tegemoetkoming werd niet aan de gewone rechtbanken toegekend, doch aan een specifiek daartoe opgericht administratief rechtscollege.

• Een specifieke rechtspleging is voorzien.

• Er is een limitatieve opsomming zowel wat betreft de rechthebbenden, als de schadeposten waarvoor tussenkomst kan worden gevraagd.

Het is dus afdoende duidelijk dat de wet van 1 augustus 1985 afwijkt van het gemeen recht.

Uit artikel 33, § 1 van de wet van 1 augustus 1985 blijkt dat het bedrag van de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is die beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St. Senaat 1984-85 nr. 873/2/1°,8). Dit uitgangspunt verleent aan de Commissie een appreciatiebevoegdheid, zowel inzake de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als inzake de bepaling van de omvang van het hulpbedrag.

Het is de Commissie beslist geoorloofd om de indicatieve tabel als leidraad te hanteren bij het begroten van de hulp (hetgeen zij in bepaalde gevallen effectief doet) maar zij is niet gebonden door deze tarieven noch door de erin opgenomen schadeposten.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de door verzoekster opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten en met de genoten verzekeringstussenkomst, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een globale som te kunnen toekennen voor de medische kosten, de verplaatsingskosten, de administratiekosten en de morele schade TWO en BWO.

VI. Begroting van de hulp door de Commissie

De Commissie meent de hulp ex aequo et bono te kunnen begroten op euro 12.500

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 12.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 20 augustus 2012.

De secretaris a.i., De voorzitter,

P. VERHOEVEN P. DRAULANS

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 3 december 2009 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.