- Beslissing van 21 augustus 2012

21/08/2012 - M11-5-1255/8610

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Tijdens de avond van 15 juni 2007 was verzoeker op het appartement van zijn vriendin te ... . De vriendin vertelde aan verzoeker dat ze sedert enige tijd op het werk vernederd en bedreigd werd door een collega (de heer Ayman Z.). Verzoeker belde die collega op en er werd afgesproken dat hij onmiddellijk naar het appartement zou komen. Tijdens de confrontatie kreeg verzoeker van de heer Z. meerdere vuistslagen in het aangezicht en op het hele lichaam, alsook vier messteken (thorax, rug en linkerarm).

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 23 april 2009 werd de heer Ayman Z., wegens het plegen van onder meer de sub I vermelde feiten (toebrengen van opzettelijke slagen en verwondingen) veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden (met probatie-uitstel van tenuitvoerlegging gedurende een termijn van drie jaar) en een geldboete van euro 275.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de som van euro 4.096,24 meer intresten aan verzoeker. Tevens werd voorbehoud verleend voor het gederfde inkomensverlies van één jaar.

Wat dat laatste betreft werd aan verzoeker bij vonnis d.d. 20 januari 2011 een schadevergoeding toegekend van euro 2.500 (voor het verlies van een kans).

III. Gevolgen van de feiten

Na de feiten werd verzoeker per ambulance naar de spoedgevallendienst van het Sint-...ziekenhuis te ... overgebracht, alwaar een kleine pneumothorax links werd vastgesteld (deze werd vooral conservatief behandeld).

Verzoeker bleef gehospitaliseerd tot 18 juni 2007.

Luidens het deskundig verslag d.d. 16 juli 2007 van Dr. E. De B. (aangesteld door Onderzoeksrechter C. te ...) vertoont verzoeker vier littekens (t.h.v. linker borststreek, onder het linker schouderblad, de linker lumbaalstreek een aan de achterzijde van de linker bovenarm).

Verzoeker was gedurende vier weken volledig arbeidsongeschikt. Nadien was er geen blijvende arbeidsongeschiktheid.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Tussen mei 2010 en juli 2011 betaalde de dader in totaal een bedrag af van euro 620. Nadien volgden geen betalingen meer.

Luidens het verzoekschrift beschikt verzoeker niet over enige verzekering in dekking van de geleden schade.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 8.246,24:

- hoofdsom cf. vonnis d.d. 23.04.09: euro 4.096,24

- medische kosten e.d.: euro 191,24

- schade TAO: euro 405,00

- verlies van een schooljaar: euro 2.500,00

- morele schade: euro 1.000,00

- hoofdsom cf. vonnis d.d. 20.01.11: euro 2.500,00 (*)

= verlies van een kans

- rechtsplegingsvergoeding cf. vonnis d.d. 23.04.09: euro 650,00

- rechtsplegingsvergoeding cf. vonnis d.d. 20.01.11: euro 1.000,00

(*) Op blz. 2 van het vonnis staat het volgende te lezen:

"De burgerlijke partij houdt in essentie voor dat hij ten gevolge van de feiten pas in oktober 2008 in plaats van in september 2007 als apotheker aan de slag is gegaan. Er wordt een vergoeding voor dertien maanden loon gevraagd of 28.816,58 euro. Er worden loonfiches neergelegd vanaf oktober 2008 tot en met maart 2009.

De rechtbank stelt vast dat er geen stukken worden neergelegd waaruit blijkt dat de burgerlijke partij eerste zit heeft behaald in het gedubbelde schooljaar 2008. Ook over zijn studieresultaten met betrekking tot de andere studiejaren worden geen stukken neergelegd.

Verder wordt door de beklaagde terecht opgemerkt dat de burgerlijke partij in het jaar 2007 reeds 28 jaar oud was. Dit toont aan dat zijn studieloopbaan niet vlekkeloos is verlopen en dat hij sowieso met achterstand op de arbeidsmarkt ging beginnen.

Bij nazicht van de stukken stelt de rechtbank vast dat de burgerlijke partij onder een bediendenstatuut is beginnen te werken als apotheker vanaf oktober 2008. Vanaf februari 2009 werd hij vergoed als bestuurder. Hierover wordt geen duiding gegeven. Blijkbaar werd er toen aan de burgerlijke partij een opportuniteit geboden waarop hij is ingegaan. Vanaf dit tijdstip is hij ook beduidend meer gaan verdienen.

Gelet op de voorgaande overwegingen kan deze schade enkel vergoed worden als een verlies van een kans.

De rechtbank meent dat de burgerlijke partij ex aequo et bono aanspraak kan maken op een vergoeding van 2.500 euro."

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie dat de gevraagde hulp kan worden toegekend, met uitzondering evenwel van het verlies van een kans dat naar het oordeel van de Commissie niet kan gelijkgesteld worden met het verlies van een schooljaar.

Voorts wenst de Commissie de aandacht te vestigen op artikel 31bis, § 1, 5°, van de wet. Luidens deze bepaling kan een hulp worden toegekend onder de volgende voorwaarde: "De schade kan niet afdoende worden hersteld door de dader of de burgerlijk aansprakelijke partij, op grond van een stelsel van sociale zekerheid of een private verzekering, noch op enige andere manier."

Gelet op dit zogenaamd subsidiariteitsprincipe dient de Commissie bij de toekenning van het hulpbedrag rekening te houden met de afbetalingen vanwege de dader ( euro 620).

Alle omstandigheden van de zaak in overweging genomen, meent de Commissie een hulp te kunnen toekennen van euro 5.126.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 5.126.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 21 augustus 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 28 november 2011, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.