- Beslissing van 19 september 2012

19/09/2012 - M12-1-0206/8779

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Op 15 juni 2007 werd de heer Jozef X. (° 1921), grootvader van verzoekster, het slachtoffer van een roofmoord in eigen woning.

Hij overleed in het H. Hartziekenhuis te ... op 24 juni 2007.

II. Vervolging

Verzoekster legde een klacht met burgerlijke partijstelling neer.

Bij beschikking dd. 8 november 2011 besliste de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg te ... tot ontslag van onderzoek aangezien het niet mogelijk bleek om de volgende tenlastelegging toe te schrijven aan één of meer bepaalde personen:

"Te ... op 15 juni 2007:

Een zaak die hem niet toebehoorde, bedrieglijk weggenomen te hebben door middel van geweld of bedreiging, namelijk een niet nader bepaalde som geld, ten nadele van Jozef X. met de omstandigheid dat, om de diefstal te vergemakkelijken of om de straffeloosheid ervan te verzekeren, doodslag, zijnde opzettelijk doden met het oogmerk om te doden, werd gepleegd op de persoon van Jozef X.. "

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

III-1. De dader(s) kon(den) niet worden geïdentificeerd.

III-2. Buiten de advocaatkosten kan verzoekster geen beroep doen op de rechtsbijstandverzekeraar. De waarborg insolventie van derden is enkel van toepassing bij behoorlijk geïdentificeerde derde.

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster, niet-inwonende kleindochter van de overledene, vraagt om de toekenning van een hulp van euro 1.250 voor morele schade.

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Het gevraagde hulpbedrag stemt overeen met het tarief volgens de indicatieve tabel van het Nationaal verbond van magistraten eerste aanleg en het Koninklijk verbond van vrede- en politierechters. Aangezien dit tevens gehanteerd wordt door de Commissie in haar rechtspraak in gelijkaardige dossiers, kan in billijkheid een hulp van euro 1.250 zonder meer worden toegekend.

In deze context wenst de Commissie te benadrukken dat, naar haar oordeel, moreel leed, zoals pijn of smart, niet louter door een geldelijke tegemoetkoming kan gelenigd worden. Hooguit is de financiële hulp een erkenning van dit leed, een vorm van troost, een middel om het leed draaglijker te maken. Dienvolgens kan het toegekende bedrag slechts een abstracte begroting zijn.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 1.250.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 19 september 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 27 februari 2012 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.