- Beslissing van 26 september 2012

26/09/2012 - M11-5-0287/8060

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Op 31 januari 2006 omstreeks 14 uur had verzoeker te ... een afspraak met de ontslagen huishoudster van zijn zaak (mevrouw Céline Z.), teneinde haar nog verschuldigd loon uit te betalen. Mevrouw Z. kwam echter al om 12 uur die dag bij verzoeker aanbellen, vergezeld van haar toenmalige vriend, de heer Moez W.. Verzoeker wees hen erop dat ze pas twee uur later hadden afgesproken en dat hij nog geen geld bij zich had (hij moest nog naar de bank). Mevrouw Z. en haar vriend konden dit blijkbaar niet begrijpen en op het ogenblik dat verzoeker zijn voordeur wou dichtdoen, stopte mevrouw Z. haar voet tussen de deur, waarna verzoeker slagen kreeg toegediend door de heer W..

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 21 september 2007 werden de sub I vermelde feiten bewezen verklaard, maar bekwam mevrouw Céline Z. de gunst van de opschorting van de uitspraak van veroordeling gedurende een termijn van drie jaar.

Op burgerlijk gebied werden W. en Z. hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een provisie van euro 5.000 aan verzoeker. Tevens werd Dr. X. J. als deskundige aangesteld, met de gebruikelijke opdracht.

Tegen alle beschikkingen van dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door Céline Z., alsook door het Openbaar Ministerie tegen haar.

Bij arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 22 juni 2010 werd het bestreden vonnis op strafgebied bevestigd, terwijl mevrouw Z. op burgerlijk gebied werd veroordeeld tot betaling van de provisionele som van euro 37.447,62 aan verzoeker. Tevens werd de aanstelling van de deskundige bevestigd.

III. Gevolgen van de feiten

Na de feiten werd verzoeker gedurende drie dagen gehospitaliseerd (op 1 en 2 februari 2006 en op 4 juni 2009 in dagkliniek).

In zijn deskundig verslag d.d. 17 januari 2010 weerhoudt Dr. X. J. de volgende graden en periodes van tijdelijke arbeidsongeschiktheid:

100 % van 03.02.06 t.e.m. 31.07.06

50 % van 01.08.06 t.e.m. 31.08.06

25 % van 01.09.06 t.e.m. 31.12.06

15 % van 01.01.07 t.e.m. 31.03.07

10 % van 01.04.07 t.e.m. 03.06.09

100 % van 04.06.09 t.e.m. 10.06.09

25 % van 11.06.09 t.e.m. 30.06.09

10 % van 01.07.09 t.e.m. 31.08.09.

Er was consolidatie op 1 september 2009, met een blijvende arbeidsongeschiktheid van 8 % (functionele hinder t.h.v. de linkerknie).

De esthetische schade wordt geraamd op 2 op de schaal van 7.

Ter behandeling van een posttraumatische stressstoornis ging verzoeker enkele malen op gesprek bij psychotherapeute Rita S. .

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Luidens het verzoekschrift ontving verzoeker een totaal bedrag van euro 3.075,93 vanwege de dader: euro 2.500 provisie + euro 575,93 op een bedrag van euro 1.720,23 dat Céline Z. aan de gerechtsdeurwaarder stortte.

Verzoeker beschikte ten tijde van de feiten over een polis BA privé-leven (VIVIUM). In deze polis werd de waarborg rechtsbijstand echter niet onderschreven (zie brief van de heer Dirk D., N.V. A., d.d. 18 april 2011).

In een persoonlijk ondertekende verklaring d.d. 9 maart 2011 bevestigt verzoeker dat hij niet beschikt over een hospitalisatieverzekering.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 38.515,36 meer intresten:

- verplaatsings- en administratiekosten: euro 500,00

- medische kosten en apotheekkosten: euro 2.817,74

- TAO meerinspanningen: euro 3.097,00

- TAO verlies economische waarde huishoudelijke arbeid: euro 5.877,37

- TAO morele schade: euro 8.423,25

hospital. van 31.01.06 t.e.m. 02.02.06 : 3 d. x euro 31,00 = euro 93,00

100 % van 03.02.06 t.e.m. 31.07.06 : 178 d. x euro 25 = euro 4.450,00

50 % van 01.08.06 t.e.m. 31.08.06 : 30 d. x euro 12,50 = euro 375,00

25 % van 01.09.06 t.e.m. 31.12.06 : 121 d. x euro 6,25 = euro 756,25

15 % van 01.01.07 t.e.m. 31.03.07 : 89 d. x euro 3,75 = euro 333,75

10 % van 01.04.07 t.e.m. 03.06.09 : 794 d. x euro 2,50 = euro 1.985,00

hospitalisatie op 04.06.09 : 1 d. x euro 34 = euro 34,00

100 % van 05.06.09 t.e.m. 10.06.09 : 5 d. x euro 25 = euro 125,00

25 % van 11.06.09 t.e.m. 30.06.09 : 19 d. x euro 6,25 = euro 118,75

10 % van 01.07.09 t.e.m. 31.08.09 : 61 d. x euro 2,50 = euro 152,50

- blijvende arbeidsongeschiktheid: euro 13.200,00

8 % x euro 1.650 per punt

- esthetische schade (2/7): euro 1.600,00

- genoegenschade: euro 3.000,00

Tevens wordt voorbehoud geformuleerd voor een vroegtijdige posttraumatische gonartrose links, waarbij aanvullende behandelingen noodzakelijk zouden zijn.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voornoemde wet. ‘Meerinspanningen', ‘verlies economische waarde huishoudelijke arbeid' en ‘genoegenschade' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor de toekenning van een hulp.

Eenzelfde opmerking geldt met betrekking tot de intresten.

Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet in aanmerking komen voor een financiële hulp. De Commissie is van oordeel dat het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt, niet van toepassing is in het stelsel van financiële hulpverlening aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. De schuldenaar van de toegekende hulp, met name de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. Bovendien brengt ook in het gemeen recht de toepassing van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek niet mee dat de intresten automatisch verschuldigd zijn, vermits zij moeten gevraagd of gevorderd worden door het slachtoffer en de rechter ze niet mag toekennen wanneer een dergelijke vraag of vordering ontbreekt.

De Raad van State heeft zich in een uitvoerig gemotiveerd arrest bij de stellingname van de Commissie aangesloten (arrest nr. 165.787 van 12 december 2006).

Met betrekking tot de schadepost ‘blijvende arbeidsongeschiktheid' merkt de Commissie op dat er geen stukken voorliggen waaruit blijkt dat verzoeker inkomstenverlies zou hebben geleden. Aldus kan enkel rekening gehouden worden met de morele component van de ongeschiktheid. ‘Meerinspanningen', ‘verlies van de economische waarde huishoudelijke arbeid' en/of ‘loutere aantasting van de arbeidswaarde op de arbeidsmarkt (zonder loonverlies)' ressorteren immers niet onder de limitatief opgesomde schadeposten in artikel 32, § 1 van de wet.

Het door verzoeker voor deze schadepost gevraagd bedrag dient, conform de indicatieve tabellen, dan ook te worden gehalveerd.

Tot slot wenst de Commissie de aandacht te vestigen op artikel 31bis, § 1, 5°, van de wet. Luidens deze bepaling kan een hulp worden toegekend onder de volgende voorwaarde: "De schade kan niet afdoende worden hersteld door de dader of de burgerlijk aansprakelijke partij, op grond van een stelsel van sociale zekerheid of een private verzekering, noch op enige andere manier."

Gelet op dit zogenaamd subsidiariteitsbeginsel dient de Commissie bij de toekenning van het hulpbedrag rekening te houden met de afbetalingen vanwege mevrouw Z. ( euro 3.075,93).

Alle omstandigheden van de zaak in overweging genomen, meent de Commissie in billijkheid een hulp te kunnen toekennen van euro 16.615.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 16.615.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 26 september 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 11 maart 2011, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.