- Beslissing van 26 september 2012

26/09/2012 - M11-5-0772/8319

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Op 10 april 2007 kreeg verzoekster naar aanleiding van een ruzie in eetcafé "De V." te ... slagen toegediend door de heer Henri Z..

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 20 december 2010 werd de heer Henri Z., wegens het plegen van onder meer de sub I vermelde feiten (toebrengen van opzettelijke verwondingen of slagen) veroordeeld tot een werkstraf van 60 uren en tot een geldboete van euro 550.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de som van euro 750 (ex aequo et bono) meer intresten aan verzoekster, voor de materiële en morele schade vermengd.

Dit vonnis verkreeg kracht van gewijsde.

III. Gevolgen van de feiten

Luidens het medisch attest van Dr. M. F. d.d. 10 april 2007 liep verzoekster de volgende verwondingen op: hematoomvorming t.h.v. de voorvoet van de linkervoet, contusio linkerknie en rechteroog.

Verzoekster liep geen arbeidsongeschiktheid op.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

In zijn schrijven d.d. 3 mei 2011 deelt mr. K. L., voorlopig bewindvoerder van de heer Henri Z., mee dat de financiële situatie van zijn pupil zeer precair is. Bijgevolg zal elk initiatief tot gedwongen uitvoering leiden tot een oninvorderbaar dossier, met alle bijkomende kosten van dien.

Verzoekster beschikt over een verzekering rechtsbijstand (Euromex), maar de daarin opgenomen waarborg ‘onvermogen van derden' is slechts van toepassing indien het gaat om een verkeersongeval.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 1.150:

- gemengde materiële en morele schade: euro 750,00 (cf. vonnis)

- rechtsplegingsvergoeding: euro 400,00 (idem)

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Luidens artikel 31, 1°, van voornoemde wet kan de Commissie een financiële hulp toekennen aan "personen die ernstige lichamelijke of psychische schade ondervinden als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad."

De vereiste van een ernstige schade sluit aan bij de filosofie van de wet die voorziet in een stelsel van financiële hulpverlening dat geen integrale schadevergoeding garandeert en er op gericht is om, vanuit overwegingen van billijkheid en collectieve solidariteit, de zwaarste nood te lenigen van slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. In diezelfde geest werd geoordeeld dat in geval van geringe schade het slachtoffer zelf zijn schade moet dragen.

Volgens de vaste rechtspraak van de Commissie veronderstelt een "ernstige lichamelijke of psychische schade" als bedoeld in voormeld artikel, een blijvende arbeidsongeschiktheid of invaliditeit, langdurige tijdelijke arbeidsongeschiktheid en/of hoog oplopende medische kosten. Een ernstig letsel wordt ook aanvaard indien sprake is van een ernstig psychisch trauma dat deskundig behandeld werd.

Uit de overgemaakte stukken blijkt niet dat in hoofde van verzoekster aan één van de hierboven genoemde criteria is voldaan. Verzoekster liep slechts lichte verwondingen op en was niet arbeidsongeschikt.

In die omstandigheden ziet de Commissie zich genoodzaakt om het hulpverzoek af te wijzen. Ze wenst daarbij wel te benadrukken dat deze afwijzing geenszins een miskenning inhoudt van het leed dat aan verzoekster ongetwijfeld werd toegebracht.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk maar ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 26 september 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 14 juli 2011, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.