- Beslissing van 26 september 2012

26/09/2012 - M11-5-1250/8605

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Toen verzoeker op 30 juni 2010 omstreeks 4 uur 's ochtends een fuif verliet te ..., zag hij hoe enkele jongeren slagen uitdeelden aan een jongeman. Toen verzoeker de jongeren trachtte af te wenden, keerden zij zich tegen hem. Verzoeker kreeg verschillende slagen in het aangezicht en vluchtte weg, waarna hij nog door drie jongeren werd achtervolgd.

II. Vervolging

Verzoeker diende klacht in bij de lokale politie (Politiezone ...).

Het strafdossier werd door het parket van de procureur des Konings te ... op 20 oktober 2010 geseponeerd wegens onvoldoende bewijzen.

Er werden drie verdachten aangewezen, maar het opsporingsonderzoek kon geen uitsluitsel geven nopens hun identiteit (meer details hieromtrent zijn terug te vinden in het strafdossier, dat als bijlage bij het verzoekschrift werd gevoegd).

III. Gevolgen van de feiten

In het medisch attest d.d. 30 juni 2010 van Dr. J. O. (huisarts) worden de volgende letsels vermeld: "haematoom li oogrand, contusio van de neus, barotrauma van het re oor met sec trommelvliesperforatie waarvoor verder specialistische opvolging noodzakelijk is."

Als gevolg van de trommelvliesperforatie had verzoeker aanvankelijk een gehoorsdaling rechts. Spontaan herstel diende afgewacht te worden (zie attest Dr. D. V. d.d. 1 juli 2010). Bij controle op 31 maart 2011 waren er geen problemen meer (attest Dr. Verschueren d.d. 3 april 2011).

Dr. Ossieur bepaalt de volgende graden en periodes van tijdelijke arbeidsongeschiktheid:

100 % van 30.06.10 t.e.m. 30.09.10

80 % van 01.10.10 t.e.m. 01.11.10

50 % van 02.11.10 t.e.m. 01.12.10

30 % van 02.12.10 t.e.m. 31.12.10

3 % van 01.01.11 tot controle Dr. Verschueren (= 30.03.11).

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Luidens het verzoekschrift ontving verzoeker nog geen enkele vergoeding in dekking van de geleden schade.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 5.790,30:

- opleg medische kosten: euro 96,71 (gestaafd)

- meerinspanningen: euro 1.046,00

- verlies economische waarde huishoudelijke arbeid: euro 890,09

- administratiekosten: euro 125,00

- morele schade tijdelijke arbeidsongeschiktheid: euro 3.632,50

100 % van 30.06.10 t.e.m. 30.09.10 : 93 d. x euro 25 = euro 2.325,00

80 % van 01.10.10 t.e.m. 01.11.10 : 32 d. x euro 20 = euro 640,00

50 % van 02.11.10 t.e.m. 01.12.10 : 30 d. x euro 12,50 = euro 375,00

30 % van 02.12.10 t.e.m. 31.12.10 : 30 d. x euro 7,50 = euro 225,00

3 % van 01.01.11 t.e.m. 30.03.11 : 90 d. x euro 0,75 = euro 67,50

VI. Beoordeling door de Commissie

A. Ontvankelijkheid

Luidens artikel 31bis, § 1, 3° en 4 ° van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen kan een financiële hulp worden toegekend onder de volgende voorwaarde:

3° Indien de dader onbekend is, moet de verzoeker klacht hebben ingediend, de hoedanigheid van benadeelde partij hebben aangenomen of zich burgerlijke partij hebben gesteld.

Indien het strafdossier geseponeerd wordt wegens die reden is het indienen van een klacht of het aannemen van de hoedanigheid van benadeelde persoon voldoende.

Het verzoek is binnen drie jaar ingediend. De termijn loopt, naargelang het geval, vanaf de dag van de eerste beslissing tot seponering wegens onbekende dader of vanaf de dag waarop een onderzoeksgerecht een beslissing tot buitenvervolgingstelling wegens onbekende daders uitgesproken heeft die kracht van gewijsde heeft bekomen.

Met een beslissing tot buitenvervolgingstelling wegens onbekende daders wordt gelijkgesteld, de beslissing van een burgerlijk of strafrechterlijk gerecht die de verdachte of de verweerder van de schuld van een opzettelijke gewelddaad, of van de verantwoordelijkheid van de nadelige gevolgen daarvan, ontlast, voor zover deze beslissing de werkelijkheid van de opzettellijke gewelddaad en van de gevolgen ervan onbetwijfelbaar vaststelt, zonder aan enig persoon de verantwoordelijkheid daarvan toe te schrijven.

De hulp kan ook worden toegekend indien er meer dan een jaar verstreken is sinds het indienen van een klacht, het aannemen van de hoedanigheid van benadeelde persoon of de datum van de burgerlijke partijstelling en de dader onbekend blijft.

4° Indien de dader bekend is, moet de verzoeker schadevergoeding nastreven door middel van een burgerlijke partijstelling, een rechtstreekse dagvaarding of een vordering voor een burgerlijke rechtbank.

Het verzoek kan slechts worden ingediend, naargelang het geval, na een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de strafvordering of na een in kracht van gewijsde gegane beslissing van de burgerlijke rechtbank over de toerekening van of over de vergoeding van de schade.

Het verzoek is binnen drie jaar ingediend.

De termijn loopt, naargelang het geval, vanaf de dag waarop er definitief uitspraak is gedaan over de strafvordering bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing door een onderzoeks- of vonnisgerecht, de dag waarop een strafrechtbank bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing uitspraak heeft gedaan over de burgerlijke belangen na de beslissing over de strafvordering, of de dag waarop uitspraak is gedaan door een burgerlijke rechtbank bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de toerekening van of over de vergoeding van de schade.

"Er is een definitieve rechterlijke beslissing over de strafvordering genomen en de verzoeker heeft schadevergoeding nagestreefd door middel van een burgerlijke partijstelling, een rechtstreekse dagvaarding of een vordering voor een burgerlijke rechtbank.

Indien het strafdossier geseponeerd is wegens het onbekend blijven van de dader, kan de commissie oordelen dat het voldoende is dat de verzoeker klacht heeft ingediend of de hoedanigheid van benadeelde persoon heeft aangenomen. De hulp kan ook worden aangevraagd indien er meer dan een jaar verstreken is sinds de datum van de burgerlijke partijstelling en de dader onbekend blijft."

In de voorliggende zaak diende verzoeker klacht in, maar hij stelde zich geen burgerlijke partij.

Luidens het tweede lid van het hierboven geciteerd artikel 31bis, § 1, 3° van de wet is het indienen van een klacht of het aannemen van de hoedanigheid van benadeelde persoon voldoende, maar dit geldt enkel in geval van een sepot wegens onbekende dader.

In de voorliggende zaak hebben we te maken met een sepot wegens ‘onvoldoende bewijzen'.

Aangezien er in casu een drietal verdachten werden aangewezen maar het opsporingsonderzoek geen uitsluitsel kon geven nopens hun identiteit, is de Commissie van oordeel dat het in deze zaak tussengekomen sepot wegens onvoldoende bewijzen kan gelijkgesteld worden met een sepot wegens onbekende dader.

Aldus kan toepassing gemaakt worden van het tweede lid van artikel 31bis, § 1, 3° van de wet, waardoor voldaan is aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden.

B. Ten gronde

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van voornoemde wet nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet. ‘Meerinspanningen' en ‘verlies economische waarde huishoudelijke arbeid' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor de toekenning van een hulp.

De gevraagde hulp voor de overige schadeposten kan worden toegekend.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 3.854.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 26 september 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 28 november 2011, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.