- Beslissing van 26 september 2012

26/09/2012 - M11-5-1357/8654

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Op 1 augustus 2009 werd verzoekster te Hoogstraten bij de keel gegrepen door haar toenmalige partner, de heer Ronny Z.. Z., die dronken was, werd kwaad omdat verzoekster ermee dreigde hem buiten te zetten (voordien was Z. ook al herhaaldelijk agressief geweest tegen haar).

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 10 mei 2011 werd de heer Ronny Z. wegens het plegen van de sub I vermelde feiten (toebrengen van opzettelijke slagen en verwondingen aan verzoekster) bij verstek veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van acht maanden en tot een geldboete van euro 550.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de som van euro 994,90 meer intresten aan verzoekster.

Blijkens een attest van de griffie verkreeg dit vonnis kracht van gewijsde.

III. Gevolgen van de feiten

Verzoekster was ingevolge de opgelopen verwondingen 30 dagen arbeidsongeschikt.

Ter zitting van de Commissie d.d. 4 september 2012 deelde verzoekster mee dat ze onder meer als gevolg van de feiten zware antidepressiva neemt (op voorschrift van haar huisarts).

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Het sub II vermeld vonnis werd bij deurwaardersexploot d.d. 26 augustus 2011 aan de heer Ronny Z. betekend, maar deze laatste bleek insolvabel (zie de ‘verklaring van onvermogen', afgeleverd door gerechtsdeurwaarder J. V. d.d. 5 oktober 2011).

Ter zitting van de Commissie werd meegedeeld dat verzoekster niet beschikt over een rechtsbijstandsverzekering.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een financiële hulp van euro 1.214,90 meer intresten:

- hoofdsom cf. vonnis d.d. 10.05.11: euro 994,90

- verplaatsings- en administratiekosten: euro 75,00

- morele schade TAO (30 d. x euro 25): euro 750,00

- materiële schade (beschadigde deuren): euro 169,90

- rechtsplegingsvergoeding: euro 220,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voornoemde wet. Intresten zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor de toekenning van een hulp.

Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet in aanmerking komen voor een financiële hulp. De Commissie is van oordeel dat het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt, niet van toepassing is in het stelsel van financiële hulpverlening aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. De schuldenaar van de toegekende hulp, met name de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. Bovendien brengt ook in het gemeen recht de toepassing van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek niet mee dat de intresten automatisch verschuldigd zijn, vermits zij moeten gevraagd of gevorderd worden door het slachtoffer en de rechter ze niet mag toekennen wanneer een dergelijke vraag of vordering ontbreekt.

De Raad van State heeft zich in een uitvoerig gemotiveerd arrest bij de stellingname van de Commissie aangesloten (arrest nr. 165.787 van 12 december 2006).

Met betrekking tot de gevraagde hulp van euro 169,90 voor materiële schade dient gewezen op vaste rechtspraak van de Commissie volgens dewelke als materiële kosten enkel die kosten worden beschouwd die rechtstreeks verband houden met het door de gewelddaad opgelopen letsel, zoals kledij die door de gewelddaad met bloed werd besmeurd, verplaatsingskosten naar ziekenhuis, dokters, kinesisten en apotheken, alsook diverse administratiekosten.

In die optiek vallen de herstellingskosten aan de beschadigde deuren niet onder de materiële kosten en komen zij bijgevolg evenmin voor de toekenning van een hulp in aanmerking.

Artikel 33 § 1, eerste lid, van voornoemde wet bepaalt uitdrukkelijk dat de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is de beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St. Senaat, 1984-85, nr. 873/2/1°, 8). Dit uitgangspunt geeft aan de Commissie een ruime appreciatiebevoegdheid, zowel met betrekking tot de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als met betrekking tot de bepaling van de omvang ervan.

Een en ander impliceert dat de door de Commissie toegekende hulp niet noodzakelijk overeenstemt met de volledige schadeloosstelling van het nadeel dat verzoeker heeft geleden. Het betekent eveneens dat de Commissie niet gebonden is door de schadevergoeding die door de rechter werd toegekend.

Wat het voorliggend dossier betreft, is de Commissie van oordeel dat de toekenning van een forfaitair hulpbedrag van euro 500 redelijk en gepast is.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 26 september 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 21 december 2011, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.