- Beslissing van 28 september 2012

28/09/2012 - M12-1-0158/8757

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

De heer Jonathan X. (° 1980), zoon van verzoekster, werd op 16 december 2006 het slachtoffer van slagen en verwondingen. Hij werd overgebracht naar het hospitaal alwaar hij enkele uren later overleed. De dader noch zijn kompanen hadden enige hulp ingeroepen.

Vonnis 28/04/2009, f° 3

Gezien de feiten regelmatig aan bod komen bij de beoordeling ten grande mede gezien de talrijke

tegenstrijdige verklaringen in feite komt het brevitatis causa gepast voor ten deze te verwijzen naar

deze beoordeling, de vaststellingen van de gerechtelijk expert B. die op p. 12 van zijn verslag en ook in zijn aanvullend verslag een gevat en gecentreerd overzicht geeft van de voornaamste verklaringen van alle betrokkenen. Tevens dient verwezen naar de gegevens van de reconstructie. De expert besluit tot overlijden door massieve hersenletsels veroorzaakt door een val op het achterhoofd dat plaats vond op de oprit naar de parking van de afterclub B. X. De expert is gezien de hoofdletsels formeel te stellen dat de dodelijke val veroorzaakt werd door een geweldinwerking (één of meerdere vuistslagen) op het hoofd toegebracht door eerste beklaagde. Eerste beklaagde stelt dat hij zich in staat van wettige zelfverdediging bevond en Jonathan X. van plan was een vuistslag toe te dienen die hij ontweek door hem met twee handen weg te duwen, wat tegengesproken wordt door andere getuigen (V. enz.) die gewag maken van een ongerechtvaardigde vuistslag van eerste beklaagde. De feiten gebeurden om 9 uur 's morgens na het verlaten van een after-club waarbij alle betrokkenen meer dan genoeg gedronken hadden en zijn voorafgegaan door het hardhandig buitenzetten van de vriend van Jonathan X.. Men heeft nog geprobeerd Jonathan X. recht te zetten wat niet lukte. Zijn vrienden vervoerden hem naar het ziekenhuis te ... waar hij gezien de ernst van de schedeltrauma's na enkele uren overleed. Volgens de expert heeft het tijdsverloop naar aanleiding van de overbrenging van ... naar ... geen invloed op de causaliteit met het overlijden dat gezien de ernst van de letsels onomkeerbaar was.

Vonnis 28/04/2009, f° 12

Op burgerlijk gebied vordert de eerste beklaagde een verdeling van de aansprakelijkheid nu het

- slachtoffer voor een stuk zelf de condities heeft gecreëerd die zijn droevig overlijden hebben

teweeggebracht - waarbij tevens verwezen wordt naar het drankverbruik van het slachtoffer. Volgens het toxicologisch onderzoek van dokter-apotheker C. bevatte het bloed van X. 1,23 gram

alcohol/liter bloed wat wijst op een alcoholemie en onder invloed zijn van alcohol en op het drinken van ongeveer zes glazen pils. Hij had tevens enkele-tabletten recreatiedrugs genomen, namelijk MDMA (0,5 mg/mI). Anderzijds blijkt dat ook alle andere betrokkenen onder invloed waren en ook eerste beklaagde aan de onderzoeksrechter toegaf op het moment van de feiten licht aangeschoten geweest te zijn. Tevens dient rekening gehouden dat uit de voornoemde uiteenzetting de poging een vuistslag toe te dienen door X. en de wettige zelfverdediging van eerste beklaagde niet weerhouden wordt. Tevens dient gewezen op het feit dat uit het dossier blijkt dat ondanks zijn drankverbruik X. zich in de dancing niet misdragen had en op de parking zijn vriend V. uitdrukkelijk tot kalmte aanmaande om miserie te vermijden. Eigenlijk is ieder het eens dat V. minstens voor veel miserie zorgde. Deze is evenwel niet inzake en de Rechtbank spreekt ter zake geen causaIiteitsoordelen uit. Wel is het juist dat de expert dr. B. in zijn bijkomend verslag (p. 8) gewag maakt van de niet geringe alcoholisering op het moment van het voorval welke een nadelige invloed heeft op de zuurstofvoorziening.

Gezien de aanval in feite van de eerste beklaagde uitging die ook onder invloed van drank was en zijn gedrag zijn oorsprong vond in de houding van V. is er geen reden tot verdeling op burgerlijk gebied van de verantwoordelijkheid te meer het slachtoffer zich kalm gedroeg en de wettige zelfverdediging niet weerhouden wordt. Dat het slachtoffer ook gedronken had en recreatiedrugs genomen had staat niet in bewezen causaal verband met de schadelijke gevolgen in casu.

De Rechtbank stelt vast dat de burgerlijke partijen Jacques X. en Ginette Y. (ouders van

Jonathan) alsmede hun dochter Nathalie X. solidaire veroordeling vragen van eerste, tweede en derde beklaagde onder meer voor hun geleden morele schade naar aanleiding van het overlijden.

Nu enkel de eerste beklaagde veroordeeld wordt wegens tenlastelegging A kan de morele schade wegens overlijden enkel tegen hem verhaald worden, te meer de medische expert dr. B. duidelijk maakt dat het tijdsverloop (aanvullende expertise in verband met het vervoer naar ...) de dodelijke afloop toch niet had kunnen vermijden. Per analogie is er dus geen causaal verband tussen het overlijden en het weerhouden schuldig verzuim.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 28 april 2009 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werden de volgende tenlasteleggingen bewezen geacht in hoofde van de genaamde Ringo Z. (° 1976) en waarvoor deze veroordeeld werd tot 3 jaar gevangenisstraf met uitstel, behalve 1 jaar effectief:

"Te ... op 16.12.2006:

A. Opzettelijk, maar zonder het oogmerk om te doden, slagen of verwondingen te hebben toegebracht aan X. Jonathan, en toch de dood hebben veroorzaakt.

B. Wanneer hij zonder ernstig gevaar voor zichzelf of voor anderen kon helpen verzuimd te hebben hulp te verlenen of te verschaffen aan X. Jonathan die in groot gevaar verkeerde, hetzij hij zelf diens toestand had vastgesteld, hetzij diens toestand hem beschreven was door degenen die zijn hulp inriepen en hij op grond van de omstandigheden waarin hij verzocht werd te helpen, niet kon geloven dat het verzoek niet ernstig was of dat er gevaar aan verbonden was:."

Dit vonnis bekwam strafrechtelijk kracht van gewijsde (attest griffie).

Ter afhandeling van de burgerlijke belangen werd Z. bij eindvonnis dd. 27 september 2011 van de rechtbank van eerste aanleg te ... veroordeeld tot betaling aan:

De heer Jacques X. (vader):

- morele schade niet verlenen van hulp aan zoon euro 1.000,00

- schade door weerkaatsing (van 16/12/06 tot 17/12/06) euro 250,00

- morele schade verlies van enige inwonende zoon euro 12.500,00

Verzoekster (moeder)

- morele schade niet verlenen van hulp aan zoon euro 1.000,00

- schade door weerkaatsing (van 16/12/06 tot 17/12/06) euro 250,00

- morele schade verlies van enige inwonende zoon euro 12.500,00

Mevrouw Nathalie X. (zuster):

- morele schade niet verlenen van hulp aan broer euro 1.000,00

- schade door weerkaatsing (van 16/12/06 tot 17/12/06) euro 250,00

- morele schade verlies van enige broer euro 3.000,00

Begrafeniskosten

van verzoekster en haar echtgenoot voor hun zoon voor totaal bedrag van: euro 3.498,92

Schade van deze 3 burgerlijke partijen als erfgenaam ivm de medische kosten

Voor totaal bedrag van: euro 953,33

Dit vonnis bekwam civielrechtelijk kracht van gewijsde (attest griffie).

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

III-1. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder deelt op 24 oktober 2011 mee:

- burgerswoning

- beslag mogelijk maar slechts een gering positief saldo te verwachten;

- beschikt over voertuig(en)

- regeling mits kleine afkortingen

Op de rechtszitting dd. 30 mei 2012 licht (de raadsman van) verzoekster de Commissie in dat de veroordeelde weliswaar een (oude) wagen bezit maar dat deze waardeloos is. Hij bezit geen andere roerende goederen van enigerlei waarde. Verzoekster bekwam nog geen enkele afbetaling.

III-2. Verzoekster heeft een rechtsbijstandverzekering afgesloten bij DAS. Zijn raadsman treedt op in dit kader.

De clausule ‘onvermogen van derden' is evenwel niet van toepassing op "een diefstal, poging tot diefstal, gewelddaad of vandalisme".

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 15.817,24.

- morele schade niet verlenen van hulp aan zoon euro 1.000,00

- schade door weerkaatsing (van 16/12/06 tot 17/12/06) euro 250,00

- morele schade verlies van enige inwonende zoon euro 12.500,00

- begrafeniskosten ( euro 3.498,92 / 2) euro 1.749,46

- medische kosten zoon ( euro 953,33 / 3) euro 317,78

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen aan "erfgerechtigden, in de zin van artikel 731 van het Burgerlijk Wetboek, tot en met de tweede graad van een persoon die overleden is als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad of personen die in duurzaam gezinsverband samenleefden met de overledene" (art. 31, 2°, W. 1.08.1985) voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 2, met name:

1° de morele schade;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten;

3° het verlies aan levensonderhoud voor personen die op het ogenblik van de gewelddaad ten laste waren van het slachtoffer;

4° de begrafeniskosten;

5° de procedurekosten;

6° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren.

De posten ‘morele schade niet verlenen van hulp aan zoon' en ‘schade door weerkaatsing' zijn niet opgenomen in deze limitatieve lijst.

De reële totale uitgaven voor de begrafenisplechtigheid bedroegen euro 3.498,92. Zowel verzoekster als haar echtgenoot (zie verzoekschriftdossier M 12-1-0157) vragen om hen daarvan elk de helft

( euro 1.749,46) toe te wijzen als financiële hulp. Aangezien het maximale bedrag van de hulp die voor de ‘begrafeniskosten' kan toegekend worden door artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 december 1986 bepaald is op euro 2.000, verklaarde de raadsman van verzoekster zich op zitting van 30 mei 2012 akkoord om het wettelijk maximumbedrag in gelijke helften te verdelen tussen verzoekster en haar echtgenoot.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 13.817.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 13.817.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 28 september 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 20 februari 2012 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.