- Beslissing van 28 september 2012

28/09/2012 - M11-1-0804/8337

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Verzoeker vat de feiten van 7 mei 2006 zelf samen als volgt:

Na het bijwonen van een voetbalwedstrijd te ... reed verzoeker met zijn zus en schoonbroer huiswaarts. Ter hoogte van de verkeerslichten hield verzoeker halt achter de quad van de heer Christophe Z.. Deze laatste was in gesprek met de bestuurder van een personenwagen die rechts naast hem stond. Toen de verkeerslichten op groen sprongen en Z. maar bleef verder praten, claxonneerde verzoeker meermaals om de heer Z. attent te maken op het groene licht. Uiteindelijk vertrok de heer Z., evenwel niet zonder eerst zijn ongenoegen te hebben geuit. Verzoeker vertrok ook en parkeerde zijn wagen in een straat wat verderop. Op het ogenblik dat verzoeker uit zijn wagen stapte, kwam de heer Z. op hem af. Er ontstond een discussie omtrent het incident aan de verkeerslichten. Plots gaf de heer Z. een schop in het aangezicht van verzoeker, waardoor verzoeker het bewustzijn verloor en op de grond viel. Verzoeker kreeg nogmaals een harde trap in het aangezicht, waarna de heer Z. vertrok.

II. Vervolging

Het strafdossier werd op 2 februari 2007 door het parket van de procureur des Konings te ... geseponeerd wegens ‘houding van het slachtoffer'.

Bij gebrek aan minnelijke regeling van de geleden schade, ging verzoeker bij exploot d.d. 8 juli 2008 over tot dagvaarding van de heer Z..

Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg (burgerlijke zaken) te ... d.d. 22 mei 2009 werd Z. veroordeeld tot betaling aan verzoeker de som van euro 6.455,88 meer de intresten, meer euro 216,07 dagvaardingskosten en een RPV van euro 900.

- medische kosten: euro 181,77

- verplaatsings- en administratiekosten: euro 100,00

- morele schade TAO: euro 2.207,25

- meerinspanningen TAO: euro 1.481,00

- verlies economische waarde huisman TAO: euro 539,31

- inkomstenverlies TAO: euro 1.946,55

(verzoeker is zelfstandige en vordert inkomstenverlies voor de

werkdagen gedurende de periodes van 100 % en 50 % TAO)

III. Gevolgen van de feiten

Ingevolge de zware slagen liep verzoeker volgende letsels op: barst linkeroogkas + zenuw gekneld; breuk linkerkaakbeen (op twee plaatsen); breuk rechterkaakbeen (op één plaats).

Luidens medische attesten van Dr. M. de Vreeze (huisarts) liep verzoeker de volgende graden en periodes van tijdelijke arbeidsongeschiktheid op:

100 % van 07.05.06 t.e.m. 20.05.06

50 % van 21.05.06 t.e.m. 03.06.06

15 % van 04.06.06 t.e.m. 24.08.07.

Verzoeker werd uiteindelijk genezen verklaard op 25 augustus 2007, zonder restletsels.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn nagenoeg onbestaande. Hij werd bij beschikking van de Arbeidsrechtbank te ... d.d. 7 augustus 2008 toegelaten tot het systeem van collectieve schuldenregeling.

Verzoeker heeft daarop aangifte van schuldvordering gedaan, maar tot op heden ontving hij nog geen enkele vergoeding. De kans dat hier in de toekomst verandering zal komen, is gering. Z. slaagt er niet in zijn vaste kosten te betalen, laat staan zijn schuldeisers.

IV-2. Verzoeker beschikte ten tijde van de feiten over een polis rechtsbijstand (Euromex), maar de daarin opgenomen insolventieclausule is slechts van toepassing indien het gaat om een verkeersongeval. Euromex meent dat de voorgebrachte feiten geen ‘verkeersongeval' betreffen.

Verzoeker verklaart in persoon geen enkele andere verzekering te hebben afgesloten die kan tussenkomen in de opgelopen schade.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 8.856,23:

- hoofdsom cf. vonnis d.d. 22.05.09: euro 6.455,88

- intresten: euro 1.284,28

- procedurekosten: euro 1.116,07

- dagvaardingskosten: euro 216,07

- rechtsplegingsvergoeding: euro 900,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

De gevorderde posten "intresten", ‘meerinspanningen' en ‘verlies economische waarde huisman' zijn in deze limitatieve lijst niet opgenomen en komen bijgevolg niet in aanmerking voor een financiële hulp.

Wat de intresten betreft, is het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt hier niet van toepassing. Immers, de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van zowel de ‘intresten' als de ‘meerinspanningen' werd overigens bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Rechtsbijstandverzekeraar EUROMEX laat weten dat de waarborg ‘onvermogen van de aansprakelijke derde' in de familiale polis niet van toepassing is omdat de feiten geen verkeersongeval betreffen.

Dat deze clausule een beperkte draagwijdte heeft, staat echter volledig los van het principe dat de rechtsbijstandverzekeraar de procedurekosten ten laste moet nemen.

Indien een advocaat tussenkomt voor een slachtoffer, voor wie hij zich burgerlijke partij stelde voor de correctionele rechtbank, in opdracht en op kosten van een verzekeringsmaatschappij, dan komt de rechtsplegingsvergoeding, indien deze betaald zou worden, toe aan de maatschappij (die ook de ereloonstaat van de advocaat ten laste neemt).

Kortom, het bedrag dat voor de rechtsplegingsvergoeding betaald wordt, komt nooit het slachtoffer ten goede. In die omstandigheden een hulp toekennen voor de rechtsplegingsvergoeding zou indruisen tegen de filosofie van de wet van 1 augustus 1985.

* *

In zijn verslag van 9 februari 2012 formuleerde de verslaggever volgende opmerking:

" In deze zaak werd het strafdossier geseponeerd wegens ‘houding van het slachtoffer'.

Uit dat dossier, overgemaakt aan de Commissie conform artikel 34bis, eerste lid, van de wet van 1 augustus 1985, blijkt dat de heer Z. effectief slagen heeft toegebracht aan verzoeker, maar dat hij weliswaar door verzoeker en zijn schoonbroer zou uitgedaagd zijn geweest volgens meerdere getuigen. Verzoeker en zijn schoonbroer zouden ook in dronken toestand verkeerd hebben (" Annie zegt weinig te hebben gedronken. Dirk en Frank hebben meer gedronken, ongeveer acht glazen bier aldus X. Dirk. Geen van beiden was echter dronken naar eigen zeggen." - inspecteur

V. De L. in PV dd. 09/05/2006)

Gelet op artikel 33 van de wet ("Het bedrag van de hulp wordt naar billijkheid bepaald. De commissie kan onder meer rekening houden me het gedrag van de verzoeker of van het slachtoffer indien dit gedrag rechtstreeks of onrechtstreeks heeft bijgedragen tot het ontstaan van de schade of de toename ervan") lijkt het aangewezen om verzoeker uit te nodigen ter zitting teneinde hem toe te laten bijkomende toelichting te verschaffen nopens het gebeurde.

Een kopie van de kwestieuze PV's - zowel de verhoren van verzoeker en zijn familie, van de veroordeelde als van de getuigen - worden in bijlage aan huidig verslag gevoegd."

Gelet op de inhoud van het verslag werden zowel verzoeker als zijn raadsman via aangetekend schrijven uitgenodigd om te verschijnen op de rechtszitting dd. 30 mei 2012 van de Commissie om 14 u 10. Hoewel behoorlijk opgeroepen, zijn verzoeker noch zijn raadsman ter zitting verschenen. De Commissie heeft nodeloos tot 15u 40 gewacht om vervolgens de zaak in behandeling te nemen.

Op grond van de stukken van het strafdossier, inzonderheid de verklaringen van onafhankelijke getuigen afgelegd op een wijze die de Commissie ervan overtuigt dat de neutraliteit en geloofwaardigheid van de weergave van de feiten niet ter discussie staat, blijkt dat het persoonlijk gedrag van verzoeker mee heeft bijgedragen tot het genereren van de schade waarvoor hij thans een financiële hulp vraagt.

Er kan met name worden verwezen naar het PV van verhoor dd. 09/06/2006 van de heer E. C.: " Kort daarop maakte mijn collega mij er attent op dat er problemen waren met de bestuurders van beide voertuigen iets voorbij de frituur. Ik draaide me om en zag inderdaad de twee voertuigen staan. Ik had de indruk dat de camionette de quad had klemgereden of toch alleszins geremd had om de quad te doen stoppen en zelf nog in het midden van de weg stond. Uit de camionette waren twee mannen gestapt. Het waren mannen van middelbare leeftijd, zij kwamen naar de bestuurder van de quad toe en begonnen tegen hem te roepen. Ik hoorde echter op geen enkel ogenblik wat er gezegd werd, we stonden te ver af. De bestuurder van de quad was een jonge man; hij deed zijn helm af terwijl de mannen naar hem toekwamen. De mannen begonnen onmiddellijk te duwen. Hij leek me rustig en deed enkele op- en neerwaartse beweging met de armen. Ik begreep deze body language als een excuus of een teken van relativering. Er zat alleszins geen kwaad in deze beweging. Er ontstond een discussie tussen beide partijen, ik zei nog tegen Rudy dat we de jonge man gingen moeten helpen als er een ruzie zou van komen. Hij stond namelijk alleen tegenover twee opvliegende mannen.

Ik zag dat er daarop geduwd en getrokken werd. Ik heb niet gezien als er al dan niet is geslagen in het begin De grootste van beide aanvallers zag ik duidelijk een slag - of duwbeweging maken naar de jonge man toe. Beide personen probeerden de jonge man te slaan. Deze probeerde de slagen af te weren en wou duidelijk geen ruzie maken. De mannen bleven echter aandringen en lokten duidelijk een gevecht uit.

Na een tijdje bleef de jonge man de slagen echter niet aanvaarden. Hierop is een kort gevecht ontstaan waarbij de jonge man de twee aanvallers op zeer korte tijd immobiliseerde. Hij sloeg eerst op de grootste man, ik denk dat hij twee à drie maal heeft geslagen. Hij sloeg in het aangezicht van de man. Hierop is de man neergevallen. Ik zag niet als hij sloeg met de vuist en met zijn rechter- of linkerhand.

Daarna viel de tweede man de jongere aan. De jonge man reageerde echter op deze aanval door zijn been te strekken waardoor hij een schop gaf aan de aanvaller. Hij raakte hem ter hoogte van het bovenlijf en zeker niet op het gezicht. Hierop heeft hij deze man ook nog enkele rake klappen gegeven in het aangezicht.

De jongere is hierop in de richting van zijn helm gegaan. De grootste aanvaller probeerde echter recht te komen. Ik denk dat de jongere schrik had en hierop een reactie van de aanvaller wou voorkomen. Hij gaf deze namelijk een schop. Indien dit niet in het aangezicht was moet het alleszins op de borstkas zijn geweest. Hierop ging de jongere naar zijn quad. De man viel terug neer, hij was slechts gedeeltelijk recht geweest.

Op dat ogenblik kwam een dame vanachter de camionette, zij begon te schreeuwen tegen de jonge man. Vermoedelijk hoorde ze bij de aanvallers. De jongere reageerde echter niet, hij ontweek haar en reed weg met zijn quad in de richting van de M...straat. "

Artikel 33 § 1 van de wet van 1 augustus 1985 stipuleert dat de Commissie bij het begroten van de hulp - die zij naar billijkheid bepaalt - onder meer rekening kan houden met het gedrag van de verzoeker indien deze rechtstreeks of onrechtstreeks heeft bijgedragen tot het ontstaan van de schade of de toename ervan. Welnu, op grond van het geraadpleegde strafdossier (zie ook hoger geciteerd PV van verhoor) komt de Commissie tot de vaststelling dat de houding van verzoeker op

het ogenblik van de feiten verre van onberispelijk was. Een slachtoffer geniet enerzijds een aantal rechten maar heeft anderzijds ook een aantal plichten. Zo rust op hem de ‘schadebeperkingsplicht ‘. Van hem wordt dus verwacht dat hij zijn best doet om zijn nadeel te begrenzen.

Uit de samenlezing van artikel 32 (in casu § 1) van de wet van 1 augustus 1985, dat de bestanddelen van de schade opsomt waarvoor de toekenning van een hulp verleend kan worden, én van artikel 33,

§ 1 van de wet volgens hetwelk het bedrag van de hulp ‘naar billijkheid' bepaald wordt, volgt dat de Commissie, nadat zij vastgesteld heeft dat aan de toekenningsvoorwaarden is voldaan, een financiële hulp kan toekennen voor een lager bedrag dan dat van de werkelijk geleden schade, zoals die is vastgesteld door de hoven en rechtbanken.

Onder verwijzing naar alle hiervoor uiteengezette feitelijkheden komt het de Commissie onbillijk voor om een financiële hulp, in se een exponent van de maatschappelijke solidariteit, toe te kennen in zoverre daarvan het bedrag integraal de schade zou dekken zoals die op civiel gebied door de correctionele rechter inter partes begroot werd,

Derhalve meent de Commissie, rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en met de door verzoeker geleden schade zoals blijkt uit het neergelegde dossier en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten en het gedrag van de verzoeker, de hulp naar billijkheid te kunnen begroten op euro 2.200.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 2.200.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 28 september 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 25 juli 2011 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.