- Beslissing van 4 oktober 2012

04/10/2012 - M12-1-0225/8794

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Wanneer verzoekster zich op 18 september 2008 te voet naar haar werk begeeft, wordt ze zonder de minste aanleiding door een voor haar onbekend persoon uitgescholden.

Nadien loopt de man haar achterna en grijpt haar vast bij de hals. Tegelijkertijd dient hij haar een slag toe op het hoofd met zijn rechtervuist.

Verzoekster kan zich losrukken en de aandacht trekken van een passerend voertuig. Ze neemt in het voertuig plaats en de bestuurder slaagt erin om de man op afstand te volgen en hem aan de politiediensten aan te wijzen zodra die arriveren.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 15 juni 2011 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werden onder meer de volgende tenlasteleggingen bewezen geacht in hoofde van de genaamde Fabrizio Z.

(° 1979), en waarvoor deze veroordeeld werd tot 3 jaar gevangenisstraf met uitstel:

" Om de misdaad of het wanbedrijf uitgevoerd te hebben of om aan de uitvoering ervan rechtstreeks medegewerkt te hebben, door enige daad, tot de uitvoering zodanige hulp verleend te hebben dat zonder zijn bijstand het misdrijf niet kon gepleegd worden, om, door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden, dit misdrijf rechtstreeks uitgelokt te hebben,

Opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan meerdere personen, met de omstandigheid dat de slagen of verwondingen een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hebben gehad, in het bijzonder:

1) ...

2) de eerste (Z.)

op 18 september 2008 aan X. Hélène "

(officieuze vertaling uit de Franse taal)

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoekster de hoofdsom van euro 8.950 meer de intresten en een RPV van euro 550;

- TWO moreel euro 2.675,00

- B.I. (6% x euro 1.512/2) euro 4.536,00

- economische schade huishouden euro 1.738,75

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van gerechtsdeskundige dr. E. W. in zijn verslag van 16/12/2008:

" Beschrijving van de letsels:

- contusio cervicalis

- commotio cerebri (contusio pariëtotemporaal RE)

- contusio LI schouder

Restletsels:

- subjectief postcommotioneel syndroom

- pijnlijke LI schouder met beperkte beweeglijkheid

ijdelijke arbeidsongeschiktheid

100%van 18/09/2008 t/m 02/01/2009

Tijdelijke invaliditeit

100% van 18/09/2008 t/m 30/09/2008

75% van 01/10/2008 t/m 31/10/2008

50% van 01/11/2008 t/m 30/11/2008

25% van 01/12/2008 t/m 31/12/2008

15% van 01/01/2009

Consolidatie: te voorzien één jaar na de feiten met een BI-reserve tussen 3 en 8%

Hulp van derden: 2 x 2 uur Familiehulp per week gedurende een zestal maanden

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De veroordeelde is toegelaten tot het systeem van collectieve schuldenregeling. Aangezien er geen inkomsten worden gestort op de rubriekrekening deelt de schuldbemiddelaar op 13/01/2012 mee dat er niets kan terugbetaald worden, noch is te voorspellen binnen welke termijn aan de aangifte van schuldvordering zal kunnen worden tegemoet gekomen.

IV-2. Verzoekster heeft een rechtsbijstandverzekering afgesloten bij EUROMEX die enkel tussenkomst verleent bij verkeersongevallen.

IV-3. De feiten zijn gekwalificeerd als ongeval op de arbeidsweg. Verzoekster merkt op dat zij enkel de schadeposten vordert die de arbeidsongevallenverzekeraar niet vergoedt.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 9.500.

- TWO moreel euro 2.675,00

- B.I. (6% x euro 1.512/2) euro 4.536,00

- economische schade huishouden euro 1.738,75

- RPV euro 550,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

‘Economisch verlies huishoudelijke arbeid' is niet opgenomen in deze limitatieve lijst en komt bijgevolg niet in aanmerking voor een financiële hulp.

Verzoekster beschikt over een familiale polis met luik rechtsbijstand. De waarborg ‘onvermogen van derden' is enkel van toepassing op verkeersongevallen.

Dat deze clausule een beperkte draagwijdte heeft, staat volledig los van het principe dat de rechtsbijstandverzekeraar de procedurekosten ten laste moet nemen.

Indien een advocaat tussenkomt voor een slachtoffer, voor wie hij zich burgerlijke partij stelde voor de correctionele rechtbank, in opdracht en op kosten van een verzekeringsmaatschappij, dan komt de rechtsplegingsvergoeding, indien deze betaald zou worden, toe aan de maatschappij (die ook de ereloonstaat van de advocaat ten laste neemt).

Kortom, het bedrag dat voor de rechtsplegingsvergoeding betaald wordt, komt nooit het slachtoffer ten goede. In die omstandigheden een hulp toekennen voor de rechtsplegingsvergoeding zou indruisen tegen de filosofie van de wet van 1 augustus 1985.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 7.200.

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 7.200.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 4 oktober 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

(...)

I. Feiten

Wanneer verzoekster zich op 18 september 2008 te voet naar haar werk begeeft, wordt ze zonder de minste aanleiding door een voor haar onbekend persoon uitgescholden.

Nadien loopt de man haar achterna en grijpt haar vast bij de hals. Tegelijkertijd dient hij haar een slag toe op het hoofd met zijn rechtervuist.

Verzoekster kan zich losrukken en de aandacht trekken van een passerend voertuig. Ze neemt in het voertuig plaats en de bestuurder slaagt erin om de man op afstand te volgen en hem aan de politiediensten aan te wijzen zodra die arriveren.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 15 juni 2011 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werden onder meer de volgende tenlasteleggingen bewezen geacht in hoofde van de genaamde Fabrizio Z.

(° 1979), en waarvoor deze veroordeeld werd tot 3 jaar gevangenisstraf met uitstel:

" Om de misdaad of het wanbedrijf uitgevoerd te hebben of om aan de uitvoering ervan rechtstreeks medegewerkt te hebben, door enige daad, tot de uitvoering zodanige hulp verleend te hebben dat zonder zijn bijstand het misdrijf niet kon gepleegd worden, om, door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden, dit misdrijf rechtstreeks uitgelokt te hebben,

Opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan meerdere personen, met de omstandigheid dat de slagen of verwondingen een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hebben gehad, in het bijzonder:

1) ...

2) de eerste (Z.)

op 18 september 2008 aan X. Hélène "

(officieuze vertaling uit de Franse taal)

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoekster de hoofdsom van euro 8.950 meer de intresten en een RPV van euro 550;

- TWO moreel euro 2.675,00

- B.I. (6% x euro 1.512/2) euro 4.536,00

- economische schade huishouden euro 1.738,75

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van gerechtsdeskundige dr. E. W. in zijn verslag van 16/12/2008:

" Beschrijving van de letsels:

- contusio cervicalis

- commotio cerebri (contusio pariëtotemporaal RE)

- contusio LI schouder

Restletsels:

- subjectief postcommotioneel syndroom

- pijnlijke LI schouder met beperkte beweeglijkheid

ijdelijke arbeidsongeschiktheid

100%van 18/09/2008 t/m 02/01/2009

Tijdelijke invaliditeit

100% van 18/09/2008 t/m 30/09/2008

75% van 01/10/2008 t/m 31/10/2008

50% van 01/11/2008 t/m 30/11/2008

25% van 01/12/2008 t/m 31/12/2008

15% van 01/01/2009

Consolidatie: te voorzien één jaar na de feiten met een BI-reserve tussen 3 en 8%

Hulp van derden: 2 x 2 uur Familiehulp per week gedurende een zestal maanden

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De veroordeelde is toegelaten tot het systeem van collectieve schuldenregeling. Aangezien er geen inkomsten worden gestort op de rubriekrekening deelt de schuldbemiddelaar op 13/01/2012 mee dat er niets kan terugbetaald worden, noch is te voorspellen binnen welke termijn aan de aangifte van schuldvordering zal kunnen worden tegemoet gekomen.

IV-2. Verzoekster heeft een rechtsbijstandverzekering afgesloten bij EUROMEX die enkel tussenkomst verleent bij verkeersongevallen.

IV-3. De feiten zijn gekwalificeerd als ongeval op de arbeidsweg. Verzoekster merkt op dat zij enkel de schadeposten vordert die de arbeidsongevallenverzekeraar niet vergoedt.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 9.500.

- TWO moreel euro 2.675,00

- B.I. (6% x euro 1.512/2) euro 4.536,00

- economische schade huishouden euro 1.738,75

- RPV euro 550,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

‘Economisch verlies huishoudelijke arbeid' is niet opgenomen in deze limitatieve lijst en komt bijgevolg niet in aanmerking voor een financiële hulp.

Verzoekster beschikt over een familiale polis met luik rechtsbijstand. De waarborg ‘onvermogen van derden' is enkel van toepassing op verkeersongevallen.

Dat deze clausule een beperkte draagwijdte heeft, staat volledig los van het principe dat de rechtsbijstandverzekeraar de procedurekosten ten laste moet nemen.

Indien een advocaat tussenkomt voor een slachtoffer, voor wie hij zich burgerlijke partij stelde voor de correctionele rechtbank, in opdracht en op kosten van een verzekeringsmaatschappij, dan komt de rechtsplegingsvergoeding, indien deze betaald zou worden, toe aan de maatschappij (die ook de ereloonstaat van de advocaat ten laste neemt).

Kortom, het bedrag dat voor de rechtsplegingsvergoeding betaald wordt, komt nooit het slachtoffer ten goede. In die omstandigheden een hulp toekennen voor de rechtsplegingsvergoeding zou indruisen tegen de filosofie van de wet van 1 augustus 1985.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 7.200.

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 7.200.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 4 oktober 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 2 maart 2012 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.