- Beslissing van 9 oktober 2012

09/10/2012 - M10-1-1348/7841

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Volgens het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ... d.d. 15 maart 2007:

"Volgens Simone X. passeerde zij op 6 oktober 2005 tijdens haar avondwandeling met haar hondje aan de woning van Dirk Z.. Deze zou plots de voordeur geopend hebben en haar zonder iets te zeggen een hevige duw hebben gegeven waardoor zij ten val kwam. Hij zou haar vervolgens meerdere voetstampen in het aangezicht, in haar maag en op haar rug hebben gegeven."

II. Vervolging

De heer Dirk Z. werd bij bovenvermeld vonnis op strafrechtelijk gebied veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van 4 maanden met uitstel voor 3 jaar en onder probatievoorwaarden (o.a. cursus impulscontrole wegens agressie en alcoholproblematiek).

Strafrechtelijke kwalificatie van de feiten: "opzettelijk verwondingen of slagen te hebben toegebracht, die voor deze een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge had, nl. aan Simone X.."

Bij vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ... d.d. 5 maart 2009 werd Dirk Z. veroordeeld om aan verzoekster euro 643,72 te betalen als volgt:

- medische kosten euro 318,72

- apotheekkosten euro 100,00

- administratie en achternageloop euro 75,00

- morele schade TAO euro 150,00

euro 643,72

Aangaande de RPV vermeldt het vonnis: "bij gebrek aan begroting van de RPV door verzoekster wordt de beslissing nopens de RPV ambtshalve aangehouden."

De vonnissen zijn in kracht van gewijsde getreden.

III. Gevolgen van de feiten

Volgens vonnis d.d. 15 maart 2007:

"Uit het medisch attest d.d. 30 november 2006 blijkt dat de burgerlijke partij nog volgende klachten vertoont: gangstoornissen, duizeligheid, tintelingen in voeten en rugpijn." En verder: "de rechtbank oordeelt dat dergelijke beperkte restletsels, waarvan niet eens bewezen voorkomt dat ze in oorzakelijk verband staan met de feiten, niet van die aard zijn dat de aanstelling van een geneesheer-deskundige aangewezen voorkomt teneinde deze restletsels te beschrijven."

Volgens vonnis d.d. 5 maart 2009:

"Uit de neergelegde stukken blijkt niet dat er ingevolge de haar toegebrachte slagen enig TAO is geweest. De rechtbank begroot de morele schade in redelijkheid op euro 150."

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. Uitvoeringspogingen van het vonnis leverden niets op. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder deelde op 24 oktober 2010 mee dat hij geen spoor aantreft van de veroordeelde. De laatste is (ooit) toegelaten geweest tot het systeem van collectieve schuldenregeling maar dit werd herroepen zodat ook via die weg niets te recupereren valt.

IV-2. Verzoekster beschikt niet over een rechtsbijstandverzekering die de insolventie van de aansprakelijke dekt.

V. Begroting van de gevraagde hulp

- medische kosten euro 318,72

- apotheekkosten euro 100,00

- administratie en achternageloop euro 75,00

- morele schade TAO euro 1.250,00

- RPV euro 200,00

- procedurekosten niet bepaald

- totaal euro 1.943,72

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Uit artikel 33, § 1 van de wet van 1 augustus 1985 blijkt dat het bedrag van de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is die beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St., Senaat 1984-85 nr. 873/2/1°,8). Dit uitgangspunt verleent aan de Commissie een appreciatiebevoegdheid, zowel inzake de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als inzake de bepaling van de omvang van het hulpbedrag.

Het voorgaande impliceert dat de Commissie voor bepaalde schadeposten andere tarieven kan (mag) hanteren dan die waarvan de correctionele rechter zich bedient. Hierdoor kan de door de Commissie toegekende hulp in meerdere of mindere mate afwijken van de in gemeenrecht toegewezen schadevergoeding.

Hoewel de Commissie dus niet gebonden is door de uitspraak van de correctionele rechter bij de afhandeling van de burgerlijke belangen, kan zij die uitspraak wel als richtlijn hanteren.

In voorliggend dossier is de Commissie de mening toegedaan dat de schade reeds op correcte en oordeelkundige wijze begroot werd in gemeen recht zodat zij geen reden ziet om af te wijken van het beschikkend gedeelte van het vonnis van 5 maart 2009.

Bijgevolg, rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op

euro 643.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 643.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 9 oktober 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 7 december 2010 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.