- Beslissing van 9 oktober 2012

09/10/2012 - M12-1-0211/8784

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Vonnis 29/06/2011, f° 4, 5

" Op 18 mei 2010 legde Maria X. klacht neer met burgerlijke partijstelling bij de onderzoeksrechter. Ze verhaalt dat ze gedurende enkele maanden een relatie had met Enso Y., de opposant, relatie die ondertussen definitief is beëindigd. Tijdens deze relatie kreeg ze meermaals slagen van de opposant, die blijkbaar kampt met een zeer groot agressieprobleem. Nog tijdens hun relatie volgde hij hiervoor vrijwillig therapie in een Centrum voor Geestelijke

Gezondheidszorg. Maar blijkbaar haalde die therapie niets uit. Niet alleen sloeg hij haar, de opposant uitte volgens haar meermaals zware bedreigingen aan haar adres en sloot haar op 14 februari 2010 zelfs gedurende een hele dag op in het appartement van vrienden.

Na de beëindiging van hun relatie bleef de opposant haar lastig vallen. Zo werd ze door hem meermaals opgewacht aan de school waar ze haar kinderen afzette of toen ze samen met een vriend met de auto wou vertrekken. Ook viel hij haar onophoudelijk lastig via de telefoon, b.v. door het sturen van honderden sms-en in een zeer korte tijdspanne.

Op 10 mei 2010 beukte hij de deur van haar appartement in. Erger kon worden voorkomen doordat haar ex-man net toekwam om de kinderen terug te brengen.

De drie kinderen die X. met haar vroegere partner heeft, waren meermaals getuige van deze gebeurtenissen. Ze hebben volgens X. veel schrik van de opposant en vrezen dat hij hun moeder iets zou aandoen. "

II. Vervolging

Bij vonnis op verzet dd. 29 juni 2011 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werden de volgende tenlasteleggingen bewezen geacht in hoofde van de genaamde Enso Y.

(° 1980) en waarbij de opschorting van de uitspraak van de veroordeling ten zijnen voordele gelast werd gedurende een termijn van 3 jaar mits naleving van bepaalde probatievoorwaarden:

" A. Opzettelijk verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Maria,

met de omstandigheid dat de schuldige de misdaad of het wanbedrijf heeft gepleegd tegen de persoon met wie hij samenleeft of samengeleefd heeft en een duurzame affectieve en seksuele relatie heeft of gehad heeft.

Te ... op 01.10.09 en 07.10.09

B. Een persoon, nl. X. Maria die klacht doet, te hebben belaagd terwijl hij wist of had moeten weten dat hij door zijn gedrag de rust van die bewuste persoon ernstig zou verstoren.

Te ..., herhaaldelijk in de periode vanaf 01.08.09 tot en met 03.06.10

C. Zonder een bevel van het gestelde gezag en buiten de gevallen waarin de wet de aanhouding of de gevangenhouding van bijzondere personen toelaat of voorschrijft, X. Maria

aangehouden te hebben of te hebben doen aanhouden, gevangen gehouden te hebben of te hebben doen gevangen houden.

Te ... op 14.02.10

F Opzettelijk landelijke of stedelijke afsluitingen uit welke materialen ook gemaakt, geheel of ten dele te hebben vernield namelijk een voordeur, ten nadele van X. Maria.

Te ... op 10.05.10 "

Op burgerlijk vlak werd Y. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoekster de hoofdsom van euro 1.750 vermengd moreel-materieel en een RPV van euro 440.

Dit vonnis verwierf kracht van gewijsde (attest griffie).

III. Gevolgen van de feiten

Vonnis f° 8 : " Uit de voorgelegde stukken blijkt dat de burgerlijke partij ingevolge de feiten in psychologische behandeling is en dit op frequente basis. "

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder laat op 29/11/2011 weten dat uitvoering van het vonnis niet mogelijk is. De veroordeelde heeft geen gekende verblijfplaats en is ambtshalve geschrapt.

IV-2. Verzoekster verklaart in een persoonlijk schrijven dat zij op geen enkele verzekeringstussenkomst kan beroep doen.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 2.590.

- morele schade euro 1.750,00

- RPV euro 440,00

- medische kosten euro 400,00

(waarvan voor euro 312 gestaafd: zie reactie van verzoekster op het verslag)

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op ex aequo et bono euro 2.500.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 2.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 9 oktober 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 29 februari 2012 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.