- Beslissing van 9 oktober 2012

09/10/2012 - M12-1-0450/8922

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Op 22 oktober 2006 omstreeks 19 uur ging verzoekster samen met een vriendin in café ‘Bij Geert' op de markt in ... wat bijpraten.

Beiden zaten met een drankje aan de toog toen tussen andere gasten in het café een discussie ontstond. Die discussie ontaardde in een ware vechtpartij. Tijdens het duwen en trekken is één van de amokmakers gevallen en bovenop verzoekster terechtgekomen.

II. Vervolging

Bij arrest dd. 24 januari 2011 van het Hof van Beroep te ... werd onder meer de volgende tenlastelegging bewezen geacht in hoofde van de genaamde Yves Z. (° 1982), en waarvoor deze veroordeeld werd tot 4 maanden gevangenisstraf met uitstel voor de duur van 3 jaar:

"Te ..., op 22 oktober 2006:

Om de misdaad of het wanbedrijf uitgevoerd te hebben of om aan de uitvoering ervan rechtstreeks medegewerkt te hebben, door enige daad, tot de uitvoering zodanige hulp verleend te hebben dat zonder zijn bijstand het misdrijf niet kon gepleegd worden:

B. Opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan:

B.1. aan [...]

B.2. aan Violina X.; "

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde arrest veroordeeld tot betaling aan verzoekster een provisionele schadevergoeding van euro 300.

Tevens werd prof. dr. L. De W. aangesteld als geneesheer-deskundige met de gebruikelijke opdrachten.

Ter afhandeling van de burgerlijke belangen werd bij eindarrest dd. 13 december 2011 van het Hof van Beroep te ... Z. veroordeeld tot betaling aan verzoekster de hoofdsom van

euro 4.694,65 meer de reeds toekende provisie van euro 300 meer de intresten en een RPV van euro 990.

- administratiekosten euro 125,00

- medische kosten euro 340,22

- TWO moreel euro 570,50

- B.I. (2% x euro 1.650) euro 3.300,00

- meerinspanningen euro 399,35

- economische schade huishouden euro 259,58

Tevens werd voorbehoud verleend voor een eventuele verergering van de toestand voor een periode van 3 jaar.

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van gerechtsdeskundige prof. dr. L. De W. in zijn eindverslag van 30/06/2011:

"In deze casus kan met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gesteld worden dat het plotse feit dd. 22/10/06 een acromioclaviculaire distorsie en mogelijks een dorsale contusio heeft veroorzaakt. Daar waar de dorsale contusio genas dmv. conservatieve behandeling is er een insidieuze acromioclaviculaire disfunctie blijven bestaan. Deze wordt eveneens aangetoond op het bijkomend aangevraagd vergelijkend nieuw radio- en echografisch onderzoek dd. 24/5/11.

Er kan een economische en fysische invaliditeit van :

100 % toegekend worden van 22/10/06 tem. 26/10/06/

10 % fysische invaliditeit van 27/10/06 tem. 31/12/06

5 % fysische invaliditeit van 1/1/07 tem. 30/4/07,

3 % van 1/5/07 tem. 21/10/07,

2 % blijvende fysische invaliditeit op 22/10/07. "

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. Er werd getracht om het tussenarrest dd. 24/01/2011, waarbij een provisie van euro 300 toegewezen was, uit te voeren maar zonder succes volgens de instrumenterende gerechtsdeurwaarder.

Nadien werd de veroordeelde toegelaten tot het systeem van collectieve schuldenregeling. Hierin werd de vordering van verzoekster niet opgenomen.

Ook uit een dossier van een ander slachtoffer ingeleid voor de Commissie blijkt dat de veroordeelde werkloos is en veel schulden heeft.

IV-2. Op 22 augustus 2012 wordt meegedeeld dat verzoekster vanwege haar familiaal verzekeraar een vergoeding ter waarde van euro 6.250 zal ontvangen op grond van de waarborg ‘insolventie derden'.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 1.761,15:

- hoofdsom volgens arrest van 13.12.2011 euro 4.694,65

- provisie bij tussenvonnis euro 300,00

- RPV euro 990,00

- kosten gerechtsdeskundige euro 850,00

- intresten euro 1.179,50

subtotaal: euro 8.011,15

te verminderen met de tussenkomst v/d verzekeraar min euro 6.250,00

(aangepaste schadenota 22/08/2012)

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

De posten ‘intresten' en ‘meerinspanningen' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een financiële hulp.

De zienswijze van de Commissie ten aanzien van zowel de intresten als de meerinspanningen werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Inzake de intresten kan nog worden opgemerkt dat het principe - dat de bijzaak de hoofdzaak volgt - hier niet van toepassing is. Immers, de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade.

De post ‘economische schade huishouden' komt evenmin voor in deze limitatieve opsomming en komt bijgevolg niet in aanmerking voor een financiële hulp.

Gelet op het subsidiariteitsbeginsel, dat vervat ligt in artikel 31bis, § 1, 5° van voormelde wet, dient de Commissie bij de toekenning van de hulpbedragen rekening te houden met de door verzoekster genoten afbetaling tot heden door de verzekeraar.

Verzoekster bracht de tussenkomst van euro 6.250 reeds zelf in mindering bij de begroting van de schade.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de door de verzoekster opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten en de genoten verzekerings-tussenkomst, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 1.760.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 1.760.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 9 oktober 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 16 mei 2012 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.