- Beslissing van 10 oktober 2012

10/10/2012 - M81223/6419

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

De verzoeker werd het slachtoffer van een vechtpartij in café ‘De K.' te .... Hij kwam tussen in een vechtpartij tussen Peter Z. en de dochter van zijn vriendin. Hierbij kreeg hij een slag in het aangezicht en werd hij door een mes geraakt in de rechterhand.

II. Vervolging

II-1 Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... dd. 28 december 2005 werd Peter Z. (arbeider, geboren op 9 april 1970) veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van zes maanden waarvan de helft met uitstel gedurende drie jaar en een geldboete van 550 euro meer de kosten wegens het opzettelijk toebrengen van slagen of verwondingen met een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid tot gevolg aan de verzoeker en aan Patrick Y. en wegens het dragen van een verboden wapen.

Tegen dit vonnis werd geen rechtsmiddel aangewend.

II-2 Op burgerrechtelijk gebied werd hij veroordeeld tot het betalen van een provisie van 10.150 euro meer intresten aan de verzoeker.

III. Gevolgen van de feiten voor verzoeker

Dr. K. Pien, door de rechtbank aangesteld als deskundige, komt op 15 november 2005 tot volgende conclusie:

Besluit

X. Alain is een normaal gebouwde man van 35 jaar die in het verleden psychiatrische problemen vertoonde wegens overmatig alcoholgebruik. Hij volgde buitengewoon onderwijs.

Sinds een 10-tal jaar is hij werkzaam in een beschermde werkplaats.

Op 10 april 2004 liep betrokkene bij een vechtpartij een steekwonde ter hoogte van de rechterhand waarbij er een sectie was van de extensorpees van de rechtermiddenvinger alsook een partiële sectie van het caput van de derde metacarpaal. Dit werd chirurgisch behandeld in het ASZ te ....

Hij werd hiervoor gedurende één dag gehospitaliseerd. Nadien werd het letsel behandeld door ingipsing en steunverband gedurende 3 à 4 maand. Hierop volgde een kinesitherapeutische behandeling.

Hij kon het werk deeltijds hervatten op 15 september 2004. Verder werkte hij deeltijds tot half december 2004 (einde contract). Op 15 januari 2005 hervatte hij het werk (zwaardere handenarbeid) waarbij hij tot tweemaal toe een ontsteking van de pees van de rechterhand opliep. Dit werd door middel van ontstekingsremmers behandeld. Wegens deze ontsteking kon hij het werk niet meer hervatten en werd hij van half maart 2005 (aflopen contract) tot 27 juli 2005 terug voltijds op de mutualiteit geplaatst. Op 27 juli 2005 werd hij dan op werkloosheid gesteld.

Bij onderzoek van 4 augustus 2005 klaagt X. voornamelijk van pijn bij koude omstandigheden en bij weersveranderingen alsook bij bruuske bewegingen. Hij verklaart niet in staat te zijn zware handenarbeid uit te voeren. Hij vermeldt dat hij zijn hobby, namelijk het onderhouden van de tuin en zwemmen, partieel te moeten opgeven. Bij het geneeskundig onderzoek bemerkte men geen bijzonderheden ter hoogte van de rechterhand, behalve een beperkt extensiedeficit (5%) ter hoogte van de rechtermiddenvinger. Hierbij wordt ook drukpijn aangegeven ter hoogte van het derde en vierde metacarpo-falangiaal gewricht.

Volgende arbeidsongeschiktheden en tijdelijke invaliditeiten kunnen als volgt worden opgesteld:

- 100% tijdelijke invaliditeit van 10 april 2004 tot en met 14 september 2004

- consolidatiedatum op 15 september 2004 met een blijvende invaliditeit van 5%

- De esthetische schade wordt geraamd op 1/7.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Verzoeker verklaart geen beroep te kunnen doen op enige verzekering.

De veroordeelde was aanvankelijk toegelaten tot het systeem van collectieve schuldenregeling.

Op rechtszitting dd. 21 juni 2012 van de Commissie deelt verzoeker mee dat de schuldbemiddeling beëindigd werd met een definitieve kwijtschelding terwijl hij geen enkele afkorting genoot.

V. Begroting van de hoofdhulp

De verzoeker raamde voor de rechtbank zijn schade als volgt

Administratiekosten, verplaatsingskosten euro 175,00

Medische kosten na tussenkomst mutualiteit euro 199,54

Vervoer ambulance euro 24,54

TWO inkomensverlies p.m.

TWO moreel euro 3.956,00

1 dag hospitalisatie à euro 31

157 dagen à 100%

BI. (5%, 35 jaar bij consolidatie, à 867,625) euro 4.338,13

Economische waarde huishoudelijke arbeid euro 959,45

Esthetische schade (1/7) euro 750,00

Provisioneel gevraagd euro 10.400,00

Toegekend door rechtbank (esthetische schade euro 500) euro 10.150,00

Verzoeker verklaart zich naar de wijsheid van de Commissie te gedragen wat het gevraagde bedrag betreft, minstens vraagt hij een hoofdhulp te bedrage van de door de rechtbank toegekende provisie, meer de intresten.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een financiële hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

‘Economische waarde huishoudelijke arbeid' is evenmin opgenomen in deze limitatieve lijst en komt bijgevolg niet in aanmerking voor een financiële hulp.

Uit artikel 33, § 1 van de wet van 1 augustus 1985 blijkt dat het bedrag van de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is die beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St., Senaat 1984-85 nr. 873/2/1°,8). Dit uitgangspunt verleent aan de Commissie een appreciatiebevoegdheid, zowel inzake de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als inzake de bepaling van de omvang van het hulpbedrag.

Het voorgaande impliceert dat de Commissie voor bepaalde schadeposten andere tarieven kan (mag) hanteren dan die waarvan de correctionele rechter zich bedient. Hierdoor kan de door de Commissie toegekende hulp in meerdere of mindere mate afwijken van de in gemeenrecht toegewezen schadevergoeding. Zo baseert de Commissie zich onder meer bij het toekennen van een hulpbedrag voor de schadepost ‘morele schade' en ‘esthetische schade' op haar rechtspraak in analoge casussen.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een globale hulp te kunnen toekennen begroot op ex aequo et bono euro 7.500.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 7.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 10 oktober 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 24 december 2008 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.