- Beslissing van 17 oktober 2012

17/10/2012 - M10-7-1134/7721

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Verzoekster deed op 28 mei 2009 aangifte wegens verkrachting en stalking door een man die ze kende onder de roepnaam "Sas".

Op 7 mei 2009, nadat ze ruzie had gehad met haar verloofde Kurt, heeft ze op een bepaald moment haar hart uitgestort bij Sas (die ze had leren kennen toen ze 17 jaar was; de jaren nadien waren de contacten verwaterd). Van deze situatie heeft Sas misbruik gemaakt om haar te domineren.

Hij heeft in haar lip gebeten, haar op bed gegooid en gepenetreerd. Daarna zei hij dat hij Kurt ging laten weten dat ze seks hadden gehad.

Vanaf toen had hij haar helemaal in zijn macht. Hij kneep regelmatig in haar billen en beet haar. Nadien verplichtte hij verzoekster nog tweemaal tot seks.

II. Vervolging

Bij beschikking dd. 18 maart 2010 besliste de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg te ... tot internering van de genaamde Steven Z. (° 1975) wegens o.m. de volgende bewezen geachte tenlasteleggingen.

Tevens werd hij veroordeeld tot betaling van een provisie van euro 2.500 aan verzoekster, meer een RPV van euro 650.

B. Te ..., tussen 6 mei 2009 en 29 mei 2009, meermaals, op niet nader bepaalde data, onder meer op 7 mei 2009, 25 mei 2009 en 26 mei 2009

De misdaad van verkrachting gepleegd te hebben op X., geboren te ... op ../../1985, de verkrachting zijnde elke daad van seksuele penetratie van welke aard ook en met welk middel ook, op een persoon die daar niet in toestemt, de daad met name opgedrongen zijnde door middel van geweld, dwang of list of mogelijk gemaakt zijnde door een onvolwaardigheid of een lichamelijk of een geestelijk gebrek van het slachtoffer;

E. Opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan op de hierna vermelde plaatsen, op de hierna vermelde data, aan de hierna vermelde personen,

I. te ..., tussen 6 mei 2009 en 29 mei 2009, meermaals, op niet nader bepaalde data,

Aan X.

II. [...]

Z. stelde hoger beroep in tegen alle beschikkingen van deze uitspraak.

Bij arrest dd. 29 juni 2010 van de Kamer van Inbeschuldigingstelling van het Hof van Beroep te ... werd de bestreden beschikking bevestigd behoudens de ene wijziging dat het ten laste gelegde feit A (betrekking hebbend op een andere burgerlijke partij) niet bewezen geacht werd.

Daarop stelde Z. cassatieberoep in.

Bij arrest dd. ../../2011 werd het cassatieberoep verworpen wegens laattijdigheid.

Het arrest van de K.I. werd op 20 september 2010 aan de veroordeelde betekend. Klaarblijkelijk wordt, gelet op diens vastgestelde onvermogendheid, de verdere afhandeling van de burgerlijke belangen niet meer nagestreefd.

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van gerechtsdeskundige prof. dr. W. J. in zijn verslag van 02/06/2009:

- Er zijn 2 blauwe ecchymosen op de achterzijde van de rechterbovenarm.

- Er is een ecchymose ter hoogte van de dorsale zijde van de rechterpols en op de rechterhandrug.

- Er zijn 4 blauwe ecchymosen boven de linkerelleboogplooi (vastgrijpen?).

- Er is een forse ecchymose ter hoogte van de binnenzijde van het rechterbovenbeen welke mogelijk een beetspoor betreft.

- Er zijn meerdere ecchymosen ter hoogte van de scheenbenen en knieën.

MEDICO-LEGALE BESPREKING EN BESLUITEN:

1. De genaamde X., ° ../../1985, verklaarde dat ze door een zekere "Sas" gestalkt werd en verkracht. Tevens zou ze herhaaldelijk gebeten zijn, o.a. in de bil, de tepels en de onderlip.

2. Betrokkene vertoont meerdere ecchymosen ter hoogte van de bovenste ledematen en onderste ledematen. Sommige ecchymosen ter hoogte van de bovenste ledematen kunnen veroorzaakt zijn door het krachtig vastgrijpen. Ter hoogte van de binnenzijde van het rechterbovenbeen was er 1 ecchymose welke mogelijk het gevolg was van een beet (cf. verslag tandarts C. Verbiest).

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder heeft niet tot uitvoering van het vonnis kunnen overgaan gelet op de onvermogendheid van de veroordeelde die geïnterneerd werd: "Zeker nu hij terug binnen zit, na het wegblijven op van het regime halve vrijheid om te gaan werken."

IV-2. Verzoekster werd door haar familiaal verzekeraar ETHIAS een tussenkomst van euro 2.500 uitbetaald in het kader van de waarborg ‘onvermogen van derden'.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een financiële hulp onder verwijzing naar het arrest van de K.I. van 29 juni 2010.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Verzoekster werd vergoed door haar familiaal verzekeraar ten belope van euro 2.500.

Terzake de gevorderde ‘rechtsplegingsvergoeding' merkt de Commissie op dat indien een advocaat tussenkomt voor een slachtoffer, voor wie hij zich burgerlijke partij stelde voor de correctionele rechtbank, in opdracht en op kosten van een verzekeringsmaatschappij, dan komt de rechtsplegingsvergoeding, indien deze betaald zou worden, toe aan de maatschappij (die ook de ereloonstaat van de advocaat ten laste neemt).

Kortom, het bedrag dat voor de rechtsplegingsvergoeding betaald wordt, komt nooit het slachtoffer ten goede. In die omstandigheden een hulp toekennen voor de rechtsplegingsvergoeding zou indruisen tegen de filosofie van de wet van 1 augustus 1985.

Gelet op het voorgaande komt de Commissie tot de vaststelling dat voorliggend verzoekschrift ongegrond is.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk doch ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 17 oktober 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 6 oktober 2010 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.