- Beslissing van 18 oktober 2012

18/10/2012 - M80665/6126

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Uit de stukken blijkt dat op 3 oktober 2004 drie onbekenden een gewelddadige overval pleegden op een appartement waar de verzoeker samen met zijn tweelingbroer Dieter en nog drie andere personen aanwezig was. De verzoeker kreeg hierbij slagen toegediend.

Proces-verbaal van verhoor d.d. 6 oktober 2004 van Günter X.:

"Ik werd gisteren avond slachtoffer van een diefstal met geweld.

Ik ben gisteren, rond 22.15 uur, met mijn broer op bezoek gegaan bij een kennis van mijn broer, een zekere Frank.

Aldaar heb ik wat muziek beluisterd. In het huis waren wij in het totaal met vijf personen die ik enkel vaag ken, waaronder Liza, Frank en Geert. Verder waren mijn broer Dieter en ik aanwezig.

Er ging nog een zesde persoon, een zekere Albano, naar het huis komen. Hij had een huissleutel van Frank maar is niet meer langsgekomen.

Wij zaten allemaal in een kamer op het bovenste verdiep. Ik hoorde een luide klap. Kort daarna stormden er drie personen in de kamer binnen. Ik heb niemand de trap horen opkomen.

Zonder aanleiding smeten ze de tafel die in de kamer stond omver. Ze vroegen ons naar onze gsm's, geld en identiteitskaarten. Ze waren zeer agressief en gewelddadig.

Ik kan u de drie personen als volgt beschrijven: ...

Bij hun binnenkomst deelden ze alle drie slagen uit naar alle personen aanwezig in de ruimte. Terwijl vroegen ze achter ons geld, sigaretten, identiteitskaarten en gsm's. Ze vroegen dit in het Nederlands en het Frans. Daarna moesten wij samen in groep tegen een muur (de muur direct rechts bij het binnenkomen) gaan zitten. Zij bleven ons bedreigen en sloegen ons. Ze vroegen meermaals om geld.

Op een bepaald moment vroegen ze wie dat er in het huis woonde. Na aarzelen zei Frank dat hij er woonde waarop ze alle drie op hem vlogen en hem stampten. Ik zag hoe hij door de leider geslagen werd met de baseball-bat. Verder werd hij geslagen door die derde man met zijn pistool, dit zowel met de loop als de handgreep.

Ze vonden een geldkoffertje in de kamer en wilden daarvan de sleutels hebben. Omdat niemand die sleutels wist zijn begon die Aziaat aan Liza haar broek te trekken. Hij probeerde deze uit te trekken.

Verder zette hij zijn mes op haar keel en zei iets van dat Belgen sentimenteel waren. Volgens mij deed hij dit om ons onder druk te zetten.

Omdat niemand de sleutels had forceerden ze het koffertje. Omdat het kistje leeg was werden ze razend en sloegen ze ons opnieuw. Ik heb niet gezien dat er geld inzat.

De drie zeiden tegen Frank dat hij de ruimte moest verlaten. De man met zijn pistool volgde hem direct en de twee anderen bleven kort achter, om ons te bedreigen. Daarop verlieten ze ook de woning. Wij bleven zitten totdat wij zwaailichten hebben gezien en hebben dan ook de woning verlaten.

Ik werd door de leider met de baseball-bat geslagen. Daardoor heb ik een linker blauw oog en een verwonding aan mijn rechter elleboog. Verder heb ik pijn aan de pink van mijn linker hand. Ik werd door de ambulance overgebracht naar het ...ziekenhuis voor de eerste zorgen. Ik dien echter nog eens terug te gaan voor de resultaten van het onderzoek.

Behalve mijn gsm heb ik geen nadeel. Het gaat hierbij om een nokia-gsm, oud model. De gsm heeft een chip van base. Het gaat hierbij om een prepaid-gsm. Het gsm-nummer: 0484/.... Het imei-nummer is mij onbekend.

Ik heb geen idee waarom die personen daar waren. Ik kan u geen informatie geven over het leven van Frank, ik ken hem enkel zeer vaag. Ik weet dat Frank af en toe joints rookt.

Ik wens vergoed te worden voor alle kosten.

Ik heb geen behoefte aan de dienst slachtofferhulp."

II. Vervolging

II-1. Bij vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te d.d. 16 februari 2005 werden Belhadj A., Abdelhadi A. en Wadou A. ontslagen van rechtsvervolging voor de tenlasteleggingen wegens gebrek aan bewijs.

De rechtbank verklaarde zich dienvolgens niet bevoegd om te oordelen over de eis van de verzoeker, die zich burgerlijke partij gesteld had.

II-2. Dit vonnis werd zowel op strafrechtelijk als op burgerrechtelijk gebied bevestigd door het arrest van het Hof van beroep te ... d.d. 28 juni 2005.

Tegen dit arrest werd geen beroep in cassatie aangetekend. Het verkreeg aldus kracht van gewijsde.

III. Gevolgen van de feiten voor verzoeker

Omtrent de medische en/of psychische toestand van verzoeker ligt geen eenduidig medisch attest voor. Wel bevat het dossier foto's van verzoeker met zijn verwondingen.

Uit één overgezonden "tekening" van orthopedist T. D. kan worden opgemaakt dat er sprake zou zijn van een contusie aan de linker oogkas, fractuur rechterelleboog, een brandwondje, een contusie aan de linkerhand en aan de rechterbovenarm.

In een zelf - hetzij door het CAW dat hem bijstaat - opgesteld document verklaart verzoeker dat hij getuige was van zwaar geweld op zijn tweelingbroer en de anderen en dat hij eveneens zwaar

bedreigd en geslagen werd met een pistool en een baseball-bat. Hij heeft alles bewust meegemaakt en gezien hoe elkeen werd aangepakt en mishandeld. Het gevoel van machteloosheid bij het zien van het geweld op zijn broer is op zich bijzonder traumatisch geweest.

Hij herstelde weliswaar relatief snel van zijn verwondingen, maar de psychische verwerking verliep veel moeizamer. Hij had gedurende lange tijd angst, paniekgevoelens en slechte herinneringen. De woorden "on va te tuer" heeft verzoeker erg lang onthouden. Dit zou zich geuit hebben in slaapstoornissen, angstdromen en plotse paniekaanvallen.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV.-1. De daders zijn onbekend gebleven waardoor de schade niet op hen verhaald kan worden.

IV-2. Verzoeker verklaart op 20 juni 2008 niet te beschikken over een private verzekering of rechtsbijstandsverzekering die kan tussenkomen in de geleden schade.

Hij zendt echter een kopie over van de bijzondere voorwaarden van de familiale verzekering P&V waaruit blijkt dat de polis een luik rechtsbijstand met clausule "insolvabiliteit van derden" bevat.

Het schrijven van het regelingsbureau Dekra van 19 oktober 2010 stelt "dat de polis een pleitdrempel van euro 123,95 bevat die niet overschreden is; dat bij gebrek aan enig medisch attest de overgezonden medische kosten niet met zekerheid aan het voorval kunnen worden gelinkt; dat de foto's, waarop kwetsuren getoond worden, niet overeenstemmend zijn met de verklaring die verzoeker heeft afgelegd aan de politie Voor het overige verwijzen wij u naar art. 34 en 35 van de wet op de landsverzekering, die de verjaring betreffen, die ons insziens intussen is opgetreden."

V. Begroting van de schade door de verzoeker

Verzoeker legt naar behoren stukken voor ter staving van medische en farmaceutische uitgaven ten belope van euro 84,52 en euro 6,75 procedurekosten.

Inzake de begroting van de morele schade verklaart hij zich naar de wijsheid van de Commissie te gedragen.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Op haar rechtszitting van 29 maart 2012 wierp de Commissie enkele vragen op nopens de omstandigheden waarin de feiten van 5 oktober 2004 zich hebben voorgedaan. Aangezien deze vragen niet konden beantwoord worden bij afwezigheid van verzoeker vroeg de verslaggever het strafrechtelijk dossier op via de gerechtelijke instanties.

Uit zowel de door de rechercheurs genomen foto's, hun vaststellingen als uit de verhoren blijkt dat de feiten zich afspeelden in een verwaarloosd kraakpand waar verdovende middelen alleszins gebruikt werden door hetzij de vaste hetzij de tijdelijke bewoners:

- "betreft een kraakpand [...] eveneens een andere kamer welke gevuld is met zakken afval. [...] De (voorste) kamer is net als andere ruimtes zeer wanordelijk en voorzien van allerlei prullaria. In de kamer staat er van alles en nog wat. Ter hoogte van de matras bemerken we een bebloed laken. Alsook ligt er een omvergeworpen computer. Op de grond liggen er diverse compact disks alsook andere attributen. In deze kamer is de chaos niet te beschrijven. [...] In het algemeen kan het kraakpand in zijn geheel omschreven worden als zeer wanordelijk wat min of meer te wijten is aan de leefwijze van de bewoners. " (beschrijving locus delicti bij PV nr. ...77222/04, dd. 06/10/2004);

- " Ik heb vernomen dat Frank cokegebruiker is geweest. Hij vertoefde vroeger in een Marokkaans drugmilieu. Frank ging bij hen thuis om te gebruiken. Ik weet niet of hij er vijanden gemaakt heeft. Ik weet niet of hij de laatste tijd ooit bedreigd is geweest. Hij heeft twee ex-liefjes verloren, ze geraakten aan de coke en belandden in de prostitutie." (PV nr. ...77240/04, dd. 06/10/2004);

- verhoor van de genaamde Frank: "Ik kan u zeggen dat hij toen in het gezelschap was van een tweede persoon "HAMID" onder bedreiging van een pistool een ripdeal op mijn persoon heeft gepleegd. [...] Ik ben toen uit het milieu gestapt en raakte van de drugs af." (PV nr. ...79870/04, dd. 14/10/2004);

- " Wij treffen tevens aan [...] diverse plastiek zakjes, inhoudende 4,482 g vermoedelijk marihuana, 33 ½ zegeltjes (vermoedelijk LSD), 1,421 g gedroogde plantendeeltjes, tabaksverpakking inhoudende tabak en 14 witte papiertjes. In een wit vuilbakje vinden we nog een glazen pijpje (17/O) [...] 99 roze pilletjes met Mitsubishi logo (vermoedelijk XTC), 1,41 g kleinere blokjes (vermoedelijk hash). [...] Op de schoorsteenmantel ligt verder een ronde spiegel met daarop een los breekmesje. Op de spiegel zelf zijn nog overschotten van een wit poeder te zien dat in lijntjes verdeeld was. [...] Op het lemmet vinden wij resten van vermoedelijk hash. [...] Boksijzer gevonden bovenop het betreffende kastje. [...] "(PV nr. ...06572/04, dd. 06/10/2004);

- Na testen door de unit drugs blijkt: wit poeder test positief voor speed

½ roze pilletje positief voor XTC

kartonnen zegeltje positief voor LSD

klein blokje ruwe opium

Inbeslagname van diverse voorwerpen, o.a. glazen bokaal met verdamper die kan gebruikt worden voor het roken van hash of weed. (PV nr. ...06572/04, dd. 06/10/2004);

Artikel 33 § 1 van de wet van 1 augustus 1985 stipuleert dat de Commissie bij het begroten van de hulp - die zij naar billijkheid bepaalt - onder meer rekening kan houden met het gedrag van het slachtoffer indien dit rechtstreeks of onrechtstreeks heeft bijgedragen tot het ontstaan van de schade of de toename ervan. Bijgevolg neemt de Commissie in iedere zaak de omstandigheden waarin de gewelddaad zich heeft voorgedaan in acht en oordeelt in welke mate het eigen (risicovol) gedrag van verzoeker de gegrondheid van het verzoekschrift zal beïnvloeden.

Zo wordt het niet billijk geacht zich even solidair te tonen ten aanzien van een slachtoffer dat in een crimineel milieu (zoals in casu het drugsmilieu) vertoeft, zelfs indien hij/zij niet veroordeeld is geweest of indien er geen uitlokking is weerhouden. Zoals gezegd gaat het immers niet om een ‘recht' op schadeloosstelling, maar om een verzoek tot toekenning van een financiële ‘hulp' die naar billijkheid wordt bepaald.

Welnu, na grondige lectuur van het strafdossier komt de Commissie tot de vaststelling dat verzoeker niet voldaan heeft aan de schadebeperkingsplicht die op hem rust. Hoewel hij als slachtoffer enerzijds een aantal rechten geniet, wordt anderzijds van hem ook verwacht dat hij zijn best doet om zijn nadeel te begrenzen zoals het iedere wetsgetrouwe burger betaamt.

Het spreekt voor zich dat de omstandigheden - onder meer de als zeer wanordelijk omschreven locus delicti waar de aanwezige personen beweerden uit het drugsmilieu te zijn gestapt, niettegenstaande ze in het pand vertoefden temidden van een onoverzichtelijke berg afval en diverse (sporen van) verdovende middelen - geen enkele vorm van fysiek geweld toelaten of dit zelfs maar vergoelijken. Niettemin kunnen die specifieke omstandigheden bepalend zijn bij het kaderen van de aan het slachtoffer overkomen feiten.

Welnu, op grond van de door de verbalisanten gedane vaststellingen, is de Commissie de mening toegedaan dat verzoeker - die beroep doet op het hierboven aangehaald principe van collectieve solidariteit tussen de leden van eenzelfde natie teneinde hem op grond daarvan een financiële hulp (zonder dat deze integraal is of een afdwingbaar recht inhoudt) toe te kennen - zélf deze maatschappelijke solidariteit doorbreekt door zich bewust in een crimineel milieu te begeven hetzij zich in te laten met aan het drugsmilieu gerelateerde personen en daardoor zelf het risico opzoekt van betrokken te geraken bij onderlinge afrekeningen.

Op basis van de bovenstaande overwegingen is de Commissie derhalve van oordeel dat het gedrag van verzoeker dermate risicovol was dat het verantwoord is hem de toekenning van een financiële hulp te ontzeggen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk doch ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 18 oktober 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 27 juni 2008 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.