- Beslissing van 26 oktober 2012

26/10/2012 - M12-1-0160/8769

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Omdat patiënt Z. zich op 20 februari 2010 zeer agressief opstelt in de psychiatrische inrichting te ..., wordt de bijstand van onder meer verzoeker in zijn hoedanigheid van politie-inspecteur ingeroepen door het verplegend personeel teneinde Z. naar de isoleerkamer over te brengen. De man bevindt zich op zijn kamer alwaar hij het meubilair vernield heeft. Met een stuk hout afkomstig van het meubilair slaat hij op het voorhoofd van verzoeker.

Verzoeker diende zich naar de spoedafdeling van het ziekenhuis te Malle te begeven.

II. Vervolging

Verzoeker streefde schadevergoeding na middels een rechtstreekse dagvaarding samen met collega Y. (dossier M 12-1-0161).

Bij vonnis dd.2 november 2011 van de 10de B kamer (rechtdoende in burgerlijke zaken) van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd Z., verstekmakend, veroordeeld tot betaling van euro 6.390,60 meer de intresten aan verzoeker en een RPV van euro 275 ( euro 550 / 2).

- opleg kiné euro 22,38

- kledijschade (forfaitair) euro 250,00

- verplaatsingskosten (spoedopname, consultaties dokter, kiné) euro 250,00

- TWO moreel euro 787,50

- esthetische schade (3/7) euro 4.500,00

- economische schade huishouden euro 210,78

- meerinspanningen euro 370,00

III. Gevolgen van de feiten

Volgens medisch attest van MEDEX liep verzoeker volgende letsels op waaraan hij geen blijvende arbeidsongeschiktheid overhield:

- subcutaan sekwel van een traumatisch hematoom frontaal rechts;

- slagtrauma linker middenvinger (A2-gewricht);

- musculaire elongatie (LWZ) bij afweerbewegingen kan aanvaard worden in kader van het arbeidsongeval

Subjectief: geen melding van klachten

Objectief: inspectie: Re. frontoparetale streek: 2 cm opzetting - sekwel doorgemaakte hematoom

Totale arbeidsongeschiktheid:

- 4 dagen vanaf 20/02/2010

- 5 dagen vanaf 24/02/2010

- 4 dagen vanaf 08/06/2010

Attest 22/02/2011 van dr. Dirk J., huisarts: " Ondergetekende dokter bevestigt dat patiënt X. Stefan esthetische schade heeft van arbeidsongeval dd. 20/02/2010.

Er is frontaal rechts op het hoofd een zwelling, wat duidelijk een sekwel is van een hematoom. Esthetische schade schaal Julin mijns inziens 3/7. "

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder laat weten dat uitvoering van het vonnis niet mogelijk is. De veroordeelde bewoont een appartement (sociale woning, "zeer oud") en bezit geen voor nuttig beslag vatbare roerende goederen.

IV-2. Op het ogenblik van de feiten had verzoeker een familiale polis met luik rechtsbijstand afgesloten bij ETHIAS. De feiten betreffen evenwel een arbeidsongeval en zijn om die reden volgens de polis uitgesloten voor vergoeding.

IV-3. De vraag van de verslaggever, met name welke vergoedingen verzoeker ontving in het kader van de arbeidsongevallenreglementering, werd niet beantwoord.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 6.867,23 begroot als volgt:

- hoofdsom volgens vonnis euro 6.390,60

- RPV euro 275,00

- dagvaarding euro 113,22

- uitgifte euro 4,28

- betekening euro 84,07

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985.

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

De post ‘meerinspanningen' is daarbij niet opgenomen en komt dus niet in aanmerking voor een financiële hulp.

Deze zienswijze van de Commissie ten aanzien van de meerinspanningen werd overigens bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

De post ‘economische schade huishouden' komt evenmin voor in de limitatieve opsomming.

Uit artikel 31bis, §1, 5° van de wet van 1 augustus 1985 (" De schade kan niet afdoende worden hersteld door de dader of de burgerlijk aansprakelijke partij, op grond van een stelsel van sociale zekerheid of een private verzekering, noch op enige andere manier.") blijkt manifest dat de wetgever het subsidiariteitsbeginsel huldigt en dat het slachtoffer dus eerst beroep dient te doen op de traditionele middelen om schadeloosstelling te bekomen, zoals bv. in casu via de arbeidsongevallenverzekeraar, alvorens zich te richten tot de Commissie.

De vraag van de verslaggever, met name welke vergoedingen verzoeker ontving in het kader van de arbeidsongevallenreglementering, blijft onbeantwoord. Zoals opgemerkt komt in de regel de arbeidsongevallenverzekeraar of werkgever tussen in zowel de verplaatsingskosten om medische reden (spoedopname, doktersconsultaties, kiné..) als in de kledijkosten. Zo verstrekt verzoeker geen antwoord op de vraag of hij op het ogenblik van de feiten zijn uniform droeg...

Aan verzoeker werd tevens gevraagd om een recente kleurenfoto neer te leggen "waarmee de esthetische schade op duidelijke wijze wordt aangetoond".

De 3 kleurenfoto's die verzoeker overzond laten evenwel veel te wensen over qua visualisering van het uitwendig letsel.

Teneinde de esthetische schade de visu te kunnen vaststellen, maar tevens omwille van de hoger vermeld onbeantwoord gebleven vraag, werden zowel verzoeker als zijn raadsman uitgenodigd op de rechtszitting van 30 mei 2012. In de aangetekend verzonden uitnodigingsbrief van 14 mei 2012 had het secretariaat aan verzoeker in persoon laten weten dat diens aanwezigheid gewenst was. Op 23 mei 2012 ontving het secretariaat een brief van de raadsman met volgende inhoud: " Ik moet u melden dat het voor mij onmogelijk is om op deze zitting aanwezig te zijn. Ik vernam echter dat de heer X. in ieder geval aanwezig zal zijn. "

De Commissie, die nochtans op de zitting van 30 mei 2012 gewacht heeft tussen 15 uur 05 en 16 uur alvorens de zaak verder te behandelen, moest echter vaststellen dat verzoeker niet kwam opdagen noch iemand voor hem.

Uit artikel 33, § 1 van de wet van 1 augustus 1985 blijkt dat het bedrag van de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is die beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St., Senaat 1984-85 nr. 873/2/1°,8). Dit uitgangspunt verleent aan de Commissie een appreciatiebevoegdheid, zowel inzake de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als inzake de bepaling van de omvang van het hulpbedrag.

Het voorgaande impliceert dat de Commissie voor bepaalde schadeposten andere tarieven kan (mag) hanteren dan die waarvan de correctionele rechter zich bedient. Hierdoor kan de door de Commissie toegekende hulp in meerdere of mindere mate afwijken van de in gemeenrecht toegewezen schadevergoeding. In voorliggend dossier is de Commissie genoodzaakt om, bij het toekennen van een hulpbedrag voor de schadepost ‘esthetische schade', zich te baseren op de voorgelegde stukken en evalueert deze post cijfermatig op euro 3.600 in billijkheid.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een globale hulp te kunnen toekennen begroot op euro 4.787.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 4.787.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 26 oktober 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 20 februari 2012 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.