- Beslissing van 30 oktober 2012

30/10/2012 - M90938/6927

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Op 11 oktober 2008 omstreeks 4 uur 's ochtends werd verzoeker in zijn café te ... met een mes gestoken door de heer Bart Z..

De vriendin van Z., namelijk Martine W., heeft een dochter die als vriendje een zekere Hakim heeft die in haar videotheek werkt, maar veel op herbergbezoek gaat bij Jeroen X. . W. zou aan Z. gezegd hebben dat ze van X. vernomen had dat Hakim haar dochter met een ander meisje uit het café zou bedrogen hebben. Hakim was om die reden die avond boos op X. (die stelt dat W. dit liegt) en zou hem geslagen hebben.

Z. en zijn vriendin W. besloten met hun voertuig BMW naar de herberg van X. te rijden, die gezien het gevorderde uur (3 uur 's ochtends) reeds gesloten was.

Om zich toegang te verschaffen tot het café sloeg Z. met een stok het glas van de gesloten achterdeur stuk. In het café werd X. dan door Z. met een mes in de rechter bovenarm gestoken.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 26 oktober 2010 werd de heer Bart Z., wegens het plegen van onder meer de sub I vermelde feiten (met voorbedachten rade toebrengen van opzettelijke slagen en verwondingen, met blijvende ongeschiktheid), veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van 18 maanden en tot een geldboete van euro 550.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van een globale provisie van euro 5.000 aan verzoeker.

Bij arrest van het Hof van Beroep te W... d.d. 15 september 2011 - ingevolge het hoger beroep op strafgebied van Bart Z. en het Openbaar Ministerie - werd de duur van de gevangenisstraf verminderd naar 12 maanden.

In de zaak ter afhandeling van de burgerlijke belangen werd Z. bij vonnis van voornoemde rechtbank d.d. 3 april 2012 veroordeeld tot betaling van de som van euro 18.180,14 meer intresten aan verzoeker.

III. Gevolgen van de feiten

Verzoeker liep een insteekwonde t.h.v. de rechter bovenarm lateraal op en een uitgangswonde met sectie van de nervus radialis op die hoogte. Het zenuwletsel heeft een drophand tot gevolg, alsook gevoelloosheid in het gebied van de nervus radialis.

Er werd operatief ingegrepen met sutuur van de nervus radialis en nadien stabiliserende ingreep met peestransfer. Er was nabehandeling met gips.

In zijn deskundig verslag d.d. 14 juli 2010 weerhoudt Dr. Paul D. (aangesteld bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ...) de volgende graden en periodes van tijdelijke invaliditeit:

100 % van 11.10.08 t.e.m. 31.12.08 (tevens 100 % arbeidsongeschiktheid)

25 % van 01.01.09 t.e.m. 31.03.09

20 % van 01.04.09 t.e.m. 31.05.09

15 % van 01.06.09 t.e.m. 31.07.09

10 % van 01.08.09 t.e.m. 25.11.09.

Er is consolidatie op 26 november 2009, met een blijvende invaliditeit én arbeidsongeschiktheid van 6 % (functiebeperking, gevoelloosheid).

De esthetische schade wordt geraamd op 3,5 op de schaal van 7 (diverse littekens rechter arm).

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

De heer Z. is gedetineerd en heeft geen inkomen. Bij beschikking van de Arbeidsrechtbank te ... d.d. 7 mei 2010 werd hij toegelaten tot de collectieve schuldenregeling (mr. Anne-Marie V. werd als schuldbemiddelaar aangesteld).

In haar schrijven d.d. 24 september 2012 deelde mr. Verhaeghe mee dat de collectieve schuldenregeling nog steeds lopende is. De heer Z. verblijft momenteel in de gevangenis voor het uitzitten van zijn oude straf. Thans is er dan ook geen enkel vooruitzicht op eventuele afbetalingen.

In een schriftelijke verklaring d.d. 12 september 2012 bevestigde de heer R. V., verzekeringsmakelaar, dat verzoeker ten tijde van de feiten niet over een exploitatiepolis of een gewaarborgde inkomensverzekering beschikte.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 25.373,91:

- materiële schade: euro 579,80

- verplaatsingskosten: euro 100,00

- administratiekosten: euro 62,00

- kledijschade: euro 72,80

- schade uurwerk: euro 112,50

- schade bril: euro 232,50

- medische kosten: euro 269,36

- morele schade TAO: euro 3.438,75

100 % van 11.10.08 t.e.m. 31.12.08 : 82 d. x euro 25 = euro 2.050,00

25 % van 01.01.09 t.e.m. 31.03.09 : 90 d. x euro 6,25 = euro 562,50

20 % van 01.04.09 t.e.m. 31.05.09 : 61 d. x euro 5 = euro 305,00

15 % van 01.06.09 t.e.m. 31.07.09 : 61 d. x euro 3,75 = euro 228,75

10 % van 01.08.09 t.e.m. 25.11.09 : 117 d. x euro 2,50 = euro 292,50

- schade BAO: euro 11.550,00

6 % x euro 1.925 per punt

- esthetische schade (3,5/7): euro 6.500,00

- procedurekosten: euro 3.036,00

- kopie strafdossier: euro 53,00

- expertisekosten: euro 983,00

- rechtsplegingsvergoeding: euro 2.000,00

In een aanvullende nota van de raadsman van verzoeker d.d. 26 september 2012 wordt tevens om de toekenning gevraagd van een hulp van euro 43.527,02 voor het inkomstenverlies. Dit bedrag werd door verzoeker en diens raadsman nader toegelicht ter zitting d.d. 10 oktober 2012.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Met betrekking tot de gevraagde hulp voor de materiële schade dient gewezen op vaste rechtspraak van de Commissie volgens dewelke als materiële kosten enkel die kosten worden beschouwd die rechtstreeks verband houden met het door de gewelddaad opgelopen letsel, zoals kledij die door de gewelddaad met bloed werd besmeurd, verplaatsingskosten naar ziekenhuis, dokters, kinesisten en apotheken, alsook diverse administratiekosten.

In het licht van die rechtspraak komt de gevraagde hulp voor het beschadigd uurwerk niet voor de toekenning van een hulp in aanmerking (de beschadigde bril daarentegen is wél vergoedbaar aangezien een bril als een prothese wordt beschouwd en bijgevolg onder de medische kosten valt).

Wat het gevraagd hulpbedrag voor het inkomstenverlies betreft, gaf de raadsman van verzoeker ter zitting d.d. 10 oktober 2012 toe dat dit bedrag berekend werd op basis van hypothetisch loon. In die omstandigheden meent de Commissie de nodige terughoudendheid aan de dag te mogen leggen voor het toekennen van een hulp voor deze schadepost.

In verband hiermee stelt de Commissie overigens vast dat verzoeker ten tijde van de feiten niet over een exploitatiepolis of een gewaarborgde inkomensverzekering beschikte (zie de schriftelijke verklaring van verzekeringsmakelaar R. V. d.d. 12 september 2012). Welnu, door na te laten een verzekering af te sluiten als uitbater van een horecazaak, is de Commissie van oordeel dat verzoeker zich heeft blootgesteld aan een aanzienlijk risico. In die optiek meent de Commissie in redelijkheid niet te moeten opdraaien voor de inkomensschade die verzoeker heeft opgelopen in het kader van de uitoefening van zijn handelsactiviteit.

Tot slot wenst de Commissie de aandacht te vestigen op artikel 33 § 1, eerste lid, van voornoemde wet, luidens welke bepaling de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is de beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St. Senaat, 1984-85, nr. 873/2/1°, 8). Dit uitgangspunt geeft aan de Commissie een ruime appreciatie-bevoegdheid, zowel met betrekking tot de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als met betrekking tot de bepaling van de omvang ervan.

Een en ander impliceert dat de door de Commissie toegekende hulp niet noodzakelijk overeenstemt met de volledige schadeloosstelling van het nadeel dat verzoeker heeft geleden.

Wat het voorliggend dossier betreft, is de Commissie van oordeel dat de toekenning van een globaal hulpbedrag van euro 25.000 redelijk en gepast is.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 25.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 30 oktober 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 6 oktober 2009, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een noodhulp van euro 15.000 (nadien omgezet in een hoofdhulp van euro 25.373,91), voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.