- Beslissing van 13 november 2012

13/11/2012 - M10-5-1364/7846

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Tussen 27 juni 1997 en 30 juli 2000 werd verzoekster te ... meermaals verkracht en geslagen door de heer Florent Z. (° 1943). Deze laatste was eigenaar van het café waar verzoekster iets bijverdiende (strijk, schoonmaken).

Verzoekster verklaarde dat ze heel regelmatig werd verkracht, bij Z. thuis in bed (waarbij ze aan haar polsen aan het bed werd vastgemaakt en haar mond werddichtgeplakt) of in zijn auto. Wanneer ze zich probeerde te verzetten, kreeg ze het mes op de keel.

Z. duwde eenmaal een heet strijkijzer op de linkerhand van verzoekster en gaf haar ook eenmaal een messteek in haar rechterknie.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 15 juni 2005 werd de heer Florent Z., wegens het plegen van onder meer de sub I vermelde feiten, veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar (waarvan twee jaar met uitstel van tenuitvoerlegging voor een termijn van vijf jaar).

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van een provisie van euro 2.500 aan verzoekster en werd psychiater Dr. C. V. als deskundige aangesteld.

Tegen alle beschikkingen van dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door de beklaagde, alsook door het Openbaar Ministerie.

Na tussenarrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 26 januari 2006, waarbij een college van deskundigen werd aangesteld teneinde verzoekster te onderzoeken, werd de heer Florent Z. bij eindarrest d.d. 13 december 2007 veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar (waarvan twee jaar met uitstel van tenuitvoerlegging voor een termijn van vijf jaar).

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de som van euro 17.175 meer intresten aan verzoekster.

III. Gevolgen van de feiten

In het verslag van het college van deskundigen (Dr. M., Prof. Dr. W. en Dr. A.) d.d. 27 juli 2007 wordt een tijdelijke ongeschiktheid van 20 % weerhouden van 5 augustus 2000 tot en met 4 augustus 2001.

Vanaf 5 augustus 2001 (consolidatie) is er een blijvende invaliditeit van 10 % (geen blijvende arbeidsongeschiktheid).

De esthetische schade bedraagt 1 op de schaal van 7 (littekens t.h.v. linker handrug en rechter knie).

Tussen 27 december 2000 en 4 oktober 2001 ging verzoekster vijfmaal op consultatie bij psychiater Dr. M.. Nadien haakte ze af omdat ze de raadplegingen niet meer kon betalen.

In het psychiatrisch verslag van Dr. A. d.d. 20 april 2007 lezen we: "Tijdens het huidig onderzoek geeft betrokkene de indruk dat ze nog niet klaar is met de traumatisering door Z. Florent en dat het best is dat ze nog een tijdje gesprekken heeft met een psychiater, bv. met D. M., psychiater te ..., met wie ze vroeger enkele gesprekken heeft gehad en tegenover wie ze zeer positief staat."

Ter zitting van de Commissie d.d. 18 oktober 2012 bevestigde verzoekster dat ze nog behoefte heeft aan therapie, al heeft ze geen idee hoeveel sessies ze dan wel nodig heeft. De kostprijs per sessie bedraagt euro 50.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Het sub II vermeld arrest d.d. 13 december 2007 werd bij deurwaardersexploot d.d. 21 maart 2008 aan de heer Z. betekend met bevel tot betalen, maar hierop volgde geen reactie.

In het kader van de waarborg ‘insolventie van derden' ontving verzoekster vanwege haar rechtsbijstandsverzekeraar (Providis) een bedrag van euro 6.197,34.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een financiële hulp van euro 10.977,66:

- hoofdsom cf. arrest d.d. 13.12.07: euro 17.175,00

- verplaatsingskosten: euro 100,00

- administratieve kosten: euro 125,00

- esthetische schade (1/7): euro 750,00

- morele schade tijdelijke invaliditeit: euro 1.825,00

20 % van 05.08.00 t.e.m. 04.08.01: 365 d. x euro 5

- morele schade blijvende invaliditeit: euro 9.375,00

10 % x euro 1.875 per punt / 2

- seksuele schade: euro 5.000,00

- verzekeringstussenkomst: - euro 6.197,34

Ter zitting d.d. 18 oktober 2012 verklaarde verzoekster zich te gedragen naar de wijsheid van de Commissie met betrekking tot het bedrag van de gevraagde hulp.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Bij de beoordeling van het voorliggend hulpverzoek houdt de Commissie rekening met:

- de aard, de ernst en de lange duur van de feiten, alsook de frequentie waarmee ze gepleegd werden;

- de jeugdige leeftijd van het slachtoffer;

- de zware impact van de feiten voor verzoekster, zoals zij onmiskenbaar blijken uit de neergelegde stukken alsook uit de mondelinge toelichting ter zitting verstrekt door verzoekster en haar advocaat;

- de nood aan therapie ter verwerking van het trauma, zoals toegelicht ter zitting;

- de door de Commissie gehanteerde tarieven in analoge dossiers inzake seksueel misbruik (van minderjarigen).

Gelet op die omstandigheden meent de Commissie in billijkheid een hulp van euro 15.000 te kunnen toekennen.

De Commissie spreekt hierbij de wens uit dat een deel van dit bedrag zou aangewend worden ter bekostiging van de therapeutische begeleiding van verzoekster.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 15.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 13 november 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE L. VULSTEKE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 10 december 2010, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.