- Beslissing van 20 november 2012

20/11/2012 - M11-3-0876/8389

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

In de nacht van 3 op 4 juni 2005 kwam de zoon van de verzoekster, Filip X. (geboren op ../../1974), te ... om het leven ten gevolge van levering en toediening van drugs.

Ter zake is het immers zo dat:

de eerste beklaagde Jürgen Z. niet betwist dat hij op vraag van het slachtoffer Filip X. op vrijdagnamiddag 3 juni 2005 aan deze laatste heroïne leverde - zonder toediening -, zij het beperkt tot (hoogstens) 1/2 gram van de hoeveelheid van 1 gram heroïne die hij diezelfde dag (pas in de vooravond) kocht van de tweede beklaagde Davy W.;

de tweede beklaagde Davy W. deze verkoop van 1 gram heroïne aan de eerste beklaagde Jürgen Z. tevens erkent, eraan toevoegend dat hij eerder, nl. op 31 mei 2005, deze heroïne bij Mario X. had aangekocht, en bij zich gehouden had voor doorverkoop wegens de hogere prijs en gelet op de mindere kwaliteit (in vergelijking met heroïne die hij bij een andere dealer - Yacine V. - kocht) (st. 202 strafdossier);

de derde beklaagde Mario X. ook toegaf dat hij geregeld heroïne verkocht aan Davy W. die een grote afnemer van hem was en ook niet uitsloot - gelet op de verklaringen van de medebeklaagden ¬dat heroïne die hij verkocht had aan Davy W. uiteindelijk bij het slachtoffer, nl. zijn broer Filip X. terecht kwam; (arrest, blad 13)

II. Vervolging

II-1. Jürgen Z. (geboren op ../../1975), Davy W. (geboren op ../../1982) en Mario X. (geboren op ../../1973) werden vervolgd wegens:

"Als daders, ofwel om een misdaad of een wanbedrijf hieronder omschreven te hebben uitgevoerd, ofwel om door enige daad, tot de uitvoering ervan zodanige hulp te hebben verleend dat, zonder hun bijstand, de misdaad of het wanbedrijf niet had kunnen worden gepleegd, ofwel om door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden, rechtstreeks het misdrijf te hebben uitgelokt.

Bij inbreuk op de artikelen 1, 2 bis §§ 1-3c-5, 4 §§ 1-4-6, en 6 van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van gifstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen (B.S, 06.03.1921), op de artikelen 1, 2, 11, 15, 26 bis 10 en 40 en 28 §§ 1 en 2-30 van het K.B. van 31 december 1930 houdende regeling van de slaapmiddelen en de verdovende middelen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies (B.S. 10.01.1931), buiten de aankoop of het bezit krachtens geneeskundig voorschrift zonder voorafgaande vergunning van de Minister van Volksgezondheid, onder bezwarende titel of om niet, verdovingsmiddelen, te hebben verkocht, te koop gesteld of afgeleverd, namelijk het zogenaamde product heroïne dat substanties bevat welke onder de wetenschappelijke benaming heroïnum opgenomen zijn in artikel 1, nr. 36 van voormeld K.B. dd. 31.12.1930, terzake te hebben verkocht, te koop gesteld of afgeleverd; met de omstandigheid dat het gebruik dat ten gevolge van de misdrijven van de in § 1 bepaalde stoffen is gemaakt de dood heeft veroorzaakt, en meer bepaald verkoop en/of verschaffen van een niet nader te bepalen hoeveelheid heroïne, te ... op 03 en 04.06.2005 met de omstandigheid dat ten gevolge het misdrijf van het gebruik dat van de heroïne is gemaakt de dood heeft veroorzaakt van Filip X. Filip, te ... op 03 of 04.06.2005."

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 12 september 2006 werden Jürgen Z., Davy W. en Mario X. voor deze feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar.

Op burgerlijk gebied werden Jürgen Z. en Davy W. solidair veroordeeld tot betaling van de som van euro 1.011,56 meer intresten aan verzoekers, tot betaling van de som van

euro 2.000 meer intresten aan Freddy X. en tot betaling van de som van euro 2.0000 meer intresten aan Cecile A..

II-2. Bij arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 30 september 2008 werden Jürgen Z. en Davy W. veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar.

Op burgerlijk gebied werd het bestreden vonnis bevestigd en werden Jürgen Z. en Davy W. tevens solidair veroordeeld tot betaling van kosten in hoger beroep gevallen aan de zijde van de burgerlijke partijen, met in begrip van de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep t.b.v. euro 900.

Ten aanzien van Mario X. werd vastgesteld:

- dat hij reeds bij vonnis van de 17e kamer van de correctionele rechtbank te ... van 13 april 2006 werd veroordeeld tot een effectieve hoofdgevangenisstraf van achttien maanden;

- dat dit vonnis kracht van gewijsde heeft verkregen en effectief werd uitgevoerd ;

- dat de feiten, voorwerp van de strafprocedure op basis waarvan hij bij vonnis van 13 april 2006 definitief werd veroordeeld, een onlosmakelijk geheel van feiten vormen, verbonden door eenheid van opzet met het feit, voorwerp van de enige tenlastelegging op basis waarvan de huidige vervolging lastens hem was ingesteld en dat dit feit identiek is aan de feiten vervat in de eerstvermelde veroordeling.

Het Hof van Beroep te ... stelde dan ook dat in toepassing van het rechtsbeginsel 'ne bis in idem' elke verdere strafvervolging van de beklaagde m.b.t. het feit voorwerp van de enige betichting thans hem nog ten laste gelegd onmogelijk is geworden ingevolge zijn ten uitvoer gelegde veroordeling.

II-3. De door het Openbaar Ministerie en Z. Jürgen ingestelde voorziening in cassatie werd verworpen bij arrest van 3 februari 2009.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

- De met DAS afgesloten polis sluit tussenkomst in insolventie uit bij gewelddaden.

- Gegevens met betrekking tot de (in)solvabiliteit van Jürgen Z. en Davy W. werden niet neergelegd.

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Cecile Y. euro 15.307,82

morele schade euro 10.000,00

begrafeniskosten euro 5.307,82

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd.

Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

1. Jürgen Z. en Davy W. werden enkel vervolgd en veroordeeld wegens een inbreuk op de wetgeving betreffende de verdovende middelen met de verzwarende omstandigheid dat het gebruik ervan de dood veroorzaakt heeft en niet wegens het plegen van een geweldmisdrijf tegen Filip X..

Het vonnis d.d. 13 april 2006 en het arrest van 30 september 2008 zijn bekleed met het gezag van strafrechtelijk gewijsde en gelden erga omnes.

Wat door de strafrechter zeker en noodzakelijk is beslist, is bindend voor de Commissie. De strafrechter stelt dat er geen sprake is van opzettelijke slagen en verwondingen.

2. Een opzettelijke gewelddaad omvat per definitie 2 bestanddelen:

- een materieel bestanddeel: nl. het stellen van een actieve daad van geweld;

- een moreel bestanddeel: nl. het opzet in hoofde van de dader, m.a.w. de intentie om geweld te plegen op iemands persoon.

3. In casu moet vastgesteld worden dat er klaarblijkelijk geen geweld werd gebruikt tegenover Filip X.. Evenmin was er sprake van bedreiging of dwang. In het arrest is er sprake van ‘gewild druggebruik van het slachtoffer Filip X.' (blad 16).

4. In die omstandigheden kan bezwaarlijk gesteld worden dat er sprake is van een opzet-telijke gewelddaad in de zin van artikel 31, 2°, van de wet. Zie hierover ook het Verslag over de werkzaamheden 2005-2009 van de Commissie, p. 114-118 en P. Verhoeven en L. Vulsteke, Het Fonds voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan occasionele redders, ..., Larcier, 2011, randnr. 187.

5. Wat voorliggende zaak betreft is de Commissie van oordeel dat het hierboven uiteengezette principe van collectieve solidariteit tussen de leden van eenzelfde natie, op grond waarvan een schadeloosstelling kan toegekend worden zonder dat deze integraal is of een afdwingbaar recht inhoudt, door de verzoeker zelf wordt doorbroken wanneer deze door eigen gedrag of door het stellen van handelingen schade toebrengt aan de andere leden van de natie waartoe hij/zij behoort door bijvoorbeeld bezit of handel in drugs. In die omstandigheid meent de Commissie dat het nooit de bedoeling van de wetgever kan zijn geweest dat de Staat, die bovendien de schade niet veroorzaakt heeft, moet opdraaien voor het herstel van de schade overkomen aan personen die willens nillens in een drugs- of ander crimineel milieu opereren en daardoor zelf het risico opzoeken van onderlinge afrekeningen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985, houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006;

Verklaart het verzoek onontvankelijk.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 20 november 2012.

De secretaris, De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Vrije woorden

  • Verzoekschrift neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 17 augustus 2011, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een hulp voor schade als gevolg van het overlijden van haar zoon.