- Beslissing van 20 november 2012

20/11/2012 - M10-3-0474/7374

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

- Uit het vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te ... d.d. 27 juni 2008:

"De feiten kwamen aan het licht wanneer één van de meisjes (Amber X.) haar stiefvader in vertrouwen nam. Zo vertelde zij dat zij met de piemel van Eddy, de buurman, had gespeeld. Ook haar vriendinnetje Samantha was in de slaapkamer van Eddy geweest voor gelijkaardige feiten. Samantha zal later de verklaring van Amber bevestigen. Wanneer beklaagde met de verklaringen van de meisjes wordt geconfronteerd, bekent hij onmiddellijk de feiten.

Beklaagde was opgewonden geraakt van Amber toen zij hem vertelde dat zij met hem wilde trouwen. Hij wilde toen seks met haar. Eerst diende Amber hem te masturberen en vervolgens probeerde hij haar te penetreren. Volgens zijn eigen verklaring lukte dit niet, doch Amber stelt dat er een begin van penetratie heeft plaatsgevonden. Toen de penetratie bij Amber niet goed lukte, riep beklaagde Samantha bij hem in de slaapkamer.... ."

- Kwalificatie uit het vonnis

"A. De misdaad van verkrachting met behulp van geweld gepleegd te hebben, zijnde elke daad van seksuele penetratie van welke aard ook en met welk middel ook, die gepleegd wordt op de hierna vermelde kinderen, die geen volle tien jaar oud waren, op ../../2007 op de persoon van Amber X.;

B. aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging gepleegd te hebben op hierna vermelde data, op de hierna vermelde minderjarigen (o.a. Amber X.), die geen volle zestien jaar oud waren, op ../../2007, de schuldige behorende tot degenen die over het slachtoffer gezag hebben, nl. een kennis zijnde van de ouders van het kind."

II. Vervolging

Eduard Z. werd voor deze feiten bij bovenvermeld vonnis veroordeeld tot een gevangenis-straf van 4 jaar met uitstel voor 5 jaar en onder voorwaarden.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van euro 250 aan Monique Y. in eigen naam, voor morele schade en tot betaling van euro 2.500 aan Monique Y. q.q. Amber X., voor morele schade. Bij gebrek aan enig begin van bewijs werd geen voorbehoud voor de toekomst verleend.

Dit vonnis is in kracht van gewijsde getreden.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

- Uit een door verzoekster persoonlijk ondertekende verklaring blijkt dat zij geen enkele tussenkomst van enige verzekeringsmaatschappij heeft ontvangen.

- In bovenvermeld vonnis staat: "Beklaagde nam deel aan herstelbemiddeling met de slacht-offers hetgeen leidde tot een bemiddelingsovereenkomst tussen de partijen."

- Het verzoekschrift bevat een ontwerp van minnelijke aanzuiveringsregeling uitgaande van de advocaat van de dader, Meester Van G. . Hieruit blijkt dat bij minnelijke aanzuiveringsregeling uitgesproken in raadkamer d.d. 21 maart 2007 werd voorzien dat de schuldeisers euro 350,00 per maand via zesmaandelijkse betalingen zouden afkorten aan de schuldenaars. Deze aflossingsperiode zou 4,5 jaar duren. In de brief van mr. Van G. d.d. 2 december 2010 staat dat, gelet op de bijkomende schuldvorderingen, de aflossingsduur met anderhalf jaar zal worden verlengd.

Er dient rekening gehouden te worden dat de betalingen die mr. Van G. doet, bestemd zijn voor zowel mevrouw Monique Y. als voor mevrouw Elsje V., moeder van Samantha en dus bij helften worden verdeeld. In het vonnis van 29 december 2010 volgde de herziening van de minnelijke aanzuiveringsregeling.

- Mr. Pieter D., raadsman van verzoekster, werd pro deo aangesteld door het Bureau voor Juridische Bijstand.

- Op 30 januari 2012 gebeurde de tot op heden (laatste) betaling door Eduard Z., via de schuldbemiddelaar:

- - voor mevrouw Y.: euro 363,05

- - voor Amber X.: euro 1.815,43

IV. Gevolgen van de feiten voor mevrouw Monique Y.

- Uit de bemiddelingsovereenkomst, bemiddelingsdienst arrondissement ..., Suggno-mè, afgesloten tussen de dader en mevrouw Monique Y., blijkt dat deze laatste ten gevolge van de feiten gepleegd op haar dochter depressief is geworden.

- In deze bemiddelingsovereenkomst staat: "Ik ben heel erg geschrokken toen ik hoorde wat Eddy met Amber heeft gedaan. Ik heb het er zelf heel moeilijk mee en Amber ook. Ik heb 3 weken in het ziekenhuis gelegen van de stress. Ik kon het allemaal niet meer aan. Ik had het in die periode al emotioneel zwaar, maar de confrontatie met de feiten was de druppel die de emmer deed overlopen. Ik moet nu nog altijd veel medicatie nemen om mij een beetje goed te voelen. Ik ben er echt kapot van! Ik heb zelf zo'n feiten meegemaakt. Door wat er met Amber gebeurd is, zijn deze feiten weer helemaal naar boven gekomen. Dat maakt het extra zwaar."

- Op 20 november 2007 werden haar kinderen Amber en Luna residentieel opgevangen te worden in de voorziening CKG Z. . De impact van de feiten noodzaakten tot nazorg bij Amber.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Monique Y.: voor morele en materiële schade euro 1.000

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

1. Artikel 31, 3°, van de wet van 1 augustus 1985 bepaalt dat de Commissie een financiële hulp kan toekennen aan "ouders van een slachtoffer dat minderjarig is op het ogenblik van de opzettelijke gewelddaad en dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 31,1°, of personen die op dat ogenblik voorzagen in het onderhoud van de minderjarige."

De huidige wet vereist niet langer een (behoefte aan een) langdurige medische of therapeutische behandeling in hoofde van het minderjarig slachtoffer om de ouders van de minderjarige in aanmerking te laten komen voor de toekenning van een hulp.

Ook al is deze grondvoorwaarde weggevallen, toch kan de nood aan een langdurige therapie een element zijn (naast andere factoren) bij de beoordeling van de morele schade in hoofde van de ouder.

2. Het staat vast dat Monique Y. ongetwijfeld geleden heeft ten gevolge van de feiten op haar dochter gepleegd. Zij vraagt een hulp van euro 1.000 voor morele en materiële schade vermengd.

In het vonnis werd in eigen naam een morele schadevergoeding van euro 1.000 gevraagd. In het vonnis werd de gevraagde morele schade herleid tot euro 250.

3. Verzoekster gedraagt zich naar de wijsheid van de Commissie wat betreft de begroting van de hulp voor de morele schade. De Commissie steunt zich op haar gebruikelijke rechtspraak in gelijkaardige dossiers inzake seksueel misbruik van minderjarigen.

4. Een vergoeding voor zuivere materiële schade in eigen naam komt niet in aanmerking. Enkel medische kosten en procedurekosten worden aanvaard. Feit is dat verzoekster zeer erg geleden heeft onder de feiten op haar dochter gepleegd.

5. Rekening houdend met bovenvermelde opmerkingen is de Commissie van oordeel dat aan verzoekster in billijkheid euro 1.000 voor morele en materiële schade vermengd kan toegekend worden.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985, houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006;

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 1.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 20 november 2012.

De secretaris a.i., De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 19 april 2010, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van seksueel misbruik op haar dochter gepleegd.