- Beslissing van 20 november 2012

20/11/2012 - M10-3-0884

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

- Op 18 oktober 2009 was verzoekster samen met haar vriend aan het wandelen in .... Op zeker ogenblik werd verzoekster langs achter aangereden door een fietser. Hierdoor kwam verzoekster ten val en raakte zij gekwetst. De dader pleegde vluchtmisdrijf.

- Uit het PV van verhoor nr. ../2009: "Plotseling kreeg ik langs achteren een klap in de rug. Ik kwam op de grond terecht en was versuft. Na enkele ogenblikken realiseerde ik mij dat ik door een fietser was aangereden. De fietser was een jongeman van ongeveer 11 jaar oud. Enkele ogenblikken later kwam een volwassen man van een wat hoger gelegen pad naar beneden gewan-deld. De man was kwaad tegen de jongen die mij aanreed. Naar wat ik uit het gesprek kon verstaan, zei de man dat de jongen bij hem wat hogerop diende te zijn en niet beneden. De volwassene heeft niets tegen mij gezegd. Toen mijn vriend zijn identiteitsgegevens vroeg zei de volwassene dat hij deze ging halen.

Hij vertrok samen met de jongen en stak de brug over de Maas over. Wij wachtten doch betrokkenen kwamen niet meer terug."

II. Vervolging

- verzoekster legde klacht neer tegen onbekenden.

- het Parket van de Procureur des Konings te ... heeft op 3 mei 2010 de feiten zonder gevolg gerangschikt wegens dader onbekend.

- omtrent de seponering bepaalt artikel 31bis § 1, 3de, eerste lid, van de wet van 1 augustus 1985: "Indien de dader onbekend is, moet de verzoeker klacht hebben ingediend, de hoedanigheid van benadeelde persoon hebben aangenomen of zich burgerlijke partij hebben gesteld. Indien het strafdossier geseponeerd is wegens die reden is het indienen van een klacht of het aannemen van de hoedanigheid van benadeelde persoon voldoende." Aan deze voorwaarde werd voldaan.

III. Gevolgen van de feiten voor verzoekster

- In het PV van verhoor nr. .../2009 staat: "Bij het voorval werd ik gewond aan de linkerbil; mijn nek en rug zijn geblokkeerd. Ik heb nog steeds algemene pijnen over mijn gewrichten en ledematen. Ik begaf mij naar het H. ...ziekenhuis te ... waar ik werd behandeld. Na behandelingen mocht ik naar huis doch ik dien nog verdere onderzoeken te ondergaan. Ik overhandig u een medisch attest van mijn verwondingen."

- Volgens het medisch attest van LAR waren de graden en periodes van tijdelijke ongeschiktheid:

- 100 % van 18/10/2009 t.e.m. 31/12/2009

- 75 % van 01/01/2010 t.e.m. 31/03/2010

- 25 % van 01/04/2010 t.e.m. 31/07/2010

- 15 % van 01/08/2010 t.e.m. 31/10/2010

- 10 % van 01/11/2010 t.e.m. 31/12/2011

- BAO: 10 %

- Uit medische attesten van Dokter M. S. blijken de volgende letsels:

- blijvende klachten nek en rug

- pijn bovenste ledematen links meer dan rechts

- duidelijke disfunctie van de nek

- licht krachtverlies in de rechterarm

- de klachten blijven aanwezig sinds het ongeval

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Verzoekster heeft een rechtsbijstandsverzekering LAR. Deze komt slechts tussen in geval van "insolventie van geïdentificeerde aansprakelijk derden". In casu is de dader onbekend gebleven.

V. Begroting van de gevraagde hulp

- materiële schade euro 3.421,25

verplaatsingskosten: euro 78,00

administratiekosten: euro 125,00

verlies economische waarde huishouden: euro 3.218,25

- morele schade (ex aequo et bono) euro 250,00

- medische kosten euro 195,84

euro 3.867,09

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de (onbekend gebleven) dader zijn quasi onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

1. Uit de verklaringen van de verzoekster blijkt dat zij het slachtoffer werd van een verkeersongeval met vluchtmisdrijf. Zij werd aangereden door een fietser. Nergens in haar verklaring blijkt enig opzet uitgaande van het kind dat de aanrijding heeft veroorzaakt.

2. Artikel 31, 1ste van de voormelde wet bepaalt: "De Commissie kan een hulp toekennen aan:

1° "personen die ernstige lichamelijke of psychische schade ondervinden als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad."

- In het aanvankelijk PV staat: "voetgangster, licht gewond"

- De blijvende arbeidsongeschiktheid werd niet vastgesteld door een gerechtsdeskundige, maar door een dokter, aangesteld door de verzekeringsmaatschappij.

3. Voortgaand op de verklaringen van verzoekster blijkt dat het niet bewezen is dat geweld werd gebruikt op haar persoon.

De voorwaarden om een hulp van de Commissie te verkrijgen zijn in wezen niet vervuld. Het verzoekschrift dient bijgevolg als onontvankelijk te worden beschouwd.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985, houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006;

Verklaart het verzoek ontvankelijk doch ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 20 november 2012.

De secretaris a.i., De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 2 augustus 2010, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een aanrijding door een fietser.