- Beslissing van 22 november 2012

22/11/2012 - M12-1-0485

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Vonnis 22/11/2007, corr. rb. ..., f° 2:

" In de nacht van 5 op 6 november 2005 werden de verbalisanten opgeroepen zich te begeven naar de Groenstraat in ... waar een man op de grond lag. Ter plaatse werd Jamaal X. aangetroffen. Hij vertoonde een kleine wonde boven zijn rechter oog. Hij was ontegensprekelijk dronken. Uit zijn houding kon de politie uitmaken dat hij pijn had in de onderbuik. Hij werd afgevoerd naar het AZ Sint-L.. Klaarblijkelijk had de beklaagde een schop in zijn geslachtsdelen gekregen en waren er complicaties opgetreden.

Volgens onafhankelijke getuige Martina V. heeft de tweede beklaagde het slachtoffer als eerste een vuistslag gegeven in het café waarna het slachtoffer de deur werd gewezen. Buiten heeft de eerste beklaagde hem dan geslagen en geschopt in de geslachtsdelen (stuk 13 tweede kaft).

Het slachtoffer diende naderhand zelfs een operatieve verwijdering van de rechter teelbal te ondergaan. Het anatomopathologisch onderzoek bevestigde de aanwezigheid van bloeding en necrose. "

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 22 november 2007 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd de volgende tenlastelegging bewezen geacht in hoofde van de eerste beklaagde, de genaamde Jurgen Z. (° 1967), en waarvoor deze veroordeeld werd tot 6 maanden gevangenisstraf:

"Te ... in de nacht van 5 op 6 november 2005

Om de misdaad of het wanbedrijf uitgevoerd te hebben of om aan de uitvoering ervan rechtstreeks medegewerkt te hebben, door enige daad, tot de uitvoering zodanige hulp verleend te hebben dat zonder zijn bijstand het misdrijf niet kon gepleegd worden,

Opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Jamaal die voor deze een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge had."

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoeker een provisie van euro 2.500.

Dr. X. J. werd aangesteld als geneesheer-deskundige met de gebruikelijke opdrachten.

Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door Z..

Bij arrest van het Hof van beroep te ..., dd. 26 mei 2009, werd het bestreden vonnis ten aanzien van Z. bevestigd en werd de zaak terug verwezen naar de eerste rechter voor verdere afhandeling van de rechtsvordering van verzoeker.

Na het arrest ging verzoeker over tot tenuitvoerlegging van het vonnis en het arrest voor wat betreft de toegekende provisie van euro 2.500. Op 10 februari 2012 was de toegekende provisie door tussenkomst van de gerechtsdeurwaarder volledig voldaan.

Ter afhandeling van de burgerlijke belangen werd Z. bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te ... dd. 9 maart 2012 veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van

euro 18.405,00 meer de intresten meer een RPV van euro 2.200 meer de expertisekosten ad euro 1.863,87.

- administratie en verplaatsingskosten euro 285,00

- TWO moreel euro 4.395,00

- B.I. moreel euro 9.625,00

- esthetische schade euro 4.100,00

Er werd aan verzoeker voorbehoud verleend om schade vergoeding voor medische kosten en het verlies van economische waarde huisman te vorderen.

Tegen voormeld vonnis werd geen rechtsmiddel aangewend.

(Inzake de post ‘verlies economische waarde huisman' werd op 30 maart 2012 conform artikel 4 VT Sv een verzoekschrift neergelegd ter griffie teneinde de zaak wat betreft dit onderdeel af te ronden.)

* De tweede beklaagde, de genaamde Noël W., die ‘enkel' de kopstoot aan verzoeker had toegediend, werd bij verzetvonnis van 10 januari 2008 veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf met uitstel en tot betaling van euro 250 moreel-materieel vermengd.

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van gerechtsdeskundige dr. X. J. in zijn verslag van 29/04/2011:

" Als rechtstreeks gevolg hiervan liep hij een schaafwonde op thv het voorhoofd en een belangrijke laceratie van zijn rechterteelbal.

De behandeling was aanvankelijk conservatief en bestond uit rust en ontstekingswerende middelen.

Op 14/11/2005 volgde een chirurgische ingreep met verwijdering van de afgestorven teelbal.

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid

100% van 05/11/2005 t/m 15/03/2006

25% van 16/03/2006 t/m 30/06/2006

15% van 01/07/2006 t/m 04/11/2006

Consolidatiedatum: 5 november 2006

Blijvende invaliditeit: 10 %

Esthetische schade: 3 / 7

Er persisteert een blijvende aantasting van de fysieke en psychische integriteit met inbegrip van een begeleidende ‘pretium voluptatis' welke globaal op 10% blijvende invaliditeit kan geëvalueerd worden.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. " Verzoeker mocht een bedrag van 2.500 EUR ontvangen van de heer Jurgen Z.. Dit bedrag betreft de provisie die werd toegekend door de rechtbank en werd ingevorderd door gerechtsdeurwaarder Edward T.. De verschuldigde provisie werd afbetaald middels maandelijkse betalingen van 150,00 EUR (zie stuk 7)."

IV-2. "Verzoeker kreeg op 20.05.2012 bericht van de arbeidsrechtbank te ... dat de heer Jurgen Z. werd toegelaten tot de collectieve schuldenregeling bij beslissing van de arbeidsrechtbank te ... dd. 24.04.2012.

De aangeduide schuldbemiddelaar is Mtr. Elie V., met kantoor te ..., ... .

Dat verzoeker inmiddels op 14.05.2012 aangifte van schuldvordering deed in de collectieve schuldenregeling (stuk 11).

Dat de uitvoerinq van het tussengekomen vonnis dd. 09.03.2012 niet mogelijk blijkt te zijn, minstens uiterst moeilijk zal zijn. "

IV-3. "Tengevolge van de feiten mocht verzoeker geen tegemoetkoming ontvangen van de sociale zekerheid.

Tengevolge van de feiten mocht verzoeker geen tegemoetkoming ontvangen in het kader van een arbeidsongeval.

Verzoeker beschikt niet over een familiale polis, een rechtsbijstand- noch een hospitalisatieverzekering. In ieder geval is geen private verzekering tussengekomen. "

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 25.730,63:

- hoofdsom volgens vonnis van 9/3/2012 euro 18.405,00

- intresten euro 5.584,86

- verlies economische waarde huisman (inclusief intresten) euro 4.106,46

totaal: euro 28.096,32 min de reeds ontvangen provisie van euro 2.500 meer de negatieve intresten ad

euro 134,31 = euro 25.730,63

" Dat verzoeker immers ernstig ziek is (HIV seropositief, Hepatitis C, ...). De levensverwachtingen van verzoeker zijn beperkt. Dat verzoeker dan ook geen jaren meer kan wachten op de te ontvangen schadevergoeding. Verzoeker wacht inmiddels 7 jaar.

Dat verzoeker daarnaast een operatie wenst te laten uitvoeren waarbij een testis prothese zou worden geplaatst. Dat verzoeker evenwel niet over de vereiste financiële middelen beschikt om deze operatie te laten uitvoeren.

Dat verzoeker op heden immers geen enkele vorm van inkomen ontvangt. Hij ontvangt geen werkloosheidsuitkering, noch ziekteuitkering, noch steun van het OCMW. Verzoeker is volledig ten laste van zijn vriendin (zie stuk 12). "

- Verzoeker is als invalide +66% erkend. Recentelijk is zijn vriendin overleden waarop verzoeker zijn intrek diende te nemen in het Gemengd Opvangcentrum van CAW A. te ....

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een financiële hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

In zijn reactie op het verslag van de verslaggever, waarin werd opgemerkt dat ‘economische waarde huishoudelijke arbeid' evenmin in aanmerking komt voor een financiële hulp, stelt verzoeker dat hij dit standpunt niet deelt. Hij argumenteert dat, aangezien ‘economische waarde huishoudelijke arbeid' volgens de indicatieve tabel van het Nationaal verbond van magistraten eerste aanleg en het Koninklijk verbond van vrede- en politierechters een onderdeel vormt van de materiële schade ingevolge de tijdelijke invaliditeit, "deze schadepost wel degelijk voor tussenkomst van het Fonds in aanmerking komt op grond van artikel 32, §1, 3° ".

Zoals in supra reeds gesteld, blijkt apert uit de wet dat de financiële tegemoetkoming die door de Commissie wordt toegekend geen recht op schadeloosstelling uitmaakt, voorzien in het burgerlijk recht, zoals bijvoorbeeld de toepassing van art. 1382 B.W. of een vorm van tegemoetkoming voorzien in het sociale zekerheidsrecht.

Dat het een volledig op zich staande tegemoetkoming betreft, blijkt uit diverse elementen:

• De tegemoetkoming wordt toegekend vanuit de filosofie van een solidariteit van de maatschappij ten aanzien van de slachtoffers, of hun nabestaanden, van opzettelijke gewelddaden.

• De bevoegdheid tot toekenning van deze financiële tegemoetkoming werd niet aan de gewone rechtbanken toegekend, doch aan een specifiek daartoe opgericht administratief rechtscollege.

• Een specifieke rechtspleging is voorzien.

• Er is een limitatieve opsomming zowel wat betreft de rechthebbenden, als de schadeposten waarvoor tussenkomst kan worden gevraagd.

Het is dus voldoende duidelijk dat de wet van 1 augustus 1985 afwijkt van het gemeen recht.

Uit artikel 33, § 1 van de wet van 1 augustus 1985 blijkt dat het bedrag van de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is die beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St., Senaat 1984-85 nr. 873/2/1°,8). Dit uitgangspunt verleent aan de Commissie een appreciatiebevoegdheid, zowel inzake de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als inzake de bepaling van de omvang van het hulpbedrag.

Het is de Commissie beslist geoorloofd om, bijvoorbeeld, de indicatieve tabel als leidraad te hanteren bij het begroten van de hulp maar zij is niet gebonden door de tarieven en niet in het minst door de erin opgenomen schadeposten.

De Commissie benadrukt hierbij dat zij geenszins het bestaan van deze schadepost in hoofde van verzoeker in vraag stelt. Het niet kunnen verrichten van huishoudelijke arbeid als gevolg van een onrechtmatige daad kan onbetwistbaar een werkelijk geleden schade uitmaken in hoofde van een slachtoffer. Deze kwestie staat dan ook niet ter discussie.

Echter, de hamvraag luidt of artikel 32, §1, toelaat hiervoor een financiële hulp toe te wijzen.

De Commissie meent dat zulks niet het geval is. Zij verwijst hiervoor onder meer naar de parlementaire voorbereiding van de wet van 26 maart 2003 waarin expliciet werd benadrukt dat "de Commissie geen integrale schadeloosstelling verzekert, maar een billijke financiële hulp toekent voor de schadeposten die ruim, maar niettemin limitatief zijn opgesomd in artikel 32" (verantwoording regeringsamendement, Parl. St. Kamer 2001-2002, DOC 50, 0626/002, p. 11). De notie ‘uitsluitend', voorkomend in §1 van artikel 32 van de wet van 1 augustus 1985, impliceert dat het gaat om "een limitatieve lijst van schadeposten waarvoor een hulp kan worden toegekend" (verantwoording regeringsamendement, Parl. St. Kamer 2001-2002, DOC 50, 0626/004, p. 3).

‘Economische waarde huishoudelijke arbeid' heeft betrekking op het niet meer of minder goed kunnen uitvoeren van het huishoudelijke werk of van de vroegere, gebruikelijke huishoudelijke activiteiten en dit als gevolg van de schadeverwekkende daad. In gemeenrecht kan men vergoed worden voor één van beide componenten van deze schadepost, eventueel voor beide componenten samen:

1) voor het niet meer kunnen verrichten van de huishoudelijke taak: een vergoeding voor het verlies aan economische waarde als huisman of huisvrouw;

2) voor het minder goed kunnen verrichten van de huishoudelijke taak: een vergoeding voor het leveren van meerinspanningen bij dergelijke handelingen.

Deze schadepost is dus nauw verweven met een andere schadepost, namelijk de ‘meerinspanningen' .

De analogie met de ‘meerinspanningen' (eveneens als de ‘economische waarde huishoudelijke arbeid' opgenomen onder hoofdstuk II. Tijdelijke arbeidsongeschiktheid/invaliditeit van de indicatieve tabel) wordt hier aangehaald omdat die post volgens de Raad van State terecht door de Commissie geweerd wordt bij de beoordeling ten gronde van de hulpaanvraag: zie arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Vergelijk trouwens ook met het ‘inkomensverlies', de derde post opgenomen onder datzelfde hoofdstuk van de indicatieve tabel. Deze laatste post kan wél in aanmerking komen voor een financiële hulp aangezien deze expliciet én in een afzonderlijk lid (nl. 4°) van artikel 32, §1,wordt opgesomd.

Uit het bovenstaande blijkt dan ook op afdoende wijze dat de Commissie - bij ontstentenis van een expliciete opname van de ‘economische waarde huishoudelijke arbeid' in de limitatieve lijst van artikel 32, §1 - deze post dient te weren bij de beoordeling van de schade die in aanmerking komt voor een financiële hulp.

Gelet op het subsidiariteitsbeginsel, dat vervat ligt in artikel 31bis, § 1, 5° van voormelde wet, dient de Commissie bij de toekenning van de hulpbedragen rekening te houden met de door verzoeker genoten afbetalingen tot heden door de veroordeelde.

De Commissie gaat evenwel akkoord om de door de veroordeelde betaalde provisie van euro 2.500 toe te rekenen op de hierboven vermelde schadeposten die niet in aanmerking komen voor een financiële hulp.

Inzake de post ‘administratie- en verplaatsingskosten' hanteert de Commissie haar gebruikelijk tarief dat overeenstemt met dat van de indicatieve tabel van het Nationaal verbond van magistraten eerste aanleg en het Koninklijk verbond van vrede- en politierechters.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 18.245.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 18.245.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 22 november 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 4 juni 2012 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.