- Beslissing van 22 november 2012

22/11/2012 - M12-1-0035

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Op 29 april 2010 werd de interventie gevraagd van verzoeker, in zijn hoedanigheid van politie-inspecteur, bij een vechtpartij tussen twee ex-partners. Eén van de twee mannen sloeg met volle kracht met behulp van een ijzeren dopsleutel op de linkerduim van verzoeker.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 19 oktober 2011 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd onder meer de volgende tenlastelegging bewezen verklaard in hoofde van de genaamde Claudio Z. (° 1960), en waarvoor deze veroordeeld werd tot 6 maanden gevangenisstraf met uitstel:

"Verdacht van: te ... op 29 april 2010:

Als dader of mededader,hetzij door het misdrijf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben meegewerkt, hetzij door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend dat het misdrijf niet had kunnen worden gepleegd, hetzij door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden, het misdrijf rechtstreeks te hebben uitgelokt;

A. [...]

B. Aan een ministerieel ambtenaar, een agent die drager van het openbaar gezag of van de openbare macht of aan enig ander persoon met een openbare hoedanigheid bekleed, met name aan Patrick X., inspecteur bij de politiezone H., in de uitoefening of ter gelegenheid van de uitoefening van zijn bediening, opzettelijk verwondingen of slagen te hebben toegebracht, met de omstandigheid dat de slagen of verwondingen een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hebben gehad."

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoeker de hoofdsom van euro 2.617,78 meer de intresten en een RPV van euro 412,50.

- materiële schade (forfaitair) euro 65,00

- TWO moreel euro 1.178,75

- B.I. (1% x euro 1.787/2) euro 893,50

- meerinspanningen euro 233,00

- economisch verlies huishouden euro 247,53

Dit vonnis bekwam kracht van gewijsde (attest griffie).

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van gerechtsdeskundige dr. R. M. in zijn verslag van 19/03/2011:

Betrokkene liep bij de beschreven feiten een kneuzing met fractuurtje van het eindkootje van de linkerduim op, behandeld lege artis.

Momenteel weerhouden we nog een lichte hypo-esthesie / koudegevoel met een normaal klinisch onderzoek, behoudens een lichte gevoeligheid bij palpatie.

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid

100% van 29/04/2010 t/m 06/06/2010

Er was werkhervatting op 07/06/2010

Tijdelijke invaliditeit

100% van 29/04/2010 t/m 15/05/2010

75% van 16/05/2010 t/m 06/06/2010

25% van 07/06/2010 t/m 15/07/2010

10% van 16/07/2010 t/m 15/08/2010

5% van 16/08/2010 t/m 31/08/2010

Consolidatiedatum: 01/09/2010

Blijvende invaliditeit: 1 % (geen blijvende arbeidsongeschiktheid)

Esthetische schade: Geen

Hulp van derden: Geen

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De raadsman van de veroordeelde deelt op 26 oktober 2011 mee dat zijn cliënt onvermogend is en geen goederen bezit die de moeite lonen om beslag op te leggen. Hij werd om die reden aangesteld door het Bureau voor Juridische Bijstand (pro Deo).

IV-2. De feiten werden gekwalificeerd als ‘arbeidsongeval'. Verzoeker wijst er op dat de schadeposten die hij vraagt (in hoofdzaak morele schade) niet vergoed worden volgens de arbeidsongevallenreglementering.

IV-3. De familiale verzekering van verzoeker, afgesloten bij KBC, komt conform de polisvoorwaarden niet tussen voor schade voortvloeiend uit een beroepsactiviteit.

IV-4. Terzake de verzekeringspolis algemene burgerlijke aansprakelijkheid en rechtsbijstand van de politiezone H.I, richtte ETHIAS op 2 december 2011 een schrijven aan de raadsman van verzoeker, stellende: " De bij onze maatschappij onderschreven polis voorziet inderdaad in de waarborg insolvabiliteit. Vermits wij recent kennis namen van een aantal gunstige beslissingen van het Slachtofferfonds, verzoeken wij u deze procedure op te starten. "

Uit de overgezonden polisvoorwaarden blijkt dat de waarborg niet van toepassing is op de materiële schade (zie verder rubriek VI).

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vroeg om de toekenning van een hulp van euro 3.030,28, zijnde de hoofdsom meer de rechtsplegingsvergoeding toegekend bij vonnis van 19/10/2011 (zie rubriek II).

VI. Beoordeling door de Commissie

Voorliggend verzoekschrift werd bij beslissing dd. 4 mei 2012 van de Commissie reeds ontvankelijk verklaard.

Bij zelfde beslissing werd vastgesteld dat de posten ‘meerinspanningen' en ‘economisch verlies huishouden' niet opgenomen zijn in de limitatieve opsomming van artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985 en bijgevolg niet in aanmerking komen voor een financiële hulp.

Tevens werd opgemerkt dat geen hulp kan worden toegewezen voor de rechtsplegingsvergoeding aangezien verzoeker een rechtsbijstandverzekering afgesloten heeft.

Wat de overige posten (hoofdzakelijk morele schade) betreft werd, gelet op het subsidiariteitsbeginsel vervat in artikel 31bis, 5° van de wet van 1 augustus 1985, verzoeker aangespoord om eerst zijn verzekeraar in tussenkomst aan te spreken.

Op 27 september 2012 bracht verzoeker de Commissie op de hoogte van een tussenkomst van

euro 2.072,25 (voor TWO en BI moreel) door ETHIAS.

Er is evenwel geen beletsel om deze verzekeringstussenkomst toe te rekenen op de schadeposten die, zoals hierboven vermeld, niet opgenomen zijn in de limitatieve opsomming van art. 32, §1 van de wet van 1 augustus 1985, evenwel met uitsluiting van de rechtsplegingsvergoeding. Immers indien de rechtsplegingsvergoeding zou betaald worden, dan zou deze toekomen aan de verzekeraar en niet aan het slachtoffer (hetgeen niet kadert binnen de filosofie van de wet van 1 augustus 1985).

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten en de tussenkomst van de verzekeraar, meent de Commissie aan verzoeker voor het resterend saldo in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 545.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Kent verzoeker een hulp toe van euro 545.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 22 november 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 11 januari 2012 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.