- Beslissing van 23 november 2012

23/11/2012 - M12-1-0362

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Vonnis 18/11/2010, f° 3 en 4

" In de nacht van 4 op 5 juli 2007 werd in de ...straat het slachtoffer, tijdens een massale vechtpartij tussen Chinezen en Thai, tweemaal gestoken met een scherp voorwerp.

Het slachtoffer was zwaar gekwetst en is op 12 juli 2007 in het ziekenhuis aan zijn verwondingen overleden.

Dokter J. stelt vast dat het slachtoffer twee messteken vertoonde, één ter hoogte van de hartstreek en één ter hoogte van de rechterlende. Hij komt tevens tot het besluit dat het overlijden van de Heer X. in oorzakelijk verband staat met de door het slachtoffer opgelopen letsels.

Op 30 juni was er ook al een ruzie tussen de twee groepen geweest en alles

draait om een meisje.

Op 4 juli in de vooravond waren beide groepen ook al met elkaar in aanvaring gekomen en omdat de groep Chinezen vreesde het onderspit te delven ten opzichte van de grotere groep Thai, werd beroep gedaan op een aantal illegale Chinezen die bijeenkwamen op een appartement aan de Van ...straat.

Onmiddellijk na de feiten maken verschillende ooggetuigen gewag van een Chinees met een "carré kapsel" als dader van de steekpartij.

Bij huiszoeking op het appartement aan de ...straat wordt een foto gevonden waarop twee Aziatische personen staan afgebeeld waarvan één met een opvallend carré kapsel.

De man op de foto wordt later door verschillende ondervraagde Chinezen geïdentificeerd als beklaagde Z. Long. Een van de getuigen kan ook het GSM-numrner van de man met het carré kapsel opgeven,

Uit telefonieonderzoek op dit nummer blijkt dat beklaagde verschillende keren paniekerig informeert naar de toestand van het slachtoffer en tevens dat hem wordt aangeraden onder te duiken als blijkt dat het slachtoffer overleden is.

Latere telefonische contacten worden inderdaad gecapteerd onder zendmasten in Frankrijk.

Vermits beklaagde na de feiten de vlucht nam kon hij tot op heden niet ondervraagd worden.

Tijdens de huiszoeking op het appartement aan de ...straat waar de illegale Chinezen, waaronder beklaagde, verbleven, wordt ook het bebloede mes gevonden en vingerafdrukken afkomstig van beklaagde.

Op grond van al deze gegevens uit het onderzoek en de verschillende getuigenverklaringen acht de rechtbank bewezen dat beklaagde de dader van de steekpartij is.

De rechtbank is van oordeel dat de feiten zoals omschreven in de dagvaarding bewezen zijn en beklaagde inderdaad niet de bedoeling had het slachtoffer te doden, niettegenstaande hij het slachtoffer twee keer gestoken heeft, waarvan een keer in de hartstreek.

Het is niet aangetoond dat beklaagde het slachtoffer voor de steekpartij kende of met hem een geschil had. Het slachtoffer zelf was niet betrokken in de ruzie omtrent het meisje. Beklaagde had eigenlijk de bedoeling om met vrienden naar de karaokebar te gaan en werd maar kort voordien door andere Chinezen ter versterking opgeroepen,

De rechtbank is van oordeel dat het eerder toevallig was dat beklaagde net naar het slachtoffer uithaalde met zijn mes, omdat het slachtoffer als eerste met open armen toeliep op de groep Chinezen. Uit de telefoongesprekken blijkt bovendien dat beklaagde zeer angstig was als hij hoorde dat het slachtoffer overleden was. Ook hieruit blijkt dat hij zijn dood niet gewild heeft. "

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 18 november 2010 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd de volgende tenlastelegging bewezen geacht in hoofde van de genaamde Z. Long alias W. Along, alias enz... verstekdoend en waarvoor deze veroordeeld werd tot 5 jaar gevangenisstraf:

"Te ..., in de nacht van 4 op 5 juli 2007:

Opzettelijke slagen of verwondingen te hebben toegebracht, maar zonder het oogmerk om te doden en toch de dood te hebben veroorzaakt van X. Tanakit, geboren te ... (Thailand) op ../../1988 en overleden te ... op ../../2007. "

Op burgerlijk vlak werd Z. Long bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoekster en zijn echtgenote, ouders van het overleden slachtoffer, de gezamenlijke hoofdsom van euro 28.722,66 meer de intresten en een RPV van euro 500.

- administratie en verplaatsingskosten euro 125,00

- begrafeniskosten euro 2.997,66

- morele schade (2 x euro 12.500) euro 25.000,00

- schade ex haerede euro 600,00

Het vonnis werd betekend aan het parket van de procureur des Konings aangezien de veroordeelde niet kon aangetroffen worden.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

III-1. De veroordeelde heeft geen gekende verblijfplaats en vertoefde illegaal in het land.

III-2. Verzoekster verklaart op geen enkele verzekeringstussenkomst te kunnen beroep doen, evenmin op een uitvaartverzekering.

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster, de inwonende ouder van het slachtoffer, vraagt om de toekenning van een hulp van

euro 14.423,83:

- administratie en communicatie euro 125,00

- begrafeniskosten euro 1.498,83

- morele schade euro 12.500,00

- schade ex haerede euro 300,00

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen aan "erfgerechtigden, in de zin van artikel 731 van het Burgerlijk Wetboek, tot en met de tweede graad van een persoon die overleden is als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad of personen die in duurzaam gezinsverband samenleefden met de overledene" (art. 31, 2°, W. 1.08.1985) voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 2, met name:

1° de morele schade;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten;

3° het verlies aan levensonderhoud voor personen die op het ogenblik van de gewelddaad ten laste waren van het slachtoffer;

4° de begrafeniskosten;

5° de procedurekosten;

6° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren.

De posten ‘administratie en communicatie' en ‘schade ex haerede' zijn niet opgenomen in deze lijst en komen bijgevolg niet in aanmerking voor een financiële hulp.

Verzoekster en haar echtgenoot (zie dossier M 12-1-0361) vragen élk een hulp van euro 1.498,83 voor de begrafeniskosten.

Het maximale hulpbedrag dat voor de schadepost ‘begrafeniskosten' kan toegekend worden, bedraagt evenwel euro 2.000 (artikel 32, § 2, 4°, van de wet van 1 augustus 1985 juncto artikel 2, eerste lid, van het K.B. van 18 december 1986 betreffende de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders).

De Commissie verdeelt in dat geval het wettelijk maximumbedrag voor deze schadepost volgens een 50%-50% verhouding tussen de beide echtelieden.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 13.500.

In deze context wenst de Commissie nog te benadrukken dat, naar haar oordeel, moreel leed, zoals pijn of smart, niet louter door een geldelijke tegemoetkoming kan gelenigd worden. Hooguit is de financiële hulp een erkenning van dit leed, een vorm van troost, een middel om het leed draaglijker te maken. Dienvolgens kan het toegekende bedrag slechts een abstracte begroting zijn.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 13.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 23 november 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 10 april 2012 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.