- Beslissing van 28 november 2012

28/11/2012 - M12-1-0429

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

De vader van verzoekster was op 30 oktober 2009 getuige van een diefstal met braak in restaurant A... te .... Het restaurant bevindt zich op het gelijkvloers, het gezin van verzoekster bewoont de eerste verdieping.

Haar vader contacteerde de politie en trachtte ondertussen de inbreker staande te houden, in afwachting van de komst van de politiediensten, door hem vast te grijpen.

"Hij is toen om zich heen beginnen slaan en heeft me verschillende keren in het aangezicht geslagen. Daardoor zijn we op de straat gevallen. Toen heeft hij zich losgerukt en zette het op een, lopen. Ik ben erachter aan gelopen en heb hem bij de benen gegrepen. Daarop is hij gevallen, en is boven op mij gevallen. Ik greep hem vast en wilde hem niet lossen. Daarop heeft hij me weer in het aangezicht geslagen en op het lichaam.

Toen zijn mijn vrouw, mijn dochter, mijn zoon, en de hond komen aanlopen.

De man heeft me nog met mijn hoofd op de tramrails geslagen. Mijn dochter die me kwam helpen heeft ook nog een aantal slagen geïncasseerd. "

Verzoekster werd een elleboogstoot in haar buik toegediend.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 22 januari 2010 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd de volgende tenlastelegging bewezen geacht in hoofde van de genaamde Abid Z. (° 1981) en waarvoor deze veroordeeld werd tot 18 maanden gevangenisstraf:

"Te ... op 30 oktober 2009:

Gepoogd te hebben, door middel van geweld of bedreiging, ten nadele van BVBA A..., onbepaalde zaken van onbepaalde waarde, die hem niet toebehoorden, , bedrieglijk weg te nemen, het voornemen om deze misdaad te plegen zich geopenbaard hebbende door uitwendige daden die

een begin van uitvoering van die misdaad uitmaken, en alleen tengevolge van omstandigheden, van de wil van de dader onafhankelijk zijn gestaakt of hun uitwerking hebben gemist, op heterdaad betrapt zijnde, geweld of bedreigingen gebruikt hebbende om zijn vlucht te verzekeren, de diefstal gepleegd zijnde onder twee van de in artikel 471 van het strafwetboek vermelde omstandigheden, namelijk:

- de diefstal gepleegd zijnde door middel van braak, inklimming of valse sleutels;

- de diefstal gepleegd zijnde bij nacht;"

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan de heer Julien X. qualitate qua de op dat ogenblik minderjarige verzoekster de provisie van euro 1 moreel meer de intresten en een RPV van euro 150.

Ter afhandeling van de burgerlijke belangen werd bij eindvonnis dd. 31 mei 2011 van de rechtbank van eerste aanleg te ... Z. veroordeeld tot betaling aan de heer Julien X. qualitate qua de op dat ogenblik minderjarige verzoekster de hoofdsom van euro 100 meer de intresten en een RPV van euro 220.

Dit vonnis bekwam kracht van gewijsde (attest griffie).

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

III-1. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder laat op 29/08/2011 weten dat uitvoering van het vonnis niet mogelijk is. De veroordeelde is ambtelijk geschrapt geweest. Hij zou een sociaal appartementsgebouw met ‘zeer middelmatige inboedel' bewonen dat 10 brievenbussen telt maar zijn naam is niet aan te treffen op bus noch bel. Hij is vermoedelijk gedetineerd.

III-2. Ter rechtszitting dd. 24 oktober 2012 van de Commissie deelt de raadsman van verzoekster mee dat de rechtsbijstandverzekeraar van haar ouders tussenkomst verleent in de procedurekosten.

Uit de op 20 juli 2012 neergelegde polisvoorwaarden blijkt dat op de waarborg ‘insolventie van derden' geen beroep kan worden gedaan in geval van, onder meer, agressie of gewelddaad.

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 555,35:

- morele schade (zie vonnis) euro 100,00

- uitvoeringskosten euro 205,35

- RPV euro 220,00

- attest kracht van gewijsde euro 30,00

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Terzake de gevorderde ‘rechtsplegingsvergoeding' merkt de Commissie het volgende op. Uit de dossierstukken blijkt dat de raadsman van verzoekster optrad in de gerechtelijke procedure in opdracht van verzekeringsmaatschappij DAS. Welnu, indien een advocaat tussenkomt voor een slachtoffer, voor wie hij zich burgerlijke partij stelde voor de correctionele rechtbank, in opdracht en op kosten van een verzekeringsmaatschappij, dan komt de rechtsplegingsvergoeding, indien deze betaald zou worden, toe aan de maatschappij (die ook de ereloonstaat van de advocaat ten laste neemt).

Kortom, het bedrag dat voor de rechtsplegingsvergoeding betaald wordt, komt nooit het slachtoffer ten goede. In die omstandigheden een hulp toekennen voor de rechtsplegingsvergoeding zou indruisen tegen de filosofie van de wet van 1 augustus 1985.

Ter rechtszitting dd. 24 oktober 2012 van de Commissie deelde de raadsman van verzoekster mee dat de rechtsbijstandverzekeraar tevens tussenkomst verleent in de uitvoeringskosten.

Artikel 33, § 2, van de wet van 1 augustus 1985 wet bepaalt: "De hulp wordt per schadegeval en per verzoeker toegekend voor schade boven 500 euro en is beperkt tot een bedrag van 62.000 euro".

Er moet worden vastgesteld dat, na aftrek van de hiervoor geciteerde procedurekosten, het resterend gevorderd hulpbedrag van euro 100 voor de morele schade niet de wettelijke minimumdrempel van euro 500 bereikt.

In die omstandigheden dient het verzoek als ongegrond te worden afgewezen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk doch ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 28 november 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 4 mei 2012 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.