- Vonnis van 10 januari 2012

10/01/2012 - M11-5-0315/8083

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Vonnis - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Tussen 1 januari 2001 en 20 december 2001 werd verzoekster te ... herhaaldelijk verkracht, aangerand, ontvoerd en geslagen door de heer Z., een vroegere werkgever van de vader van verzoekster. De heer Z. en zijn echtgenote (Marianne W.) ontfermden zich over verzoekster na de scheiding van haar ouders.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 8 juni 2005 werd de heer Z. schuldig bevonden aan herhaaldelijke verkrachting, aanranding en toebrengen van opzettelijke slagen en verwondingen aan verzoekster en werd hij veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van drie jaar. Hij werd vrijgesproken van de tenlastelegging ‘ontvoering' wegens twijfel.

Daarnaast werd mevrouw Marianne W. (de echtgenote van de heer Z.) veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden wegens schuldig verzuim.

Op burgerlijk gebied werden de heer en mevrouw Z.-W. solidair veroordeeld tot betaling van een provisie van euro 2.000 aan verzoekster. Tevens werd Dr. C. V. als deskundige aangesteld.

Tegen alle beschikkingen van dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door de heer Z., alsook door het Openbaar Ministerie tegen hem (enkel tegen de strafrechtelijke beschikkingen).

Bij arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 4 mei 2006 werd het bestreden vonnis hervormd, in die zin dat de heer Z. eveneens schuldig werd bevonden aan de ontvoering van verzoekster tussen 15 oktober en 20 oktober 2001. Als gevolg daarvan werd de aan de heer Z. opgelegde effectieve gevangenisstraf verhoogd van drie tot vier jaar.

Op burgerlijk gebied werd het bestreden vonnis bevestigd.

In de zaak ter afhandeling van de burgerlijke belangen werden de heer Z. en mevrouw W. bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 24 maart 2010 solidair veroordeeld tot betaling van de som van euro 62.806,13 meer intresten aan verzoekster (te verminderen met de reeds door mevrouw W. betaalde provisie t.b.v. euro 1.127,27).

III. Gevolgen van de feiten

* In zijn deskundig verslag d.d. 30 maart 2008 stelt Dr. C. V.dat verzoekster als gevolg van de sub I vermelde feiten "een depressieve pathologie vertoont met kenmerken van een dysthyme stoornis, die ongetwijfeld in dubbeldiagnose vertoeft met een borderline persoonlijkheids-stoornis."

De deskundige weerhoudt de volgende graden en periodes van tijdelijke invaliditeit:

50 % van 01.01.01 t.e.m. 01.01.02

45 % van 02.01.02 t.e.m. 01.01.03

40 % van 02.01.03 t.e.m. 01.01.04

35 % van 02.01.04 t.e.m. 01.01.05

30 % van 02.01.05 t.e.m. 01.01.06

25 % van 02.01.06 t.e.m. 01.01.07

20 % van 02.01.07 t.e.m. 01.01.08.

Vanaf de consolidatiedatum (2 januari 2008) is er een blijvende invaliditeit van 18 %, zonder enige vorm van arbeidsongeschiktheid.

* Vanaf het einde van de feiten tot december 2002 is verzoekster nagenoeg onafgebroken opgenomen geweest ten gevolge van een posttraumatische stressstoornis gerelateerd aan de sub I vermelde feiten. Aansluitend (tot en met juni 2006) waren er ook nog gedurende ongeveer 50 dagen per jaar opnames.

Ter zitting van de Commissie d.d. 6 december 2011 deelde verzoekster mee dat ze nog éénmaal per week therapie volgt, met gunstig effect.

* De Rechtbank achtte het aangetoond dat verzoekster als gevolg van de feiten twee schooljaren verloor (2000-2001 en 2001-2002). Ter zitting van de Commissie werd meegedeeld dat ook de daarop volgende vier schooljaren verloren gingen.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

* Het sub II vermeld vonnis d.d. 24 maart 2010 werd bij deurwaardersexploten d.d. 19 juli 2010 en 5 november 2010 aan respectievelijk mevrouw W. en de heer Z. betekend.

Bij exploot d.d. 29 september 2010 werd lastens mevrouw W. overgegaan tot een uitvoerend beslag op roerend goed, maar het PV van beslag werd omgezet in een PV van niet-bevinding.

Luidens het schrijven van gerechtsdeurwaarder V. d.d. 8 februari 2011 zijn er geen uitvoeringsmogelijkheden lastens de heer Z..

Inmiddels ontving verzoekster een bedrag van euro 1.127,27 vanwege de schuldbemiddelaar van mevrouw W..

* Luidens het verzoekschrift is er geen enkele private verzekering voorhanden die de geleden schade dekt.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 62.000, zijnde het wettelijk plafond.

De werkelijke schade beloopt euro 66.556,13:

- hoofdsom cf. vonnis d.d. 24.03.10: euro 62.806,13

- medische en aanverwante kosten: euro 3.243,38

- hospitalisatiekosten: euro 2.911,57

- ambulante verzorging: euro 331,81

- morele schade tijdelijke invaliditeit: euro 32.367,15

- morele schade blijvende invaliditeit: euro 18.558,00

18 % x euro 2.062 per punt / 2

- verlies van twee schooljaren: euro 8.637,00

- morele schade: euro 7.500,00 (2 x euro 3.750)

- materiële schade: euro 1.137,00

- procedurekosten: euro 3.750,00

- expertisekosten: euro 750,00

- rechtsplegingsvergoeding: euro 3.000,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Rekening houdend met:

- de aard, de ernst, de lange duur en de frequentie van de gepleegde feiten;

- de jeugdige leeftijd van het slachtoffer;

- de gezagsrelatie tussen dader en slachtoffer;

- de omstandigheid dat de dader de feiten steeds is blijven ontkennen;

- de zeer ernstige gevolgen voor verzoekster (zie punt III);

- de door de Commissie gehanteerde tarieven in analoge dossiers inzake seksueel misbruik van minderjarigen,

meent de Commissie voor de morele schade een hulp te kunnen toekennen van euro 20.000.

De door verzoekster gevraagde hulpbedragen voor de medische en aanverwante kosten, het verlies van schooljaren en de procedurekosten zijn correct en kunnen worden toegekend.

Gelet op het subsidiariteitsprincipe, dat vervat ligt in artikel 31bis, § 1, 5°, van voornoemde wet [De financiële hulp wordt toegekend onder de volgende voorwaarde: "De schade kan niet afdoende worden hersteld door de dader of de burgerlijk aansprakelijke partij, op grond van een stelsel van sociale zekerheid of een private verzekering, noch op enige andere manier."], dient de Commissie bij de begroting van het toe te kennen hulpbedrag nog rekening te houden met de uitkering van euro 1.127,27 die verzoekster ontving vanwege de schuldbemiddelaar van mevrouw W..

Alle omstandigheden in acht genomen kan in billijkheid een hulp worden toegekend van euro 34.500.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 34.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 10 januari 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 21 maart 2011, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.