- Vonnis van 27 juni 2012

27/06/2012 - M10-1-0641/7456

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Vonnis - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

" Verzoeker werd [op 19 juni 2009] op de late namiddag overvallen aan zijn woning door twee personen. Men trachtte hem zijn aktetas waarin de dagopbrengsten van zijn tankstation zaten te ontnemen en gebruikten hierbij geweld.

De echtgenote van verzoeker was op dat ogenblik ook thuis en kwam van de bovenverdieping via de trap naar beneden.

Ook zij raakte ernstig gewond.

Een van de daders werd gevat. Verzoeker is dermate getraumatiseerd dat hij de uitbating van zijn tankstation stopzette. Hij is nog maar een schim van zichzelf. "

II. Vervolging

Bij arrest dd. 19 februari 2010 van het Hof van Beroep te ... werd de volgende tenlastelegging bewezen geacht in hoofde van de zich noemende Marko (of Marco) Z. alias Jan W. (° 1986, zonder gekende woon- of verblijfplaats in het Rijk, naar eigen verklaring woonachtig te Servië) en waarvoor deze veroordeeld werd tot 3 jaar gevangenisstraf:

"Te ... op 19/06/2009:

Hetzij door de misdaad of het wanbedrijf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben meegewerkt, hetzij door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend dat de misdaad of het wanbedrijf zonder zijn bijstand niet had kunnen worden gepleegd;

Gepoogd te hebben door middel van geweld of bedreiging, ten nadele van X. Marc, een zwarte lederen boekentas met inhoud, o.a. de daginkomsten van zijn bedrijf en twee autosleutels van een mobilhome en een voertuig van het merk Chrysler, allen van onbepaalde waarde, die hen niet toebehoorden, bedrieglijk weg te nemen, het voornemen om deze misdaad te plegen zich

geopenbaard hebbende door uitwendige daden die een begin van uitvoering van die misdaad uitmaken, en alleen tengevolge van omstandigheden, van de wil van de dader onafhankelijk zijn gestaakt of hun uitwerking hebben gemist, de diefstal gepleegd zijnde door twee of meer personen, het geweld of de bedreiging, een blijvende fysische of psychische ongeschiktheid, ten gevolge gehad hebbend; "

Op burgerlijk vlak werd bij zelfde arrest Z. alias W. veroordeeld tot betaling aan verzoeker: euro 79,90 provisioneel materieel (aktentas) + euro 6.863,00 definitief moreel, meer de intresten en een RPV van euro 900.

- TWO moreel euro 815,00

- B.I. (4% x euro 1.512) euro 6.048,00

III. Gevolgen van de feiten

Besprekingen en conclusies van gerechtsdeskundige dr. B. V. in zijn verslag van 25/11/2009:

De heer X. Marc was het slachtoffer van een geweldpleging op 19-6-2009, overval door 2 kerels aan zijn huis, werd op de grond geworpen.

Liep hierbij kneuzingen op met een ribfractuur.

Het is de 2de overval in vier maanden en psychisch is dit toch wel zwaar om dragen, betrokkene verkeert duidelijk in een stresstoestand, er is ook professionele onzekerheid, of hij de job van tankstationuitbater wel zal kunnen verder zetten.

VERDERE ONDERVRAGING:

Heeft het bedrijf gehouden tot 30-9-2009, was zelfstandige, was niet meer leefbaar, is terug naar OCMW gegaan, had daar loopbaanonderbreking, heeft dat benzinestation 3 jaar gedaan, werkt nu terug als brancardier bij ZNA en zijn standplaats is terug het J. ziekenhuis.

Is daar niet zo gelukkig, is daar weggegaan om een reden, eigenlijk wat bum-out, als men dat 30 jaar doet, terug shifts werken, verdienste is veel lager, het is uiteraard spijtig als men zoiets opbouwt dan men dat dan moet opgeven, deed dat alleen, bediening shop en occasiewagens.

Betrokkene meent dat hij één week gesloten is geweest en dan terug begonnen.

Is ook op raadpleging gegaan bij dokter J.K. S. met kabinet te ... en hij is er ook tweemaal op raadpleging geweest in juli en ook op 24-8-2009, heeft medicatie geweigerd en er werd een antidepressivum ook slaapverwekker voorgesteld maar door hem geweigerd.

Wat betreft de huidige klachten, vooral slecht slapen, dubben, muizenissen en angsten, geeft een voorbeeld dat er twee kerels aan hem een sigaret vroegen en hij is daarop volledig onder doorgegaan, kon zelfs geen auto meer rijden.

Op spoed heeft hij binnendienst.

IV.-BESPREKING EN BESLUITEN

De heer X. Marc was bet slachtoffer van een geweldpleging op 19-6-2009.

Het was een tweede overval in vier maanden.

Betrokkene is hierdoor psychisch getraumatiseerd.

En er zijn duidelijk blijvende klachten met functionele ook professionele repercussie.

De menselijke schade kan als volgt ingeschat worden:

tijdelijke arbeidsongeschiktheid:

100% van 19-6-2009 tot en met 26-6-2009

40% van 27-6-2009 tot en met 15-7-2009

30% van 16-7-2009 tot en met 31-7-2009

20% van 1-8-2009 tot en met 31-8-2009

15% van 1-9-2009 tot en met 30-9-2009

10% van 1-10-2009 tot en met 4-11-2009;

consolidatiedatum: 5-11-2009

blijvende arbeidsongeschiktheid: 4%

esthetische schade: geen.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De raadsman van de veroordeelde liet op 14 mei 2010 weten dat zijn cliënt over geen financiële mogelijkheden beschikt om tot vergoeding over te gaan. Zeer vermoedelijk heeft de veroordeelde thans de gevangenis verlaten. Hij heeft geen gekende woon- of verblijfplaats in België.

IV-2. Verzoeker heeft een rechtsbijstandverzekering afgesloten bij DAS. De clausule ‘onvermogen van derden' is evenwel niet van toepassing op "diefstal, poging tot diefstal, inbraak, gewelddaden en vandalisme".

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 10.000.

- B.I. (4% x euro 1.512) euro 6.048,00

- morele schade euro 3.952,00

(ex aequo et bono begroot gelet op de traumatische ervaring dat hij de uitbating

van hun tankstation diende stop te zetten)

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

Bovenop de door het Hof van Beroep toegewezen vergoeding voor de morele schade tijdens de tijdelijke werkonbekwaamheid en voor de blijvende invaliditeit vraagt verzoeker tevens een financiële hulp voor morele schade "omwille van het feit dat verzoekers de traumatische ervaring hun professionele activiteit, nl. het uitbaten van hun tankstation waaraan zij jaren werkten, dienden stop te zetten. Bovendien heeft de heer X. tot op heden nog psychische problemen, meer bepaald angstaanvallen als het donker wordt en vechten terwijl hij slaapt" (reactie van de raadsman van verzoeker op het verslag).

Luidens artikel 32, § 1, 1° van de wet dient de Commissie bij de toekenning van een financiële hulp rekening te houden met de tijdelijke en blijvende invaliditeit.

Welnu, de Commissie is de mening toegedaan dat de gevraagde schadepost 'morele schade' niet aanvaard kan worden voor een financiële hulp omdat deze eerder moet beschouwd worden als een vorm van morele schade voortspruitend uit de feiten an sich. Bijgevolg, indien de Commissie tóch een hulpbedrag zou toewijzen voor deze post, dan zou dubbel gebruik worden gemaakt van voormeld artikel op basis waarvan de Commissie de posten B.I. en TWO moreel reeds in aanmerking neemt.

De Commissie ziet dan ook geen reden om af te wijken van de civielrechtelijk toegewezen sommen voor de morele schade.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 6.860.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 6.860.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 27 juni 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 28 mei 2010 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.