- Arrest van 27 februari 2014

27/02/2014 - M12-5-1176

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Arrest - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Op 21 december 2008 werd wijlen de heer Jamal X., de echtgenoot van verzoekster, te ... om het leven gebracht door de heer Othman Z..

In het verzoekschrift worden de feiten als volgt weergegeven:

"Op 21 december 2008 diende de lokale politie van ... zich omstreeks 20.34 u te begeven naar de F. ...plaats gezien wijlen de heer Jamal X. slachtoffer werd van een doodslag. Terwijl het slachtoffer in zijn wagen zat, werd hij door de heer Z. Othman de keel overgesneden. Er werd nog een reanimatiepoging uitgevoerd, doch zonder resultaat. Omstreeks 21.08 u overleed wijlen de heer Jamal X. aan zijn verwondingen. De heer Z. verschool zich in een lijnbus en werd daar gearresteerd. Hij vertoonde bloedsporen op de linkerhand. Het mes werd aangetroffen op een bank achteraan in de lijnbus.

Na verhoor van de beschuldigde bleek dat hij vermoedde dat het slachtoffer een relatie had met zijn zus en dat dit het motief was voor de feiten. Zijn zus verbleef in een instelling naar aanleiding van een drugs- en alcoholproblematiek. Beschuldigde wou zijn zus die dag begeleiden naar de bus. Onderweg kreeg ze telefoon. Ze beweerde dat een vriendin haar met de wagen naar de instelling zou voeren. Beschuldigde geloofde zijn zus echter niet. Na lang aandringen gaf het meisje toe dat het slachtoffer haar zou brengen.

Toen het slachtoffer weigerde zijn identiteitskaart aan de beschuldigde te geven, sloegen zijn stoppen door en sneed hij het slachtoffer zijn keel over."

II. Vervolging

Bij arrest van het Hof van Assisen van de provincie ... d.d. 6 mei 2011 werd de heer Z. wegens het plegen van de sub I vermelde feiten (gekwalificeerd als doodslag) veroordeeld tot 17 jaar opsluiting.

Op burgerlijk gebied werd hij bij arrest d.d. 14 juni 2011 veroordeeld tot betaling van de som van euro 51.011,37 meer intresten aan verzoekster.

Blijkens een attest van de griffie werd tegen voornoemde arresten geen cassatieberoep aangetekend.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

In het kader van de waarborg ‘onvermogen van derden' ontving verzoekster vanwege haar rechtsbijstandsverzekeraar (Arces) een bedrag van euro 6.200.

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 51.011,37, overeenstemmend met de schadevergoeding toegekend bij arrest d.d. 14 juni 2011:

- ziekenhuiskosten euro 740,19

- morele schade euro 25.000,00

- inkomstenverlies euro 25.271,18 (*)

Verzoekster vraagt expliciet dat de verzekeringstussenkomst t.b.v. euro 6.200 zou toegerekend worden op de intresten.

(*) Terzake staat in het arrest d.d. 14 juni 2011 het volgende te lezen:

"Wat het inkomstenverlies betreft, neemt het Hof het gezamenlijk belastbaar gezinsinkomen vóór het overlijden van Jamal X. en Malika V. als basis van de berekening. Uit het voorliggende aanslagbiljet in de personenbelasting blijkt dat het kinderloze koppel X.-V. in het inkomstenjaar 2008 een gezamenlijk belastbaar beroepsinkomen genoot van 18,698,71 EUR (15.681,86 EUR wedden + 3.016,85 EUR werkloosheidsuitkeringen).

Bij het bepalen van het vergoedbare inkomstenverlies dient voorts rekening te worden gehouden met het feit dat destijds een deel van het gezinsinkomen werd besteed aan persoonlijke uitgaven van Jamal X.. Dit deel van het gezinsbudget was onbeschikbaar voor de burgerlijke partij Malika V. zodat het thans niet in aanmerking komt voor de berekening van haar inkomstenverlies. Rekening houdend met de concrete leefomstandigheden en de inkomenssituatie van het echtpaar, zoals vastgesteld door het strafonderzoek, bepaalt het Hof het persoonlijke aandeel van Jamal X. in de toenmalige besteding van het gezinsbudget op 45%.

Aldus dient van het netto inkomen van 18.698,71 EUR het persoonlijk aandeel van de overleden kostwinner (45% hetzij 8.414,42 EUR) te worden afgetrokken, zodat het saldo (10.284,29 EUR) in aanmerking komt voor de berekening van het inkomstenverlies van de burgerlijke partij Malika V..

De burgerlijke partij ontvangt thans een leefloon. Voor een alleenstaande van categorie 2 bedraagt sedert 1 mei 2011 het leefloon 755,08 EUR per maand of 9.060,96 EUR per jaar. Wat Malika V. betreft, moet dit bedrag verhoogd worden met haar overlevingspensioen van 6,22 EUR per maand of 74,64 EUR per jaar. De som van haar uitkeringen bedraagt momenteel dus 9.135,60 EUR per jaar.

Bijgevolg lijdt de burgerlijke partij een inkomstenverlies van 1.148,69 EUR per jaar (10.284,29 - 9.135,60 EUR).

Het slachtoffer was 42 jaar en 9 maanden op het ogenblik van de feiten zodat, rekening houdend met de pensioenleeftijd van 65 jaar, de inkomstenderving gedurende 22 jaar zal aanhouden. Gelet op de slechte gezondheidstoestand en de beperkte kennis van het Nederlands van Malika V., mag ervan worden uitgegaan dat zij van een uitkering afhankelijk zal blijven. Al deze gegevens in acht nemend, kent het Hof haar een schadevergoeding van 25.271,18 EUR (22 x 1.148,69 EUR) toe uit hoofde van inkomstenverlies. Dit bedrag dient te worden vermeerderd met de intresten."

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Met betrekking tot de gevraagde hulp voor het inkomstenverlies merkt de Commissie op dat deze schadepost niet voorkomt in de limitatieve lijst van schadeposten waarvoor erfgerechtigden van een overleden slachtoffer een hulp kunnen vragen (artikel 32, § 2, van voornoemde wet).

Onder punt 3° van artikel 32, § 2 wordt wel melding gemaakt van de post "het verlies aan levensonderhoud voor personen die op het ogenblik van de gewelddaad ten laste waren van het slachtoffer". De notie ‘ten laste' wordt door de Commissie geïnterpreteerd in de zin van financiële afhankelijkheid van het overleden slachtoffer.

Uit de overgemaakte dossierstukken alsook uit de mondelinge toelichting ter zitting verstrekt door de (advocaat van) verzoekster is gebleken dat een aanzienlijk deel van het inkomen van wijlen de heer Jamal X. daadwerkelijk aan het levensonderhoud van verzoekster werd besteed.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak meent de Commissie voor de morele schade en het verlies aan levensonderhoud in billijkheid een globale hulp te kunnen toekennen van euro 37.500.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 37.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 27 februari 2014.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE L. VULSTEKE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 4 december 2012, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp, voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.