- Beslissing van 5 februari 2014

05/02/2014 - M13-5-0713

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Op 22 april 2012 werd verzoekster te ... langs achter aangevallen op straat. Ze kreeg een slag in de rug waardoor ze ten val kwam. Vervolgens kreeg ze nog een stamp in de rug. Verzoekster heeft haar belager niet gezien.

De dader ging er met de handtas van verzoekster vandoor, welke nadien in de omgeving werd teruggevonden. De gsm en een geldsom van euro 40 werden gestolen.

II. Vervolging

Verzoekster diende klacht in bij de lokale politie ... en ze verkreeg de hoedanigheid van benadeelde persoon.

Het strafdossier werd op 3 augustus 2012 door het parket van de procureur des Konings te ... geseponeerd wegens ‘onvoldoende bewijzen'.

III. Gevolgen van de feiten

Na de feiten werd verzoekster per ziekenwagen overgebracht naar het UZ te ..., waar de volgende letsels werden vastgesteld: een lichte hersenschudding en mogelijk een commotio labyrinthi, met blijvende evenwichtsstoornissen; een plurifragmentaire fractuur van de linker humeruskop (humerus = opperarmbeen), behandeld met een plaatosteosynthese.

Verzoekster verbleef in de afdeling Orthopedie van het UZ ... van 22 april 2012 tot en met 8 mei 2012 en werd dan overgebracht naar het revalidatieziekenhuis V..., waar ze verbleef tot 23 mei 2012.

Na ontslag uit het revalidatieziekenhuis kreeg ze nog kinesitherapie tot begin december 2012 (60 sessies).

In zijn deskundig verslag d.d. 10 juni 2013 weerhoudt Dr. J. J. (aangesteld door Europaea) de volgende graden en periodes van tijdelijke ongeschiktheid:

100 % van 22.04.12 t.e.m. 23.05.12

75 % van 24.05.12 t.e.m. 15.06.12

50 % van 16.06.12 t.e.m. 31.07.12

35 % van 01.08.12 t.e.m. 30.09.12

30 % van 01.10.12 t.e.m. 31.12.12

25 % van 01.01.13 t.e.m. 21.04.13.

Er is consolidatie op 22 april 2013, met een blijvende ongeschiktheid van 20 % (pijnlijke bewegingsbeperking van de linker schouder met belangrijke evenwichtsstoornissen).

De esthetische schade wordt geraamd op 3 op de schaal van 7 (operatielitteken ca. 10 cm t.h.v. de voorzijde van de linker schouder).

Tevens wordt voorbehoud gemaakt voor de verwijdering van het osteosynthesemateriaal, alsook voor een vroegtijdige artrose van het linker schoudergewricht.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Aangezien de dader onbekend bleef, kon de geleden schade niet op hem verhaald worden.

Verzoekster beschikt over een rechtsbijstandsverzekering (Europaea), maar de in de polis opgenomen waarborg ‘onvermogen van de aansprakelijke derde' is niet van toepassing in geval van diefstal, poging tot diefstal, gewelddaden of vandalisme.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 37.993,47:

- materiële kosten (gestolen geld en gsm) euro 115,00

- medische kosten (gestaafd d.m.v. stukken) euro 603,12

- tijdelijke persoonlijke ongeschiktheid euro 3.915,75

hospital. van 22.04.12 t.e.m. 23.05.12 : 32 d. x euro 31 = euro 992,00

75 % van 24.05.12 t.e.m. 15.06.12 : 23 d. x euro 18,75 = euro 431,25

50 % van 16.06.12 t.e.m. 31.07.12 : 46 d. x euro 12,50 = euro 575,00

35 % van 01.08.12 t.e.m. 30.09.12 : 61 d. x euro 15,25 = euro 533,75

30 % van 01.10.12 t.e.m. 31.12.12 : 92 d. x euro 7,50 = euro 690,00

25 % van 01.01.13 t.e.m. 21.04.13 : 111 d. x euro 6,25 = euro 693,75

- tijdelijke huishoudelijke ongeschiktheid euro 2.979,00

- blijvende persoonlijke ongeschiktheid euro 12.629,00

6,92 j. x 20 % x euro 25/dag x 365 d/j

- blijvende huishoudelijke ongeschiktheid euro 10.103,20

- hulp van derden euro 3.598,40

- esthetische schade (3/7) euro 1.050,00

- morele schade (angst, onveiligheidsgevoel) euro 1.500,00

- genoegenschade (opgeven van hobby's) euro 1.500,00

VI. Beoordeling door de Commissie

A. Ontvankelijkheid

Luidens artikel 31bis, § 1, 3° en 4° van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen kan een financiële hulp worden toegekend onder de volgende voorwaarde:

3° Indien de dader onbekend is, moet de verzoeker klacht hebben ingediend, de hoedanigheid van benadeelde partij hebben aangenomen of zich burgerlijke partij hebben gesteld.

Indien het strafdossier geseponeerd wordt wegens die reden is het indienen van een klacht of het aannemen van de hoedanigheid van benadeelde persoon voldoende.

Het verzoek is binnen drie jaar ingediend. De termijn loopt, naargelang het geval, vanaf de dag van de eerste beslissing tot seponering wegens onbekende dader of vanaf de dag waarop een onderzoeksgerecht een beslissing tot buitenvervolgingstelling wegens onbekende daders uitgesproken heeft die kracht van gewijsde heeft bekomen.

Met een beslissing tot buitenvervolgingstelling wegens onbekende daders wordt gelijkgesteld, de beslissing van een burgerlijk of strafrechterlijk gerecht die de verdachte of de verweerder van de schuld van een opzettelijke gewelddaad, of van de verantwoordelijkheid van de nadelige gevolgen daarvan, ontlast, voor zover deze beslissing de werkelijkheid van de opzettellijke gewelddaad en van de gevolgen ervan onbetwijfelbaar vaststelt, zonder aan enig persoon de verantwoordelijkheid daarvan toe te schrijven.

De hulp kan ook worden toegekend indien er meer dan een jaar verstreken is sinds het indienen van een klacht, het aannemen van de hoedanigheid van benadeelde persoon of de datum van de burgerlijke partijstelling en de dader onbekend blijft.

4° Indien de dader bekend is, moet de verzoeker schadevergoeding nastreven door middel van een burgerlijke partijstelling, een rechtstreekse dagvaarding of een vordering voor een burgerlijke rechtbank.

Het verzoek kan slechts worden ingediend, naargelang het geval, na een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de strafvordering of na een in kracht van gewijsde gegane beslissing van de burgerlijke rechtbank over de toerekening van of over de vergoeding van de schade.

Het verzoek is binnen drie jaar ingediend.

De termijn loopt, naargelang het geval, vanaf de dag waarop er definitief uitspraak is gedaan over de strafvordering bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing door een onderzoeks- of vonnisgerecht, de dag waarop een strafrechtbank bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing uitspraak heeft gedaan over de burgerlijke belangen na de beslissing over de strafvordering, of de dag waarop uitspraak is gedaan door een burgerlijke rechtbank bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de toerekening van of over de vergoeding van de schade.

"Er is een definitieve rechterlijke beslissing over de strafvordering genomen en de verzoeker heeft schadevergoeding nagestreefd door middel van een burgerlijke partijstelling, een rechtstreekse dagvaarding of een vordering voor een burgerlijke rechtbank.

Indien het strafdossier geseponeerd is wegens het onbekend blijven van de dader, kan de commissie oordelen dat het voldoende is dat de verzoeker klacht heeft ingediend of de hoedanigheid van benadeelde persoon heeft aangenomen. De hulp kan ook worden aangevraagd indien er meer dan een jaar verstreken is sinds de datum van de burgerlijke partijstelling en de dader onbekend blijft."

In de voorliggende zaak diende verzoekster klacht in, maar stelde zij zich geen burgerlijke partij.

Luidens het tweede lid van het hierboven geciteerd artikel 31bis, § 1, 3° van de wet is het indienen van een klacht of het aannemen van de hoedanigheid van benadeelde persoon voldoende, maar dit geldt enkel in geval van een sepot wegens onbekende dader.

In de voorliggende zaak hebben we te maken met een sepot wegens ‘onvoldoende bewijzen'.

Aangezien er in casu een verdachte werd aangewezen (de genaamde Bryan W.) maar het opsporingsonderzoek geen uitsluitsel kon geven nopens zijn identiteit, is de Commissie van oordeel dat het in deze zaak tussengekomen sepot wegens onvoldoende bewijzen kan gelijkgesteld worden met een sepot wegens onbekende dader.

Aldus kan toepassing gemaakt worden van het tweede lid van artikel 31bis, § 1, 3° van de wet, waardoor dan ook voldaan is aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden.

B. Ten gronde

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voornoemde wet. ‘Huishoudelijke schade', ‘hulp van derden' en ‘genoegenschade' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor de toekenning van een hulp.

Met betrekking tot de gevraagde hulp van euro 115 voor materiële kosten dient gewezen op vaste rechtspraak van de Commissie volgens dewelke als materiële kosten enkel die kosten worden beschouwd die rechtstreeks verband houden met het door de gewelddaad opgelopen letsel, zoals kledij die door de gewelddaad met bloed werd besmeurd, verplaatsingskosten naar ziekenhuis, dokters, kinesisten en apotheken, alsook diverse administratiekosten.

Goederen die naar aanleiding van de gewelddaad werden gestolen vallen niet onder de materiële kosten en komen bijgevolg niet voor de toekenning van een financiële hulp in aanmerking.

Wat de gevraagde hulp van euro 12.629 voor de blijvende persoonlijke ongeschiktheid betreft, is de Commissie van oordeel dat toepassing dient gemaakt te worden van de ‘Indicatieve tabel 2012'. Gelet op de leeftijd van verzoekster op het ogenblik van de consolidatie en op het feit dat het in casu een ongeschiktheid van meer dan 6 % betreft, bekomt men in de voorliggende zaak een bedrag van euro 495 per punt.

Daarnaast dient opgemerkt dat verzoekster geen inkomstenverlies heeft geleden (ze was gepensioneerd), zodat er geen sprake is van economische ongeschiktheid. In die omstandigheden kan enkel rekening gehouden worden met de persoonlijke (= morele) component van de ongeschiktheid en dient het toe te kennen bedrag te worden gedeeld door drie (ook het huishoudelijk aspect van de ongeschiktheid komt, zoals hoger aangegeven, immers niet in aanmerking).

Concreet kan aan verzoekster voor de blijvende ongeschiktheid worden toegekend: 20 % x euro 495 per punt gedeeld door 3 = euro 3.300.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals zij blijken uit de neergelegde stukken alsook uit de mondelinge toelichting verstrekt ter zitting, meent de Commissie in billijkheid een hulp te kunnen toekennen van euro 13.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 13.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 5 februari 2014.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 26 juli 2013, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van opzettelijke gewelddaden.