- Beslissing van 5 februari 2014

05/02/2014 - M12-5-1095

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Op 23 juli 2010 werd verzoekster te ... het slachtoffer van een diefstal met geweld. De feiten deden zich voor op haar weg naar het werk (thuiszorg).

In het PV van verhoor van verzoekster staat het volgende te lezen:

"Heden 23/07/2010 omstreeks 11.45 uur wandelde ik op het voetpad van de P...straat. Ik kwam uit de richting van de Lange B...straat. Uit de tegenovergestelde richting kwamen twee jongens naar mij toegereden op het voetpad. De eerste fietser passeerde mij. De tweede fietser volgde op ongeveer 20 meter en versnelde. Wanneer de tweede fietser ter hoogte van mij was, stopte hij plots en greep hij naar mijn keel. Hij pakte mij stevig vast. Ik duwde de jongeman van mij weg, hierdoor viel zijn fiets op de grond. De jongeman herstelde zijn evenwicht en greep terug naar mijn keel. Hij greep de halskettingen die ik rond mijn nek droeg, vast en rukte ze los. Vervolgens liep hij in volle vaart weg in de richting van de Lange B...straat. Ik ben hem nog achterna gelopen maar tevergeefs."

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 13 januari 2011 werden de heren Richard Z. en Habib B. wegens het plegen van de sub I vermelde feiten (diefstal door middel van geweld, met verzwarende omstandigheden) strafrechtelijk veroordeeld.

Op burgerlijk gebied werden beide beklaagden solidair veroordeeld tot betaling van de som van euro 2.192,50 meer intresten aan verzoekster.

Tegen alle beschikkingen van dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door de burgerlijke partij Sandra X..

Bij arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 8 november 2011 werd het bestreden vonnis hervormd, in die zin dat voornoemde beklaagden solidair werden veroordeeld tot betaling van de som van euro 4.512,50 meer intresten aan verzoekster. Beide beklaagden gaven verstek.

Tegen dit arrest werd geen cassatieberoep aangetekend.

III. Gevolgen van de feiten

Verzoekster was zwaar getraumatiseerd door de overval en was arbeidsongeschikt van 23 juli 2010 tot en met 15 september 2010 (zie medisch attest Dr. W. G.).

Als gevolg van de traumatische impact van de overval heeft verzoekster haar overplaatsing gevraagd (en verkregen). Ze werkt thans in de regio ....

De fysieke letsels waren verwaarloosbaar (lichte pijn t.h.v. de halsstreek).

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Het sub II vermeld arrest werd bij deurwaardersexploot aan de beklaagden betekend met bevel tot betalen, maar hieraan werd geen gevolg gegeven.

De instrumenterende gerechtsdeurwaarder liet op 10 juni 2012 weten dat er geen verdere uitvoeringsmogelijkheden zijn: de heer Z. is sedert 17 februari 2010 ambtelijk geschrapt, terwijl de heer B. in de gevangenis van ... verblijft.

Aangezien de feiten een arbeids(weg)ongeval betreffen, werden diverse schadeposten (medische kosten, inkomstenverlies,...) vergoed door de arbeidsongevallenverzekeraar.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 4.512,50, overeenstemmend met het bedrag dat bij arrest d.d. 8 november 2011 werd toegekend:

- materiële schade (gestolen juwelen) euro 1.470,00

- administratiekosten euro 75,00

- verplaatsingen naar dokter (6 x) euro 20,00

- morele schade TAO euro 1.375,00

100 % van 23.07.10 t.e.m. 15.09.10 : 55 d. x euro 25

- verlies economische waarde huishouden euro 1.072,50

- morele schade voor blijvende angst euro 500,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voornoemde wet. ‘Verlies economische waarde huishouden' is daarbij niet opgenomen en komt dus niet in aanmerking voor de toekenning van een hulp.

Met betrekking tot de gevraagde hulp van euro 1.470 voor materiële schade dient gewezen op vaste rechtspraak van de Commissie volgens dewelke als materiële kosten enkel die kosten worden beschouwd die rechtstreeks verband houden met het door de gewelddaad opgelopen letsel, zoals kledij die door de gewelddaad met bloed werd besmeurd, verplaatsingskosten naar ziekenhuis, dokters, kinesisten en apotheken, alsook diverse administratiekosten.

Goederen die naar aanleiding van de gewelddaad werden gestolen, vallen niet onder de materiële kosten en komen bijgevolg niet voor de toekenning van een financiële hulp in aanmerking.

Artikel 33, § 1, eerste lid, van de wet bepaalt uitdrukkelijk dat de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is de beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St. Senaat, 1984-85, nr. 873/2/1°, 8). Dit uitgangspunt geeft aan de Commissie een ruime appreciatiebevoegdheid, zowel met betrekking tot de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als met betrekking tot de bepaling van de omvang ervan.

Eén en ander impliceert dat de door de Commissie toegekende hulp niet noodzakelijk overeenstemt met de volledige schadeloosstelling van het nadeel dat verzoeker heeft geleden. Het betekent eveneens dat de Commissie niet gebonden is door de schadevergoeding die door de rechter werd toegekend.

Wat het voorliggend dossier betreft, is de Commissie van oordeel dat de toekenning van een globaal hulpbedrag van euro 1.500 redelijk en gepast is.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 1.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 5 februari 2014.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 16 november 2012, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp, voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.