- Beslissing van 13 februari 2014

13/02/2014 - M13-3-0570

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

In het PV van verhoor van verzoeker, afgelegd voor de Lokale Politie ..., ..., ... d.d. 16 februari 2011, lezen we het volgende:

"Als zaakvoerder van de nachtwinkel, gelegen te ..., .., 127, had ik deze, zoals steeds, gisteravond om 18.00 u. geopend. Ondertussen baat ik deze winkel ongeveer 8 jaar uit. Gedurende deze 8 jaren is het nog al eens voorgevallen dat iemand de winkel binnenkwam, en zich schuldig maakte aan diefstal. Hiervan werd dan door de politie PV van opgemaakt.

Omstreeks 01 u. bevond ik mij achter de kassa en was een inventaris aan het opstellen

Teneinde de producten aan te vullen. Hierbij stond ik met het aangezicht naar de deur gekeerd. Er kwamen 2 mannen binnen. Ze waren drager van bivakmutsen, volledig zwart van kleur. De eerste die de winkel binnenkwam was drager van een klein pistool. Hij droeg handschoenen en eiste money, geld. De andere sprak een Arabische taal. Ik verstond het niet. Wanneer de man het geld eiste, bukte ik mij en kreeg hierop een slag op het hoofd. Bij de tweede slag verloor ik het bewustzijn en wist van niets meer. De kassa werd niet meegenomen, alleen briefjes en munten.

Ik werd gewond aan het aangezicht en hoofd en overgebracht naar het hospitaal van ...."

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 20 maart 2013 werden Faysal Z. en Muya-Katumba W., wegens "een zaak die hen niet toebehoorde, bedrieglijk weggenomen te hebben, door middel van geweld of bedreiging, met de omstandigheid dat het misdrijf gepleegd werd bij nacht, door twee of meer personen waarbij wapens of op wapens gelijkende voorwerpen werden gebruikt of getoond, of dat de schuldige heeft doen geloven dat hij gewapend was nl. cash geld en telefoonkaarten, van onbepaalde waarde, ten nadele van Ahmed X.."

Faysal Z. werd veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van 3 jaar.

Muya-Katumba W. werd veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van 4 jaar.

Op burgerlijk gebied werden zij hoofdelijk veroordeeld tot betaling van euro 5.893,38 provisioneel aan verzoeker. Het bedrag werd als volgt berekend:

- materiële kosten euro 900,00

- verplaatsingskosten euro 125,00

- inkomstenverlies TAO euro 1,00

- economische waarde huishouden euro 1.107,38

- morele schade TWO/TI euro 2.500,00

- blijvende invaliditeit euro 1.260,00

Tevens werd levenslang voorbehoud gemaakt voor eventuele posttraumatische epilepsie-problematiek.

Er werd een rechtsplegingsvergoeding toegekend van euro 550.

Dit vonnis is in kracht van gewijsde getreden.

III. Gevolgen van de feiten

Uit het verslag d.d. 11/10/2012 van de door de rechtbank aangestelde deskundige, Dr. J. P..

"Betrokkene kreeg ten gevolge van de feiten slagen op het hoofd en in het aangezicht met duidelijk subduraal hematoom links en bloedingen, orbitabodem (oogkas) links en een fractuur van de rechter maxillaire sinus. Er was een verblijf op de Intensieve zorgen. Patiënt deed geen neurologische complicaties. Na ontslag een week later is betrokkene in urgentie opgenomen omwille van acuut opgekomen vertigo. De nodige medicatie werd voorgeschreven.

Wat betreft de tijdelijke fysische ongeschiktheden:

- 100 % van 16/02/2011 t.e.m. 31/03/2011

- 100 % van 16/02/2011 t.e.m. 28/02/2011

- 50 % van 01/03/2011 t.e.m. 31/03/2011

- 25 % van 01/04/2011 t.e.m. 30/04/2011

- 15 % van 01/05/2011 t.e.m. 31/05/2011

- 10 % van 01/06/2011 t.e.m. 31/12/2011

- 5 % van 01/01/2012 t.e.m. 31/03/2012

- 3 % van 01/04/2012 t.e.m. 10/10/2012.

Consolidatiedatum: 11 oktober 2012 met een blijvende fysische ongeschiktheid BI zonder meerinspanning en zonder economische implicaties van 2 %: Op dat ogenblik was verzoeker bina 52 jaar.

Esthetische schade: 1 op de schaal van 1 tot 7.

Er dient levenslang voorbehoud gemaakt te worden voor eventuele posttraumatische epilepsieproblematiek.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

- De advocaat verklaart dat beide daders werden aangehouden en zich in de gevangenis bevinden. Zij beschikken over geen inkomsten. Zij zijn zonder beroep. Er werd niets gerecupereerd. De advocaat is niet in beroep gegaan omdat er toch niets te recupereren valt.

- Verzoeker beschikte ten tijde van de feiten niet over een familiale verzekering met polis rechtsbijstand.

- Hij heeft de exploitatiepolis overgemaakt.

- De verzoeker legt ter zitting stukken neer omtrent het inkomstenverlies.

- De advocaat werd door verzoeker zelf gecontacteerd (geen pro-deo).

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 60.810, als volgt:

- morele schade TWO/TI (forfaitair) euro 5.000

- blijvende invaliditeit ( euro 945 x 2/3 = 630 x 2) euro 1.260

- verlies of vermindering van inkomsten (forfaitair) euro 50.000

Verzoeker heeft zijn nachtwinkel niet kunnen open houden waardoor veel klanten hebben afgehaakt

De winkel is ongeveer 3 maand dicht geweest.

Verzoeker woont samen met zijn echtgenote. Samen hebben ze 5 kinderen ten laste.

- procedurekosten euro 2.750

- materiële kosten euro 1.800

materiële schade: euro 400

diefstal uit kassa: euro 500

opkuis winkel: euro 900

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

1. Voor de blijvende invaliditeit kan enkel de morele schade weerhouden worden.

2. Aangaande de procedurekosten heeft de rechtbank euro 550 toegekend voor de RPV.

3. Wat het inkomstenverlies betreft gaat verzoeker akkoord dat de rechtstreekse schadelijder in feite de BVBA is.

4. Verzoeker gedraagt zich naar de wijsheid van de Commissie voor wat betreft het toe te kennen bedrag.

5. Rekening houdend met de omstandigheden van de zaak en met de opmerkingen van de verzoeker ter zitting is de Commissie van oordeel dat hem ex aequo et bono een bedrag wordt toegekend van euro 6.500.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk.

Kent verzoeker een hulp toe van euro 6.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 13 februari 2014.

De secretaris, De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 19 juni 2013, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp, voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.